Favoriete wijken, deel 1

De grote bouwstromen in Vinex-wijken en in uitbreidingen bij dorpen en steden komen tot stilstand. Nu zal volop aandacht nodig zijn voor bestaande bouw. Maar waar komen de investeringen vandaan in deze tijd van kleinere overheidsbudgetten en krappere speelruimte bij private partijen? Op zoek naar fysieke, sociale en economische stimulansen, loopt B&G aan de hand van een expert door een bestaande wijk. Aflevering 1: Nieuwland, Schiedam.

Anke Bodewes is makelaar in Schiedam. Ze kent alle stegen in de historische binnenstad, ze heeft vanaf het begin meegedacht met de op Zweedse leest geschoeide wijk Sveaparken met een Scandinavisch type huizen, veel eengezinswoningen. Maar gevraagd naar haar lievelingswijk, zegt ze: ‘Nieuwland’.
Dat lijkt een mistroostige keuze. Maar Anke Bodewes, al jaren ook adviseur van het Schiedamse gemeentebestuur, weet wat ze kiest: ‘Hier ben ik al heel lang bij betrokken, en we zien resultaten. We beseften in Schiedam eerder dan waar ook in Nederland dat we de naoorlogse bouw als stadsvernieuwing moesten zien. De wethouder, de woningcorporatie, de makelaars hebben samengewerkt. We liepen en lopen voor. Omdat we heel vroeg zijn begonnen in 1990.’

De eerste in Nederland
Lopend door de wijk toont Bodewes de veranderingen, vertelt over de kaalslag die eraan vooraf ging, de populariteit van grondgebonden woningen, maar ook van de gerieflijke appartementen. Klaar is Nieuwland nog niet. Er moet nog geïnvesteerd, er zijn kale vlakten te zien en hier en daar staan slooppanden. Maar ook: verreweg de meeste bebouwing is ordentelijk, de straten en pleinen zijn op dit middaguur schoon.
Het landelijk expertisecentrum voor de woningbouw KEI meldt over Nieuwland dat Schiedam hier met zijn Beheerplan Nieuwland de ‘eerste stadsvernieuwingswijk van na de oorlog in Nederland’ op poten zette. Een eerste schil, tegen het stadscentrum aan, kreeg een hoge dichtheid. De tweede schil, iets verder weg van dat centrum, omvat laagbouw in het groen. Dit deel kreeg de naam Nieuwe Tuinen. Het derde deel, Over het Water, is nu nog deels een kaalgeslagen terrein, waarvoor de plannen dezer dagen worden herontwikkeld: ‘Het idee dat hier fifty-fifty hoog- en laagbouw met forse woonblokken zou moeten komen, is in de huidige crisis niet erg realistisch’, zegt Bodewes.

1100 sloop, 750 nieuw
Naast nieuwbouw is er ook veel gerenoveerd. Zo verbeterde het programma Buurtplus veel bestaande woningen. Soms met nieuwe gevels, soms met heringerichte buitenruimten. Bewoners worden ook begeleid om desgewenst in eigen wijk hun wooncarrière te kunnen maken. Bodewes: ‘Er zijn in de hele wijk 1100 woningen gesloopt. En 750 komen er terug, met veel eengezinswoningen. Ik weet zeker dat Nieuwland het de komende vijf tot tien jaar goed gaat doen. Er wordt ook op het sociale vlak nog steeds in geïnvesteerd.’  Ze stopt bij een appartementengebouw dat in een lichte kromming de drukke Burgemeester Van Haarenlaan volgt: ‘Dit heet Het Bordes, een ontwerp van architecte Vera Yanovshtchinsky. Het zijn koopappartementen, met een aantal Fokuswoningen, bedoeld voor bewoners met een geestelijke of lichamelijke handicap.

Zo gebouwd met op de parterre voor de voordeuren een ruim bordes, dat mensen uitnodigt om iets van hun directe omgeving te maken. Zoals een bak met planten, een zitje. Prijzen? 155.000 euro voor 90 vierkante meter.’

Waar voor je geld
‘In de nieuwbouwappartementen wonen toch in acht van de tien gevallen vooral Nederlandse gezinnen en alleenstaanden. De mensen met niet-Nederlandse namen tref je vooral in de eengezinswoningen: die willen helemaal waar voor hun geld, en dat is geen flatje, maar een huis. Zij kochten  66 procent van de grondgebonden huizen. Het is natuurlijk onze vraag geweest: hoe kun je mensen in een appartement met een huur van 400 euro de move laten maken naar een koophuis, waar ze met belastingaftrek 600 à 800 euro voor gaan betalen? Dat is hier goed gelukt. Een aanzienlijk deel van de kopers stroomt door uit de bestaande wijk.’

Het plan moet doordrenkt zijn van: wat wil de markt?

‘Wat vooral belangrijk was en is: het stedenbouwkundig ontwerp moet doordrenkt zijn van de vraag: wat denkt de markt? Dat zit vaak nog te weinig in het hoofd van de stedenbouwer en de architect. De opdracht wordt soms ook zo vaag geformuleerd, bijvoorbeeld in het laatste deel van Nieuwland, Over het Water: “Gedifferentieerd ten opzichte van wat er stond”, ja logisch, er stonden flatjes van vier hoog zonder lift, zonder centrale verwarming en enkel glas. Gelukkig wordt dat plan opnieuw op poten gezet, want driekwart van de zoekers zegt: graag grondgebonden. Daar moet je op aansluiten, zeker omdat heel Schiedam nu nog voor tweederde uit appartementen bestaat.’
Er staan in Nieuwe Tuinen, aardig langs groen en waterpartijen, flatblokjes uit de jaren negentig van corporatie WoonPlus Schiedam. Allemaal huur, maar ze gaan stap voor stap in de verkoop. Oudere flatjes, uit de jaren vijftig en zestig met daartussen de traditionele groenstroken zien er niet uit als mogelijke koopobjecten. Bodewes geeft aan dat eigenaren en beheerders de ontwikkelingen daar goed in de gaten moeten houden, eventueel tijdig moeten ingrijpen.

Chic met lavet
De analyse is dat een deel van de oudere bevolking graag blijft. De oorspronkelijke bewoners waren hier echt chic komen wonen, achter hun eigen voordeur met een lavet in de badkamer en een complete keuken. In de loop van de laatste decennia raakten ze teleurgesteld, op hun trap bleven steeds minder mensen over zoals zij. Maar de wijk ligt prima, goed bereikbaar, dicht tegen het stadscentrum aan met alle voorzieningen en winkels die je denken kunt.
Bodewes: ‘Er ontstond een kantelpunt halverwege de jaren negentig. Dat was het woord “sloop”. Toen dat eenmaal werd geaccepteerd en de politici ook hun geitewollensokken hadden uitgedaan, kon hier wat gebeuren. Er was al leegstand zichtbaar, het was hoog tijd. Wethouder Peter Groeneweg en corporatiedirecteur Jos Feijtel, zij onder meer trokken het project los.’

Oude winkelrij
We lopen langs de eengezinswoningen, koop en huur. Veel met tuin. Over een rij vrij hoge blokkendoosachtige panden met plat dak en minituin: ‘Die kostten 255.000 euro voor een woonoppervlak van 140 vierkante meter. Je hebt er veel huis voor.’ Een jaren negentig appartementencomplex, vanuit een bepaalde hoek een plaatje in een architectuurtijdschrift waard, maar toch een wat griezelig bastion, van architecten Claus en Kaan: 80 vierkante meter voor 160.000 euro. Een terreintje ligt er kaal bij: daar moest eerst een aangrenzende oude winkelrij met woningen erboven aan het Wibautplein leeg komen en worden gesloopt, en dat gebeurt nu. ‘Kopers zouden nooit op de achterkanten van die grotendeels verlaten winkels hebben willen kijken’, zegt Bodewes.
 
Bakker Zümrüt
Langs de straten die namen dragen van Gerbrandy en Goeman Borgesius, lopen groepjes vrouwen en kinderen richting moskee. Die verrees op de plek van de vroegere katholieke kerk. Een wit bestelautootje van bakker Zümrüt uit de Vlaardingerstraat rijdt langs: specialist in Baklavasa en Pastanesi. Aan de Monseigneur Nolenslaan zijn aan de koppen van de flats nog steeds winkels gevestigd. Dat is in vergelijkbare wijken in andere steden (Den Haag-Moerwijk, Amsterdam-west) nauwelijks meer het geval. Hier: Eethuis Bodrum, minimarket annex islamitische slagerij Cetinler, koffiehuis Amca.

Een laconiekheid en frisheid onder bewoners en professionals.

Aan de Nieuwe Damlaan is het kleine kantoor van communicatiecentrum Nieuwland “Samen Buurten” gevestigd. Daar vertellen Wil van Vliet en Dina Kohen het aanvullende verhaal. Over de sociale programma’s in Nieuwland die doorgaan, hoewel sommige opgeheven of vervangen zijn en er meer door vrijwilligers wordt gedaan. Hier komt de zin tot leven uit het rapport van de Visitatiecommissie Veertig Wijken Aanpak van juni 2011. Want in Nieuwland bespeurde de Commissie ‘een laconiekheid en frisheid onder bewoners en professionals bij de aanpak’.
Het team Samen Buurten klopt tot 2014 op alle voordeuren van de wijk, blok voor blok. ‘Nieuwland is natuurlijk een lappendeken, elk buurtje is anders. Wij proberen de bewoners bij elkaar te betrekken, ze achter hun voordeur vandaan te halen. Ze te activeren, maar eerst te luisteren naar hun problemen, die vaak gaan over wonen, veiligheid, taal, gezondheid, werk en inkomen. Wij horen hoe bewoners in hun schulp kruipen, zich isoleren, door ziekte, gebreken, armoede’, zegt Wil van Vliet, van huis uit maatschappelijk werkster. Het kleine bureautje kan draaien volgens een convenant van gemeente, corporatie en welzijns- en dienstverleningsstichtingen.

Proberen de bewoners bij elkaar te betrekken en ze achter hun voordeur vandaan te halen.

De wandelclub en het park
‘Sommige mensen in de oudere huurflats klagen over het ontbreken van cv, over vochtproblemen, een afzuigkap mag niet. En ze zijn gewend potjes lang op het vuur te laten sudderen. De corporatie zegt: wij renoveren de komende tien jaar niet. De hoop was steeds: sloop met een verhuisvergoeding, nu is er zekerheid. Dat is goed’, aldus Wil van Vliet.

Haar collega Dina Kohen, die Turks, Frans, Duits, Nederlands spreekt, heeft een simpel voorbeeld van een Samen Buurten-succes: de wandelclub.
Kohen: ‘We spraken twee vrouwen die meer wilden bewegen. Ze dachten aan wandelen. Wij koppelden hen aan een derde en zo begon de wandelgroep. Steeds meer vrouwen en mannen lopen mee, tientallen intussen. Zij organiseren het zelf. Wie voor het eerst meedoet, krijgt naast zich een ‘meeloper’. Een paar keer per week gaan ze uren op pad. Na afloop wordt er nagepraat in café ’t Puttertje, waar de regel is: er wordt Nederlands gesproken. Veel vriendschappen ontstonden al wandelend. En iedereen voelt zich beter.’
Een bijkomend effect is een grotere betrokkenheid bij de buurt. Voorbeeld: het park waardoorheen de groep steevast loopt, het Beatrixpark, krijgt binnenkort een opknapbeurt. De wandelaars - alle leeftijden, uit veel verschillende culturen - nemen deel aan de wijkoverleggroep die adviseert over een nieuw aan te leggen grote en kleine wandelroute.

‘Ga ergens beginnen. Wacht niet, al denk je dat het laat is.

Lessen zijn er genoeg te trekken uit de stadsvernieuwing van Nieuwland. Wat zou Anke Bodewes andere steden, bestuurders, investeerders en haar eigen vakgenoten aanraden, met deze ervaringen? ‘Begin! Ga ergens beginnen, wacht niet, al denk je dat het laat is. En betrek bij je plannen alle partijen die iets weten van je stad of dorp.’

 

Het belang van de oude stad

De oude binnenstad van Schiedam is belangrijk voor de ontwikkeling van de nieuwere wijken eromheen, en voor de hele gemeente, zegt Anke Bodewes. Nieuwland, uit de jaren vijftig en zestig, ligt op loopafstand van de oude straten en stegen, waar belangrijke winkelketens een vestiging hebben. De ontwikkeling van de vastgoedwaarde in dit centrum vraagt voortdurend aandacht. Bodewes pleit daar hartstochtelijk voor: 'Eerst moeten we de stad heel maken met een binnenstad die compacter is. Het centrum werd de laatste decennia eigenlijk te veel uit elkaar geslagen. Er lagen te ambitieuze plannen. Ga liever voor de mooie kapel dan voor een kathedraal, dat moet volgens mij het motto zijn.'

 

Ze toont trots een enkele hectare groot kaal binnenstadsterrein, waar binnenkort huizenbouw begint. 'We staan hier op de grens van Nieuwland en de oude stad. Een oude kartonnagefabriek is afgebroken. We hebben goed nagedacht welke doelgroep zich hier wil vestigen. Grondgebonden huizen worden het, met kopers en huurders merendeels uit de regio. Veelal Schiedam, soms Vlaardingen of Rotterdam. De schaal van deze stad, de sfeer van de binnenstad, trekt mensen aan.'

Bodewes wijst bij alle plannen op het belang van voldoende groen. In veel naoorlogse wijken van de generatie-Nieuwland verdwijnt immers het echt groene karakter. Er komen meer bakstenen en grote anonieme woonblokken voor terug: 'We moeten telkens vechten voor genoeg groen in plannen. Groen is bij hoge dichtheden de verzoening.'

Trefwoorden: Tags: Wonen

Uw bijdrage

Log in met om uw bijdrage te plaatsen.