Belastingen en gemeenten

Geen naheffingsaanslag parkeerbelasting door onbereikbaarheid gemeente
Rechtbank ’s-Gravenhage vernietigt de naheffingsaanslag parkeerbelasting omdat de gemeente niet bereikbaar was om een wijziging van het kenteken op de parkeervergunning te melden. Belanghebbende heeft op een zondag om 22.00 uur een leenauto zonder betaling van parkeerbelasting geparkeerd. Hij heeft daarbij zijn eigen parkeervergunning gebruikt en een papier in de leenauto gelegd met een verklaring voor het afwijkende kenteken. Officieel had hij de wijziging van het kenteken aan de gemeente moeten melden. Telefonisch kon dit echter alleen op werkdagen tot 16.00 uur. De rechtbank oordeelt dat belanghebbende buiten zijn schuld niet aan een van de vergunningvoorwaarden heeft kunnen voldoen. De gemeente moet het doorgeven van telefonische wijzigingen op dagen en tijdstippen dat betaald parkeren geldt mogelijk maken. Het voert te ver om van iedere vergunninghouder te verwachten dat hij via het internet wijzigingen door kan of moet geven. Het beroep is gegrond. (Rechtbank ‘s-Gravenhage 9 mei 2012, LJN: BW7048)

Geen forensenbelasting door verhuur aan kinderen
Rechtbank ’s-Gravenhage vernietigt de aanslag forensenbelasting omdat door verhuur van de recreatiewoning aan vier kinderen belanghebbende niet gedurende meer dan 90 dagen in het jaar over de woning kan beschikken. Belanghebbende heeft een recreatiewoning. Hij verhuurt de woning voor 250 euro per week aan zijn vier zelfstandig in Nederland wonende kinderen voor elf weken per kind per jaar. De gemeente legt belanghebbende een aanslag forensenbelasting 2011 op voor het meer dan 90 dagen beschikbaar houden van een gemeubileerde woning voor zichzelf of zijn gezin. In geschil is of dit terecht is. De gemeente stelt primair dat de vier kinderen nog tot het gezin van belanghebbende behoren. Subsidiair stelt de gemeente dat sprake is van ‘fraus  legis’ (wetsontduiking). De rechtbank oordeelt dat noch in de verordening, noch in de Gemeentewet een definitie staat van gezin. Naar spraakgebruik en volgens Van Dale’s woordenboek Nederlandse taal wordt een gezin gevormd door ouders en hun kinderen, die samen op hetzelfde adres hun hoofdverblijf hebben. De zelfstandig wonende kinderen maken daarom geen deel meer uit van het gezin van belanghebbende. Uit het verhuurschema bij de huurovereenkomst blijkt dat belanghebbende en zijn echtgenote de woning alleen in januari en december gebruiken, waardoor niet is voldaan aan het 90-dagencriterium. Voor wetsontduiking is vereist dat verijdeling van belastingheffing het doorslaggevende motief is geweest voor het aangaan van de huurovereenkomst en dat sprake is van strijd met doel en strekking van de wet. De met de kinderen gesloten huurovereenkomst is naar zijn aard en inhoud niet ongebruikelijk. Ook is een zakelijke huurprijs afgesproken. Dat belanghebbende afziet van invordering van de huurvergoeding, maakt dit niet anders. Het beroep is gegrond. De rechtbank vernietigt de aanslag. (Rechtbank ‘s-Gravenhage, 2 mei 2012, LJN: BW7087)

Vergoeding voor kosten telefonische hoorzitting
De Hoge Raad beslist dat een telefonische hoorzitting onder bepaalde omstandigheden wordt aangemerkt als een gewone hoorzitting en dat de kosten van de hoorzitting voor vergoeding in aanmerking komen. Belanghebbende maakt bezwaar. In bezwaar wordt de gemachtigde telefonisch gehoord. Het bezwaar wordt afgewezen, maar het daaropvolgende beroep wordt toegewezen. De rechtbank veroordeelt de inspecteur tot de proceskosten, maar kent geen punt toe voor de telefonische hoorzitting. In hoger beroep beslist Hof ’s-Hertogenbosch dat de telefonische hoorzitting niet als proceshandeling zoals genoemd in het Besluit proceskosten is aan te merken. Belanghebbende gaat tegen dat oordeel in cassatie. De Hoge Raad overweegt dat niet elk telefoongesprek tussen het bestuursorgaan en een rechtsbijstandverlener in de bezwaarprocedure een hoorzitting in de zin van het Besluit proceskosten is. De mogelijkheid bestaat echter dat het telefoongesprek zo plaatsvindt dat het zich, afgezien van de lijfelijke aanwezigheid, niet onderscheidt van een gewone hoorzitting.
Het voeren van het telefoongesprek, dat met toestemming van beide partijen in de plaats is gekomen van de hoorzitting, wordt in dit geval daarom op één lijn gesteld met het verschijnen ter hoorzitting. Het hof heeft daarom ten onrechte geen kostenvergoeding toegekend voor het horen in de bezwaarfase. Het beroep in cassatie is gegrond. (Hoge Raad 1 juni 2012, LJN: BW7081)

Kosten taxatierapport niet vergoed
Hof Amsterdam beslist dat de kosten van een deskundigenrapport niet worden vergoed omdat niet duidelijk is welk bedrag belanghebbende uiteindelijk zal betalen. Belanghebbende maakt bezwaar tegen de WOZ-beschikking. Het bezwaar is gegrond,  maar de gemeente vergoedt de kosten voor het overgelegde taxatierapport niet. In hoger beroep is in geschil of dat terecht is. Gemachtigde verklaart dat het bedrag van de factuur wordt aangepast tot het bedrag dat uiteindelijk door de rechter als vergoeding wordt toegekend en dat dan eventueel een creditfactuur wordt uitgereikt.
Het hof oordeelt dat er onder deze omstandigheden geen sprake is van een op belanghebbende rustende en bepaalbare betalingsverplichting voor taxatiekosten. Volgens het hof is het onduidelijk welk bedrag belanghebbende uiteindelijk voor het uitbrengen van het rapport zal moeten betalen. Het hof wijst het verzoek tot kostenvergoeding af. (Gerechtshof Amsterdam 19 april 2012, LJN: BW3801)

Trefwoorden: Tags:  

Uw bijdrage

Log in met om uw bijdrage te plaatsen.