Groen zwemmen, deel 2

Zwembaden zijn duur, en in deze tijd van bezuiniging laten sommige gemeenten de bassins in hun zwembad voorgoed leeglopen. Eén op de zestien openbare zwembaden staat op de nominatie voor sluiting, zo schat het Nationaal Platform Zwembaden (NPZ). In de vorige aflevering van Groen Zwemmen (B&G november/december 2011) het nieuwe leven voor negen Rotterdamse zwembaden via een contract waaraan ook BNG meedoet. Deze keer het oog op de Buitenbaden. Hoe kunnen die in leven blijven bij krimpende budgetten?

Het buitenbad! Weinig voorzieningen in een gemeente brengen zoveel mensen op de been, als het buitenbad. Als dat dreigt te verdwijnen stromen duizenden handtekeningen binnen bij de actiecomité’s, waar dan ook in Nederland. De betrokkenheid bij zwemmen in de openlucht is enorm: in kleine en grote gemeenten blijkt het niet alleen om de gezondheid van het baantjes zwemmen te gaan. Maar ook om de sociale samenhang en saamhorigheid. Afgelopen zomer kreeg het gemeentebestuur van Rheden de volle laag, toen B&W aankondigden dat in het pakket bezuinigingen van 5 miljoen op een totale begroting van 100 miljoen euro, het buitenzwembad zou worden gesloten. Dat zou per jaar € 220.000 aan bezuinigingen opleveren.  De hele zomer stonden Rheden en wijde omgeving op zijn kop. In september presenteerde de zwem- en waterpolovereniging PFC Rheden een pakket ‘minder kosten, meer opbrengsten’. Onderdelen daarvan: minder betaald personeel, meer vrijwilligers, energiebesparing, duurder toegangskaartjes, meer doen voor doelgroepen en sport en spel voor de jeugd. Het ziet ernaar uit, dat het bad in Rheden open blijft.

Zwemmen in monument
Deze winter is het buitenbad in Zwolle alweer een stapje verder dan dat in Rheden, nadat het een ongeveer vergelijkbare actiehistorie heeft doorgemaakt: sluiting was nabij, en het doemscenario is verdreven. Komende zomer gaan de twee 50 meter bassins, vier andere baden, drie duikplanken en twee glijbanen geheel opgeknapt weer feestelijk open.
Op 14 november 2011 gingen de eerste drilboren in de zwembadrand, het begin van een forse renovatie. De wethouder, de gedeputeerde en de direct betrokken uitvoerenden staan naast elkaar te boren op de rand van het bad.
De kosten van renovatie bedragen 5,5 miljoen euro. Om dat voor elkaar te krijgen was de rol van de provincie Overijssel belangrijk. Die draagt 2,7 miljoen euro bij, mede afkomstig uit opbrengsten van de verkoop van het provinciale aandelenbezit in energiebedrijf Essent.

Buitenbad vergt minder technische hoogstandjes.

‘Zwolle’ staat symbool voor de ontwikkelingen in het zwemmen de afgelopen 75 jaar. Het bad werd enkele jaren geleden uitgeroepen tot monument, en ook dat hielp de grote groep vrijwilligers en actievoerders in hun pleidooi voor openhouden. De gemeente Zwolle heeft het bad overgedragen aan de speciaal opgerichte Vereniging Openluchtbad Zwolle. Die telt zesduizend leden. Elk lid doet zes uur tot ten hoogste twaalf uur vrijwilligerswerk per seizoen. Daarmee is de zwaarste kostenpost, het personeel, behoorlijk teruggeschroefd. Samen met beroepskrachten moeten de vrijwilligers het bezoek van ongeveer 100.000 bezoekers per jaar in goede banen leiden.

Er wordt veel aangepakt. Maar het bad in Zwolle krijgt ook moderne energievoorzieningen, waardoor de energiekosten (immers de tweede kostenpost voor een bad) gedrukt worden. Er komt duurzame verwarming van het badwater via een collectorensysteem, zonnewarmte en de inzet van omgevingstemperatuur. Ongeveer 15 jaar geleden kreeg het ook al een renovatiebeurt, vooral gericht op de techniek, de leidingen en de filters. De filtertechniek lijkt nog zo goed dat daar nauwelijks iets aan hoeft te worden gedaan.
Bij buitenbaden komen minder technische hoogstandjes kijken dan bij een binnenbad. Daar vormen de ventilatie, de douchetemperatuur, de verlichting natuurlijk forse kostenposten. In een buitenbad gaat het vooral om de reinheid en de temperatuur van het water.

 

Wil je baaien, wil je zwemmen' als verkiezingsleus

'Wil je baaien, wil je zwemmen, moet je De Miranda stemmen.' Dat was de verkiezingsleus van de sociaal-democraten in Amsterdam bij de gemeenteraadsverkiezingen van 1935. Van 1919 tot 1939 was  Monne de Miranda met kleine onderbrekingen wethouder van publieke werken in Amsterdam. Met onder andere een reeks nieuwe badhuizen en zwembaden als resultaat. In 1932 had De Miranda het nieuwe Amstelbad geopend, dat uit eerbetoon later zijn naam kreeg. Het De Mirandabad, destijds twee 50-meter buitenbaden en enkele pierenbadjes, lag aan de rand van de bebouwing van Amsterdam. Op dat intussen prachtige terrein bestaat één van de 50-meterbaden nog, samen met een nieuw kinderen een peuterbad Dit buitenbad wordt intensief gebruikt vanaf de eerste dag van mei tot diep in september. Het De Mirandabad omvat intussen ook een binnenzwem- en recreatiebad. Het golfslagbad werd in de jaren 60 één van de beroemdste zwembaden van Nederland. Onder een hoge glazen lichtkoepel lag het eerste tropische speelbad in Nederland, voordat recreatieondernemers als Center Parcs daaraan begonnen.

Het geheel is toe aan renovatie. In 2012 trekt stadsdeel Amsterdam Zuid 4,2 miljoen euro uit voor nieuwe machinekamers, grotere energiezuinigheid en bouwkundig onderhoud. Bijna al dat geld staat al jaren klaar op de begroting voor onderhoud. De economische crisis in 2009 haalde een streep door het plan van het vorige stadsdeelbestuur om het zwembad af te breken, op het terrein appartementen te bouwen met een nieuw bad ernaast. In die visie zou het buitenbad op het dak kunnen voortbestaan. De buitenbaden lopen komend jaar mee in de renovatie.

 

Zwemmers De Mirandabad Amsterdam voerden succesvolle acties voor behoud 50-meter buitenbad

Gezondheid meer centraal
Lobby-organisatie voor zwemmen KNZB (Koninklijke Nederlandse Zwembond) ijvert voor eenvoudig zwemwater, bereikbaar voor zoveel mogelijk mensen. Vanaf de jaren zeventig, zegt de zwembond, groeiden de baden met luxe voorzieningen enorm, met bubbelbaden, golven en sauna. Dat betekende fors hoge kosten van exploitatie. De behoefte aan spelen in een zwembad bestaat nog steeds.
Maar de zwembond bepleit anno 2011 ‘een gewoon gebouw op een gewone locatie met een gewone exploitatie’. Vanwege het financiële klimaat en herbezinning op kerntaken bij de overheid. Letterlijk: ‘De tijd (is) meer dan rijp om terug te gaan naar de basis. En weer een zwembadconcept te introduceren waarin gezondheid, leren zwemmen en sport centraal staan. Het zwembad kan dan weer een betaalbare, duurzame en vooral ook maatschappelijk verantwoorde investering worden. Die een antwoord geeft op een breed scala aan maatschappelijke thema’s.’

Bij een buitenbad zijn burgers enorm betrokken.

Zwemmen in sloten en plassen leidt in  de zomer vaak tot waarschuwingen en zwemverboden. Botulisme, blauwalg en de Ziekte van Weil (ratten) bederven de waterkwaliteit. Daarom blijven gecontroleerde openlucht-zwemmogelijkheden nodig voor de volksgezondheid.

Het is voor gemeenten moeilijk een buitenbad te sluiten.

De afgelopen zeven jaar kwamen er in Nederland buitenbaden bij, nadat er jarenlang sprake was van sluitingen. Marcel Jagersma van het Nationaal Platform Zwembaden, zag hoe de trend een beetje gekeerd leek. ‘Maar nu zouden de buitenbaden wel een tweede klap kunnen krijgen.’ De ongeveer vijf maanden per jaar dat een buitenzwembad in Nederland in gebruik kan zijn, helpen niet mee aan een stralend exploitatieresultaat.
‘Wat goed werkt zijn combinaties. Samen de voorzieningen delen, met bijvoorbeeld een school, een bibliotheek. Het zwembad ingebed in andere infrastructuur.’  Jagersma adviseert gemeenten vooral te zoeken naar coalities en verbindingen. En te luisteren naar de omgeving, of dat nu de scouting is, de atletiekvereniging of de tennisclub. ‘De betrokkenheid van de burgers bij het buitenbad is enorm groot. Het bad biedt mensen meer dan een baantje zwemmen: het gaat om een gevoel van saamhorigheid.’

 

Hij leest de groeiende betrokkenheid ook af uit de gemiddelde bezoekcijfers van de buitenbaden: in absolute aantallen daalt het aantal bezoekers per jaar licht, maar de frequentie waarmee één bezoeker in dat jaar terugkomt ligt veel hoger dan vroeger.

Rol gemeente belangrijk
Voor het open houden van buitenbaden is volgens Jagersma ‘enige creativiteit’ nodig. Bijvoorbeeld: de gemeente of de exploitant gaat sportverenigingen en vrijwilligers meetrekken in het denken. ‘Regie en samenwerking’ wordt verlangd van de ambtelijk directeuren Sport. ‘De rol van de gemeente is belangrijk. Niet de verantwoordelijkheid wegzetten. Dan krijgt de gemeenteraad het bad na een paar jaar terug, en dan blijkt het een dure grap om er weer greep op te krijgen.’
Een andere trend ontstaat uit particulier initiatief. Private ondernemers beginnen een zwemschool, met een eigen bad, soms niet groter dan zes bij twaalf meter, alleen voor les en specifieke doelgroepen zoals fitness. Jagersma: ‘Daarop ontstaat een reactie van mensen die voor de sport zwemmen, of gewoon baantjes willen trekken. De KNZB stimuleert bouw van baden voor deze mensen, met het concept 25-21, een compact, snel en energiezuinig bouwplan voor een eenvoudig zwembad. Een 25-meterbad, 21 meter breed. Maar dan gaat het vooral om binnenbaden.’

Buitenbad is politiek
Eddy Vlijm is directeur van Hellebrekers Technieken, waarvan hij in 2000 na een management buy out eigenaar werd. Zijn bedrijf in Nunspeet is ruim dertig jaar één van de grote Nederlandse specialisten in technische installaties voor zwembaden. In Nederland ziet hij dat het aantal buitenbaden consolideert; verdwijnen van openluchtzwembaden is niet de trend, hoewel een binnenbad open houden gemakkelijker is dan een buitenbad: ‘Handhaven van een buiten-zwemaccommodatie is in gemeenten een politiek gedreven discussie. Het is voor gemeenten moeilijk een buitenbad te sluiten. Buitenbaden zijn slechts twintig weken per jaar open en ze vragen toch redelijk wat energie. Dan is het al gauw een dure aangelegenheid’.
‘Terwijl een buitenbad veel beperkter installaties nodig heeft dan een binnenbad. Je hoeft buiten eigenlijk alleen te werken aan de waterbehandeling: het water moet op de juiste temperatuur zijn en het moet schoon zijn. In een binnenbad heb je met meer te maken, zoals kosten van ventilatie en luchtbehandeling. Daar komt veel bij kijken.’

'Duitse zwemcultuur waait over naar Nederland'

'Wij hebben in Nederland een andere zwemcultuur dan bijvoorbeeld in Duitsland' zegt Eddy Vlijm, directeur van Hellebrekers Technieken. "Daar bestaat veel meer aandacht voor zwemmen, binnen en buiten. Het kuren, elk jaar wel een week of zo, was tot voor kort voor Duitsers heel gebruikelijk. Het wellness-concept doet het daar goed. Voor zwemmen betalen Duitsers gemakkelijk 15 euro, terwijl in Nederland 5 of  6 euro al stevig wordt gevonden."

 Marcel Jagersma van het Nationaal Platform Zwembaden ziet de wellness-cultuur uit Duitsland overwaaien naar Nederland. 'Er wordt in Nederland meer gekozen voor hoogwaardige bouw, ook met roestvrijstalen baden. Ik zag op de Duitse zwembadbeurs in november 2011 ook mooie voorbeelden van nieuwe vindingen op gebied van duurzaamheid waar wij wat mee kunnen doen. Bijvoorbeeld voor waterzuivering, via planten en zand in bakken naast het bad. Maar ook waren er zwemvijvers, waar de planten in het zwemwater zorgen voor reiniging. Dan zwem je dus tussen de planten.'

140 dagen per jaar open
Technicus Vlijm rekent snel voor: een binnenbad kan 365 dagen per jaar open zijn, het heeft gemiddeld 200.000 à 300.000 bezoekers per jaar. ‘Een buitenbad, 140 dagen open, trekt daarmee vergeleken maar een fractie. Als je dan de kosten omslaat, vallen die per bezoeker relatief hoog uit. Energetische voordelen zijn er, bij een combinatie van een binnen- en een buitenbad. In de buurt van het buitenbadcomplex in Zwolle komt ook een nieuw binnenbad, ter vervanging van twee verouderde baden. Dit nieuwe wordt buitengewoon duurzaam. Binnen- en buitenbad kunnen in Zwolle helaas niet van elkaar profiteren, ze liggen een kilometer uit elkaar.’
‘Wij zien wel een trend in de belangstelling voor een tijdelijke overkapping van een buitenbad. Per bad is dat maatwerk, en onze ervaring is dat het uitstekend werkt; in de winter gaat de kap over het bad. Eén van de succesvolle voorbeelden maakten wij voor exploitant Landal in het Land van Bartje. Niet elke situatie leent zich daarvoor. Je moet niet enorme wateroppervlakken willen overkappen. Het is vooral interessant voor kleinere gemeentes met alleen een buitenbad.’

Trefwoorden: Tags: Publiek private samenwerking

Uw bijdrage

Log in met om uw bijdrage te plaatsen.