Miljoenennota 2019

De Nederlandse economie blijft zich gunstig ontwikkelen. Het CPB verwacht voor 2019 een groei van 2,6 procent, slechts een fractie minder dat dit jaar wordt voorzien. In beide jaren groeit de bedrijvigheid sterker dan in andere Europese landen.

De economische groei wordt in 2018 vooral gedreven door de consumptie. Het CPB verwacht dat de consumptie van huishoudens met 2,7 procent toeneemt tegen 1,9 procent in 2017. Dat is vooral te danken aan de aanhoudende groei van de werkgelegenheid. Ook de netto lastenverlichting van het kabinet draagt bij aan de toename van de consumptie.

Grafiek 1: wereldhandel (volume, % j.o.j.)

De groei van de investeringen houdt dit jaar aan. De bezettingsgraad van bedrijven ligt op het hoogste niveau sinds de eeuwwisseling. Mede door de gunstige vooruitzichten, de lage rente en de hoge winsten nemen de bedrijfsinvesteringen toe. De woningmarkt daarentegen is na het sterke herstel van de afgelopen jaren over het hoogtepunt heen. De huizenprijzen zijn sterk gestegen en het aantal transacties is afgenomen. Ook worden er nog relatief weinig nieuwe woningen gebouwd.

De handelsgewogen wereldhandel groeit dit jaar met 3,4 procent. Dat is beduidend lager dan in 2017, waarin de internationale handel nog met 4,9 procent toenam (grafiek 1). Dat is vooral het gevolg van de handelsconflicten van de Verenigde Staten met China, de EU en andere landen en de economische problemen in een aantal opkomende landen. Het CPB verwacht dat de groei van de uitvoer van goederen en diensten terugloopt van 5,3 procent in 2017 naar 3,0 procent dit jaar. De invoer van goederen en diensten neemt eveneens minder hard toe dan vorig jaar.

Kerncijfers Nederlandse economie

​(mutatie in % jaar)​2017​2018​2019
​Bbp​2,92,8​​2,6
​Private consumptie​1,92,7​2,3​
Overheidsconsumptie​1,1​2,0​2,8
​Investeringen(incl. voorraden)​4,44,6​4,1​
​Uitvoer​5,3​3.0​4,2
​Invoer​4,93,3​4,8​
​Werkgelegenheid​2,1​2,1​1,5
​Contractloon bedrijven​1,6​2,0​2,9
​Inflatie​1,3​0,9​1,0
​(% bbp)

​Overheidssaldo

​1,2​0,9​1,0
​Bruto overheidsschuld​57,1​53,0​49,1

Bron: MEV 2019

Het CPB verwacht overigens, dat de wereldhandel in 2019 weer wat aantrekt. De uitvoer kan daardoor toenemen met ruim 4 procent. De consumptie van huishoudens zal volgens de prognoses met 2,3 procent toenemen. De werkgelegenheid groeit minder sterk dan in 2018 en de koopkracht neemt ondanks de kabinetsmaatregelen gematigd toe.

De groei van de investeringen vlakt in 2019 af. Dat komt doordat de bedrijfsinvesteringen onder invloed van het wat afnemende ondernemersvertrouwen minder sterk groeien dan dit jaar. Al met al verwacht het CPB voor 2019 een groei van het bbp van 2,6 procent, slechts 0,2 procentpunt minder dan dit jaar.

Grafiek 2: arbeidsmarkt

De inflatie blijft ondanks de gunstige conjunctuur vooral dit jaar nog gering. Door de gematigde loonontwikkeling blijft de geldontwaarding ondanks oplopende energiekosten beperkt tot 1,6 procent. In 2019 komt de inflatie met 2,5 procent aanzienlijk hoger uit. Dat komt vooral doordat de lonen aantrekken. Het CPB verwacht dat de contractlonen in het bedrijfsleven in 2019 stijgen met 2,9 procent tegen 2,0 procent dit jaar. Daarmee lijkt een einde te zijn gekomen aan een lange periode van geringe loonstijging (grafiek 2). Daarnaast worden de prijzen opgestuwd door overheidsmaatregelen, zoals de verhoging van de BTW en de energiebelasting.

Meer geld naar onderwijs, defensie, lokale overheden en infrastructuur

Dankzij de gunstige conjunctuur vallen de uitgaven aan sociale zekerheid in 2019 lager uit dan verwacht. Door de daling van de schuld en de lagere rente vielen de rente-uitgaven mee. Tenslotte kwamen de zorguitgaven lager uit dan de begroot. De meevallers kwamen in totaal uit op EUR 1,2 miljard. Dit bedrag wordt aangewend voor het opvangen van tegenvallers op het terrein van de EU-afdrachten, extra uitgaven in verband met de Brexit, dalende inkomsten als gevolg van de afbouw van de gaswinning en een bijdrage aan een regiofonds voor de provincie Groningen. Daarnaast wordt geld beschikbaar gesteld voor uitgaven die in 2018 en voorgaande jaren niet werden gedaan. Daarnaast zijn in de begroting voor 2019 de beleidsmaatregelen van het regeerakkoord verwerkt. Hiervoor verwijs ik naar een eerder artikel.

In het regeerakkoord is afgesproken om structureel EUR 9 miljard extra uit te geven. Hiervan komt het grootste deel, EUR 8 miljard, in 2019 beschikbaar. Vooral de uitgaven aan onderwijs, onderzoek en innovatie, defensie, veiligheid nemen het komende jaar toe. Daarnaast trekt de regering in 2019 eenmalig EUR 1,0 miljard extra geld uit voor infrastructuur. In de achterliggende decennia stegen de zorguitgaven het sterkst. Volgens de Miljoenennota 2019 realiseert het kabinet hiermee een trendbreuk. Dat is ons inziens onjuist. De uitgaven aan zorg stijgen ondanks het regeringsbeleid in de komende jaren met EUR 16,7 miljard. Deze stijging is groter dan de totale defensie-uitgaven, zo valt in dezelfde Miljoenennota te lezen.

De uitgaven aan zorg stijgen ondanks het regeringsbeleid komende jaren met EUR 16,7 miljard

Het kabinet streeft erna de kosten van de zorg niet onbeheerst te laten toenemen. Dit is van belang om ook in de toekomst goede, toegankelijke en betaalbare zorg te kunnen blijven bieden. Het kabinet heeft om deze redenen de WRR verzocht om een advies over de toekomst van de gezondheidszorg in ons land. De SER is gevraagd om een verkenning van de maatschappelijke impact van de stijgende zorgkosten te maken.

Bescheiden koopkrachtstijging

De belastingmaatregelen zullen geleidelijk worden doorgevoerd gedurende de kabinetsperiode. In 2019 daalt de loon- en inkomstenbelasting met EUR 4,4 miljard door de invoering van het tweeschijvenstelsel, een hogere ouderenkorting en de algemene heffingskorting. Daar staat de verhoging van het lage BTW-tarief van 6 naar 9 procent en de verhoging van milieubelastingen tegenover. Hierdoor blijft de lastendruk per saldo vrijwel stabiel. Het netto effect van de maatregelen is een daling van de lastendruk met slechts EUR 200 miljoen.

Het kabinet heeft een aantal maatregelen genomen om de koopkracht te verbeteren, waaronder een verdere verhoging van de algemene heffingskorting en een verlaging van het tarief van de eerste schijf. Hierdoor gaan vrijwel alle huishoudens erop vooruit. Gemiddeld stijgt de koopkracht van huishoudens in 2019 met 1,5 procent. Dat is een bescheiden stijging die door een verandering van de economische ontwikkeling gemakkelijk te niet kan worden gedaan.

Wel moet worden opgemerkt dat in de komende jaren bij ongewijzigd beleid een verdere daling van de lastendruk wordt voorzien, waardoor de koopkracht verder zou verbeteren.

Een van de maatregelen die dan (in 2020) wordt doorgevoerd is de afschaffing van de dividendbelasting. Volgens het kabinet verstevigt deze maatregel de concurrentiepositie van Nederland ten opzichte van de ons omringende landen, omdat hiermee hoofdkantoren van ondernemingen worden behouden en nieuwe vestigingen kunnen worden aangetrokken, hetgeen positieve effecten op de economie heeft. De maatregel leidt echter tot een aanzienlijke inkomstenderving die bovendien nog hoger dreigt uit te vallen dan de EUR 1,9 miljard die nu wordt voorzien.

De vraag is ook hoe de afschaffing van de dividendbelasting zich verhoudt tot de voorgenomen lastenverzwaringen voor banken

De Raad van State adviseert het kabinet om het plan tot afschaffing van de dividendbelasting beter te onderbouwen. De vraag is ook hoe de maatregel zich verhoudt tot de voorgenomen lastenverzwaringen voor banken, namelijk de afschaffing van de fiscale aftrekbaarheid van converteerbare obligaties en de beperking van de renteaftrek. De extra lasten van deze maatregelen voor de sector worden geraamd op EUR 420 miljoen. Ook de bankensector is een bedrijfstak die van grote betekenis voor de Nederlandse economie is en goed is voor een aanzienlijke werkgelegenheid.

Overheidsschuld daalt verder

Volgens de prognoses van het CPB zal de overheid in 2018 EUR 10 miljard minder uitgeven dan het aan inkomsten ontvangt. Het positieve overheidssaldo komt daarmee uit op 0,9 procent van het bbp. In 2019 wordt een begrotingsoverschot van 1,0 procent van het bbp voorzien, het derde overschot op rij.

Het onderliggende beeld is wat minder positief. Het overheidssaldo gecorrigeerd voor de conjunctuur (structurele overheidssaldo) komt in 2019 uit op -0,4 procent van het bbp. In 2017 was het structurele saldo nog plus 0,8 procent. Dat is vrijwel gelijk aan de Europese norm van -0,5 procent. Deze cijfers impliceren dat de regering sneller zal moeten ombuigen, indien de conjunctuur weer omslaat.

In 2019 is de bruto overheidsschuld als % van het bbp
nog maar 6 procentpunten hoger dan
vlak voor het uitbreken van de financiële crisis

De bruto overheidsschuld daalt vooral dankzij de aanhoudende groei van het bbp (zogenaamde noemereffect) aanzienlijk. Het CPB verwacht dat de overheidsschuld eind 2018 uitkomt op EUR 409,5 miljard, ofwel 53 procent van het bbp. In 2019 daalt de overheidsschuld verder naar EUR 399 miljard, 49 procent van het bbp. Hiermee is bruto overheidsschuld als percentage van het bbp nog maar 6 procentpunten hoger dan vlak voor het uitbreken van de financiële crisis.

Trefwoorden: Tags: Miljoenennota