Gezonde veilige leefomgeving met pakketkluizen

Inwoners op Goeree-Overflakkee en in Spijkenisse kunnen al enige tijd hun pakketten af laten leveren en ophalen bij hun bushalte. De provincie Zuid-Holland heeft onlangs een succesvolle proef afgerond met 3 pakketkluizen in samenwerking met EVAnet, een jong bedrijf uit het Startup in Residence programma. Door deze oplossing razen er veel minder bestelbussen met allerhande pakketjes door de straten.

Niet alleen beter voor de luchtkwaliteit, maar ook veel veiliger voor het verkeer. Fietsers en voetgangers, van jong tot oud, hoeven niet meer om busjes heen die even op fietspad of stoep staan foutgeparkeerd. De provincie Zuid-Holland verkent nu de mogelijkheden voor opschaling in samenwerking met gemeenten. BNG Bank denkt mee.

Bushaltes in Nederland liggen voor de meeste Nederlanders op 500 meter loopafstand van hun huis. Logisch dat EVAnet kijkt naar geschikte kluislocaties bij bushaltes. Zo kan bijna iedereen zijn pakketje 'om de hoek' ophalen, wanneer het hem uitkomt.

1000 bestelbusritten per dag minder
EVAnet is een antwoord op een al langer bestaande vraag bij de provincies en gemeenten. Zij willen bushaltes aantrekkelijker maken voor reizigers, door uitbreiding van het aantal functies. Een soort bushalte 2.0; in buitengebieden kan dit een gastvrijheidsplek zijn waar je even samen koffie kunt drinken en naar de wc kunt. Een pakketkluis waar je onderweg naar huis je pakje uit kan halen, past perfect in dit plaatje.


Door standaardpakketten in een pakketkluis of een pakketpunt te leveren, neemt het aantal verkeersbewegingen drastisch af. Uit onderzoek van Goudappel Coffeng, gespecialiseerd in mobiliteitsvraagstukken, blijkt dat van de 7500 bushaltes in de provincie Zuid-Holland pakweg 1250 geschikt zijn om een pakketkluis te plaatsen. Waar je ook veilig kunt parkeren om een pakketkluis te vullen (of leeg te halen). Met nog eens 130 extra locaties erbij (bijvoorbeeld een pand van een woningbouwcoöperatie) kan 82% van de inwoners van Zuid-Holland binnen 500m lopen een pakket ophalen of verzenden. Dit scheelt 1000 bestelritten per dag en per jaar 15.000 ton CO2-uitstoot. 

15.000 ton CO2-uitstoot minder per jaar in Zuid-Holland;
de provincie krijgt er een veel betere luchtkwaliteit door én het verkeer wordt stukken veiliger

Startups en overheid werken samen
EVAnet gebruikt de infrastructuur van bushaltes om hier afgifte- en ophaalpunten van pakketkluizen aan te koppelen, waar je zelf je pakketje kunt ophalen wanneer het jou uitkomt. EVAnet heeft meegedaan aan het 'Startup in Residence'-programma van de provincie Zuid-Holland, dat innovatieve jonge bedrijven en overheid samenbrengt. Het verbindt startups met uitdagingen van de provincie, zoals schoon binnenstedelijk vervoer en het verwijderen van zwerfafval. EVAnet koppelt duurzaamheid aan bereikbaarheid om CO2-uitstoot te verminderen.

Wat is EVAnet?

EVAnet streeft naar slimme dienstverlening bij bushaltes en OV-knooppunten die de komende jaren transformeren tot 'mobility hubs' waar je gemakkelijk kan overstappen naar verschillende vervoersmodaliteiten. Van de bus naar de elektrische deelfiets, of auto op afroep voor een lang weekendje weg. Dit zijn ook de locaties waar je je auto kan opladen en waar je ook naar een schoon openbaar toilet kan. Een slimme pakketkluis is dan een logische service waar je je pakket kan ophalen wanneer het jou uitkomt. EVAnet heeft inmiddels een netwerk van partnerships opgebouwd om dergelijke mobility hubs in te richten.

Hoe komen pakketten in de pakketkluis?

Vanuit EVAnet is de applicatie Izipack ontwikkeld. Met de Izipack-app bepaal je zelf waar en en wanneer je een pakket wilt ontvangen. Dit kan omdat je een besteld pakket eerst laat afleveren bij een lokale 'cityhub'.

Zelf ophalen of toch laten bezorgen?

Daarna beslis je of je het zelf ophaalt uit een pakketkluis, bij een buurtpunt, of met Fietskoeriers.nl duurzaam aan de deur laat bezorgen. Deze bundeling draagt bij aan vermindering van CO2-uitstoot en meer verkeersveiligheid.

Beter voor het milieu, maar ook voor de portemonnee
Het gebundeld leveren kan ook kosten besparen. Laurens Tuinhout van EVAnet: 'In de logistiek draait het allemaal om volume. Zonder volume geen netwerk en zonder netwerk geen volume. We zijn nu druk bezig om die kip-ei discussie te doorbreken en zijn in gesprek met webshops en fulfilment-centers die alternatieven zoeken voor de huidige vorm van pakketbelevering. De combinatie van de Coronacrisis en de kerst laat de grenzen zien van het huidige bezorgmodel van de grote spelers.'

'Nu rijden 10 tot 20 busjes de wijk door. Een chauffeur rijdt 6 tot 8 uur rond in de wijk en heeft in drukke wijken 200 'stops'. Het gebundeld leveren van pakketten van verschillende netwerken bij pakketkluizen en buurtpunten scheelt veel tijd, geld en overlast.'

Personenmobiliteit en logistiek moet je gezamenlijk bekijken; je gebruikt immers dezelfde infrastructuur

'Uit een afstudeeronderzoek van de TU Delft uit 2018 blijkt dat 70% van de pakketten van PostNL in een pakketkluis past. Daarmee kun je zeker 30% van de kosten in de 'last mile' besparen. De grote spelers rijden zelf vaak meerdere keren de wijk door. Je hebt de reguliere pakketbelevering, de zakelijke belevering, grote goederen en vaak ook nog avondbelevering. Daarnaast zijn de 'same-day delivery' partijen in opkomst. Weinig pakjes in de bus, maar wel veel kilometers om snel te kunnen leveren. Kortom: het aantal vervoersbewegingen groeit gestaag.'

TNO becijferde onlangs in opdracht van de Topsector Logistiek en Thuiswinkel.org dat als 50% van de pakketten bij pakketpunten of -kluizen wordt geleverd, minimaal 17% CO2 bespaard kan worden.

'70% van alle pakketten past in een pakketkluis. Dat levert een besparing op van 30% van de 'last mile' kosten (een bestelbus met chauffeur kost zo'n €250 per dag)'

Harmonieus landschap met één soort pakketkluis
Als overheid wil je grip houden op de plaatsing van pakketkluizen, analoog aan de bushaltes. Liefst zoveel mogelijk passend bij de omgeving en met dezelfde dekkingsgraad als bushaltes. De ACM pleit ervoor om 'white label' kluizen in te zetten, voor iedereen toegankelijk.

In het buitenland zijn pakketkluizen al veel meer de standaard. Ook in landen die met Nederland vergelijkbaar zijn, zoals België en Denemarken. Die landen zetten stevig in op de uitrol van pakketkluizen. Denemarken heeft een plan voor de uitrol van 10.000 pakketkluizen. Opvallend: de nationale postbedrijven in deze landen zijn nog in handen van de overheid en zij stellen de pakketkluizen open voor andere pakketvervoerders. In Nederland constateerde de ACM dat PostNL met 65% marktaandeel weliswaar een landelijke dekkingsgraad van 50% had met de pakketpunten en 120 pakketkluizen (op 1000m), maar uitsluitend toegankelijk is voor PostNL.

Met andere woorden, er lijkt sprake te zijn van 'marktfalen'. Dit kan worden opgelost als provincie en gemeenten samenwerken en zelf een 'nutsvoorziening' organiseren van pakketkluizen en pakketpunten. Die zouden dan voor alle netwerken toegankelijk moeten zijn voor een redelijk tarief. De exploitatie van de pakketkluizen kan vervolgens worden aanbesteed aan (lokale) marktpartijen via een concessie. 

De provincie Zuid-Holland onderzoekt nu op welke wijze de provincie in samenwerking met gemeenten de proef met EVAnet zodanig kan opschalen dat er een gezonde business case kan ontstaan. Dit vergt een forse investering in de pakketkluizen, maar levert bij voldoende vulling ook voldoende inkomsten voor de exploitant en aantoonbare maatschappelijke baten.

Pakt de overheid haar rol op?

De mannen van EVAnet zijn met Michiel Ellens van BNG Bank gaan sparren. Hoe zet je de turbo aan in de aanloopfase? Hoe houd je de onafwendbare toename van pakketten behapbaar? Hoe verenig je provincies en gemeenten voor één samenhangende aanpak in de publieke ruimte? Dit is voor hen de kans om eenheid in stad en land aan te brengen qua infrastructuur. Daarnaast brengt het meer rust en veiligheid in wijken. Nog afgezien van schonere lucht door minder CO2-uitstoot.

Denk hierbij aan een praktische invulling via een aanbesteding in combinatie met een 'ingroeimodel' voor de onrendabele start, vergelijkbaar met de Logistieke Hub Den Haag (logistieke hub voor de ministeries en gemeente Den Haag).

In de opstartfase is zo'n opzet waarschijnlijk duurder dan een andere oplossing. Daarom is uitrol in heel Nederland van belang, om een minimale dekkingsgraad te garanderen. Medeoprichter Mick Walvisch maakt de vergelijking met laadpalen. 'Met een paar laadpalen red je het niet. Heb je voldoende dekking, dan trek je mensen over de streep. Zo ook met pakketkluizen.'

Michiel: 'Provincies en gemeenten kunnen het voortouw nemen in het deze nieuwe vorm van pakketlevering. Dat het normaal wordt om je pakketjes gebundeld af te halen bij een bushalte. In plaats van een aantal keer per dag een bestelbus voor de deur in je wijk. Met zo'n opzet help je de ontvanger én verzender. Die kan een heleboel pakketten afgeven op één punt. Dán lever je echt maximale maatschappelijke impact als overheid. Dergelijke initiatieven financieren wij evengoed als een nieuw schoolgebouw of verzorgingstehuis'.


Laurens Tuinhout

Laurens werkte bij PostNL Pakketten en was verantwoordelijk voor inkoop, partnerships, stadslogistiek en publiek-private samenwerking. Daarnaast heeft hij ervaring op het vlak van duurzaam inkopen door overheden. Sinds 2018 is hij als mede-oprichter werkzaam bij EVAnet en Izipack en verantwoordelijk voor de operatie en publiek-private partnerships.

Mick Walvisch

Mick heeft zijn eigen marketing- & communicatiebedrijf gehad en meerdere bedrijven opgericht op het vlak van mobiliteit. Hij start outside in, heeft veel ervaring in het OV en het publieke domein en is de bedenker van het concept EVAnet vanuit de gedachte 'dat je je pakket tijdens je dagelijkse reis moet kunnen ontmoeten'.
Trefwoorden: Tags: Duurzaamheid; Infrastructuur; Pakketbezorging; Pakketkluizen; Logistiek