Belastingen en gemeenten

Aanslagen gemeente en waterschap op één aanslagbiljet. Rioolheffing van eigenaren niet in strijd met Kaderrichtlijn Water
Rechtbank Arnhem beslist dat een belastingsamenwerking (openbaar lichaam) aanslagen van gemeente en waterschap mag verenigen op één aanslagbiljet. Ook beslist de rechtbank dat de rioolheffing van eigenaren niet in strijd is met de Kaderrichtlijn Water (KRW). Belanghebbende is in 2010 eigenaar en gebruiker van een woning die is aangesloten op de gemeentelijke riolering. De belastingsamenwerking heeft in een gecombineerd aanslagbiljet voor 2010 een WOZ-waarde beschikt en aanslagen onroerendezaakbelastingen, rioolheffing, afvalstoffenheffing, watersysteemhef fing gebouwd, watersysteemheffing ingezetenen en zuiveringsheffing opgelegd. Deze zijn alle in geschil. De rechtbank oordeelt dat de aan de gemeenschappelijke regeling deelnemende overheden zowel hun besluit tot deelname als de belastingverordeningen op de juiste wijze bekend hebben gemaakt. De verschrijving ‘rioolrechten’ in plaats van ‘rioolheffing’ in de bekendmaking heeft geen gevolgen voor de aanslag rioolheffing.

De belastingsamenwerking is bevoegd om namens de betreffende gemeente en het waterschap de aanslagen op te leggen. Uit het gecombineerde aanslagbiljet en de toelichting op de achterzijde blijkt voldoende duidelijk waarvoor en voor welke overheidsinstantie de belastingsamenwerking de WOZ-beschikking en aanslagen heeft opgelegd. Artikel 9 van de KRW (over de kostenterugwinning van waterdiensten) bevat geen onvoorwaardelijke en voldoende nauwkeurig bepaalde verplichtingen voor de lidstaat of rechten waarop de particulier zich kan beroepen. Overigens hoort belanghebbende als eigenaar van een woning met rioolaansluiting volgens de rechtbank tot de watergebruikssector “huishoudens” en moet daarom volgens artikel 9 KRW als “vervuiler betalen”, in dit geval via de rioolheffing. De belastingsamenwerking maakt aannemelijk dat bij de rioolheffing de geraamde baten niet de geraamde lasten overschrijden. De rechtbank vindt een toerekening van 50 procent van de kosten van straatreiniging niet onredelijk. Omdat de belastingsamenwerking de aanslag afvalstoffenheffing heeft vernietigd, maar daarvan geen afschrift aan de rechtbank heeft gestuurd, en omdat zij belanghebbende in de bezwaarfase ten onrechte niet heeft gehoord, is het beroep gegrond. De rechtbank vernietigt alleen de aanslag afvalstoffenheffing en handhaaft de WOZ-beschikking en overige aanslagen. (Rechtbank Arnhem 26 januari 2012, LJN: BV2676)

Goede kostenonderbouwing nodig bij retributies
Gemeenten blijken niet altijd een goede kostenonderbouwing te kunnen leveren voor bijvoorbeeld leges en rioolheffing. De heffing loopt dan gevaar. Op grond van Hoge Raad 24 april 2009, LJN: BI1968, gelden (verzwaarde) eisen voor de motivering van de gemeente als belanghebbende stelt dat sprake is van een overschrijding van de opbrengstlimiet (artikel 229b Gemeentewet).
Gevallen waarin het fout ging, zijn:

• Hof Arnhem 14 februari 2012, LJN: BV7056: legesverordening
onverbindend.
• Rechtbank Utrecht 23 december 2011, LJN: BU8704: leges­
verordening onverbindend.
• Hof ‘s­Hertogenbosch 16 december 2011, LJN: BV7606:
verordening rioolrecht onverbindend.
Het gaat vaak om aanzienlijke belastingbedragen. Investeren in een goede  kostenonderbouwing  loont  daarom de moeite.  De  VNG heeft modellen kostenonderbouwing op haar website staan.

Gemeente bewijst ontbreken parkeerkaartje
Rechtbank ’s-Hertogenbosch beslist dat de gemeente voldoet aan zijn bewijslast dat de naheffingsaanslag met recht is opgelegd.
Belanghebbende krijgt een naheffingsaanslag parkeerbelasting voor parkeren zonder betalen. Belanghebbende gaat na afwijzing van zijn bezwaar in beroep. In geschil is of de naheffingsaanslag terecht is opgelegd. De bewijslast, dat de naheffingsaanslag terecht is opgelegd, ligt bij de heffingsambtenaar. Die overlegt een foto van de voorruit en een op ambtseed opgemaakt proces-verbaal van de parkeercontroleur en geeft uitleg over de werkwijze van de parkeercontroleur. Daarmee maakt de heffingsambtenaar aannemelijk dat een geldig parkeerkaartje ontbrak. Met het overleggen van een parkeerkaartje bewijst belanghebbende niet dat hij de parkeerbelasting wel heeft betaald, mede gelet op de levendige handel die bestaat in gebruikte parkeerkaartjes. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. (Rechtbank ’s-Hertogenbosch 2 februari 2012, LJN: BV7392)

Bouwsom voor bouwleges omvat alle bouwkosten windturbine
Hof Arnhem beslist dat voor de berekening van leges alle kosten van de bouw van een windturbine worden meegenomen. Belanghebbende ontvangt een nota leges voor de aanvraag van een bouwvergunning. De leges is berekend over een bedrag van 12 miljoen euro aan bouwkosten. Na afwijzing van het bezwaar gaat belanghebbende in beroep. De rechtbank verklaart het beroep gegrond.
Belanghebbende en de gemeente gaan in hoger beroep. In geschil is of alle of een deel van de kosten van de windturbine in berekening voor de leges worden meegenomen. Belanghebbende stelt dat slechts de kosten van de fundering, de mast en de gondel in de berekening van de bouwsom worden meegenomen. Hij wijst daarbij op de NEN-normen waaruit zou blijken dat de kosten van de overige elementen, zoals tandwielkast en generator, niet tot de bouwsom behoren. De gemeente stelt dat de volledige kosten tot de bouwsom worden berekend. Het hof stelt dat alle kosten behoren tot de bedrijfsinstallaties en daarom tot de bouwsom voor de leges. Dat delen onder de werktuigenvrijstelling van de Wet WOZ vallen maakt daarbij niet uit. Het Hof oordeelt dat de gemeente met recht alle kosten tot de bouwsom heeft gerekend. Het beroep van de gemeente is gegrond. (Gerechtshof 13 maart 2012, LJN: BV9733)

Trefwoorden: Tags:  

Uw bijdrage

Log in met om uw bijdrage te plaatsen.