Samen voor elkaar in Haarlem

De gemeente Haarlem ontwikkelt samen met burgers en maatschappelijke organisaties een nieuw betaalbaar systeem van maatschappelijk ondersteuning en activering. Eigen kracht en behoeften van burgers zijn daarvoor leidend. Wethouder Jack van der Hoek: ‘De systeemwijziging maakt enorm veel energie los in de stad. Door die positieve flow bij burgers en organisaties verwacht ik dat we echt komen tot nieuwe manieren van werken, waardoor een adequate ondersteuning van mensen die het nodig hebben overeind blijft.’

Een mevrouw die boodschappen wil doen en ‘gezelligheid bieden’, een jongen die  wel wil uitleggen hoe een Mac werkt, een jonge vrouw die hulp aanbiedt bij administratie en het huishouden, een meneer die iemand zoekt om mee naar de film te gaan en een hoogbejaarde dame die haar plafond wil laten witten. Het zijn voorbeelden van de tientallen aangeboden en gevraagde diensten op buurtmarktplaats BUUV in Haarlem. Sinds november 2010 kunnen inwoners van de Noord-Hollandse gemeente gebruikmaken van deze lokale marktplaats en zijn er al honderden diensten gratis verleend. Behalve dat alle advertenties op www.buuv.nu staan, hangen ze ook op borden op locaties in vier wijken waar veel mensen komen.
In een zorgcentrum bijvoorbeeld, waar dagelijks buurtbewoners binnenlopen om naar de huisarts, de fysiotherapeut of de apotheek te gaan.

Eigen kracht
Uitgangspunt van de dienstverlening via BUUV is dat het vrijwillig gebeurt. BUUV gaat uit van wederkerigheid, van de eigen kracht en verantwoordelijkheid van mensen. Iemand met een fysieke handicap kan een ander bijvoorbeeld prima helpen met taal of administratie. ‘Mensen worden weer gewaardeerd om wat ze wel kunnen in plaats van dat ze worden bekeken op basis van wat ze niet kunnen’, zegt de Haarlemse wethouder Jack van der Hoek (D66). ‘Laatst sprak ik een vrijwilliger bij de dagbesteding voor mensen met een verslaving en een psychische achtergrond. Die was erg blij dat hij daar iets voor anderen kan betekenen in plaats van thuis rond te hangen.’ Een ander effect van BUUV is dat de sociale cohesie in buurten weer toeneemt. ‘Mensen leren elkaar weer kennen. Als iemand je geholpen heeft met de boodschappen of het snoeien, zeg je die ook weer gedag bij de supermarkt’, aldus de wethouder.

We zijn continu bezig met activeren en verbindingen leggen.

BUUV is er voor hulpvragen van burgers waaraan anderen op vrijwillige basis kunnen voldoen. Als er een vraag binnenkomt die te groot of ingewikkeld is (bijvoorbeeld als iemand echt psychiatrische zorg nodig heeft), dan dragen sociaal makelaars van BUUV die over aan een organisatie waar die vraag wel op zijn plaats is. Ook komt het voor dat professionals aan BUUV vragen om extra ondersteuning te bieden. Huisartsen en wijkverpleegkundigen schakelen BUUV bijvoorbeeld in om patiënten in het ziekenhuis te begeleiden. Communicatiemedewerker Kirsten van Wieringen van BUUV: ‘We bouwen consequent aan een soort van web. We zijn continu bezig met activeren en verbindingen leggen. We bellen bij mensen aan om te vragen of ze BUUV kennen en of ze hulp kunnen gebruiken of bereid zijn iemand te helpen. We maken reclame voor BUUV wanneer we maar kunnen, bijvoorbeeld tijdens een weekmarkt. We wisselen kennis uit met andere afdelingen van de gemeente en alle welzijns- en zorginstellingen in de stad. We zitten aan tafel met alle organisaties die actief zijn in buurten en met bewonersinitiatieven, waardoor we mensen nog beter weten te bereiken. Met een woningcorporatie die elke twee weken een spreekuur in wijkcentra heeft, hebben we nu afgesproken dat ze die spreekuren nu ook benutten voor BUUV-vragen. Alleen door zo’n actieve houding, krijg je nog dingen voor elkaar.’

 

Hofjesdenken

Inspiratiebron voor de nieuwe inrichting van de zorg en maatschappelijke ondersteuning in Haarlem zijn de hofjes uit de achttiende en negentiende eeuw, die door welgestelden en kerkelijke stichtingen werden gefi ancierd. Mensen die het moeilijk hadden, zoals alleenstaande vrouwen en weduwen met kinderen, konden zo met een bepaalde vorm van zorg  toch zelfstandig wonen. Hof 2.0, zoals de beleidsvisie in Haarlem heet, begint met het vragen aan burgers wat zij kunnen en willen betekenen voor hun medeburgers, wijk, buurt of stad.

 

Inmiddels is Hof 2.0 in Haarlem inspiratiebron en onderdeel geworden van de ontwikkeling op de terreinen welzijn en zorg, jeugd, onderwijs en sport en werk en inkomen. De noemer waaronder de innovatie van het sociale domein plaatsvindt, is 'Samen voor elkaar'. Om te ontdekken hoe deze systeeminnovatie uiteindelijk het beste kan worden vormgegeven, starten er dit jaar in totaal vijf pilots, zogeheten praktijkwerkplaatsen, waar naast de gemeente ook organisaties en burgers in participeren. Thema's voor die pilots zijn onder andere hoe mensen zo makkelijk mogelijk passende hulp op internet kunnen vinden, ondersteuning op maat in de wijken (wijkcoaches), mensen zo lang mogelijk in staat stellen zelfstandig in hun eigen buurt te wonen en hoe actieve burgers het beste ondersteund kunnen worden.

Voor meer informatie zie www.haarlem.nl/samenvoorelkaar en www.buuv.nu

Nieuwe inzichten
BUUV is niet de enige dienstenmarktplaats in Nederland, maar met zo’n 1500 actieve deelnemers -en een groei in het laatste half jaar met circa 100 BUUV’ers per maand – een van de weinige echte successen. Zo succesvol zelfs dat de gemeente Haarlem een deel van de zorg op het gebied van zorg en welzijn daarop gaat enten. Bezuinigingen en de groter wordende groep ouderen die zo lang mogelijk zelfstandig willen blijven wonen, noodzaken gemeenten tot een fundamentele herbezinning om de zorg en ondersteuning voor kwetsbare groepen zo adequaat mogelijk te organiseren. Los daarvan vond het Haarlemse gemeentebestuur het de hoogste tijd om te bekijken of alle subsidies op het sociale vlak wel optimaal besteed worden. Dat bij elkaar leidde ertoe dat Haarlem niet alleen koos voor de kaasschaaf om de bezuinigingen op te vangen, maar ook besloot te starten met een innovatietraject om tot wezenlijk nieuwe inzichten en ideeën te komen voor de vormgeving van zorg en maatschappelijke ondersteuning. Wethouder Jack van der Hoek: ‘We maken een omslag van een overheid die zorgt voor naar een overheid die zorgt dat … Niet de overheid is de eigenaar van uw problemen, zeggen we tegen mensen. Dat bent u zelf en al naar gelang uw zelfredzaamheid ondersteunen wij u opdat u zo goed mogelijk aan de samenleving kunt meedoen.’ Dat is voor zowel burgers als organisaties en hun cliënten geen eenvoudige boodschap, geeft hij toe. ‘Maar zij wordt wel goed begrepen. Ik ben nog niemand tegengekomen die het nonsens vindt en op de oude voet verder wil. De visie Hof 2.0 die onder deze aanpak ligt en is aangenomen door de raad, is dan ook in nauwe samenwerking met het zorg- en welzijnsveld tot stand gekomen. Iedereen beseft dat we het slimmer en anders moeten gaan doen.
De bereidheid bij de instellingen om te experimenteren en mee te denken welke weg we op moeten gaan, is groot.’

Iedereen krijgt zo de kans om in co-creatie zijn steentje bij te dragen.

Dat meedenken gebeurde de afgelopen maanden al tijdens tal van bijeenkomsten, waar lokale ambtenaren, raadsleden, bestuurders van welzijns- en zorgorganisaties, hulpverleners en andere geïnteresseerden welkom waren. In groepen werd besproken hoe dingen anders en beter kunnen en moeten. Iedereen krijgt zo de kans om in co-creatie zijn steentje bij te dragen. Wat daar vooral opvalt, zegt Van der Hoek, is dat iedereen echt wil dat mensen goed worden geholpen. ‘Door deze systeemverandering hebben professionals het weer over hun vak en over mensen. Dat motiveert. Zo was er een directeur van een zorgorganisatie die vertelde dat een groot deel van de kosten van de zorg voor gehandicapten in transport zit, eenderde ongeveer. Hij zat al te denken hoe hij daarop zou kunnen besparen om meer geld vrij te maken voor echte zorg. Bijvoorbeeld met meer zorglocaties in wijken, dicht bij cliënten.
Andere bewegingen die ik bij organisaties bespeur, is dat ze met elkaar in gesprek gaan over hoe ze elkaar kunnen helpen om efficiënter en effectiever te werken.
Bijvoorbeeld door overhead, locaties en/of kantoorruimte te delen.’

Scherpe keuzes
Tijdens die bijeenkomsten worden de scherpe dilemma’s niet geschuwd. Aan de hand van casussen krijgen deelnemers bijvoorbeeld de vraag voorgelegd of iemand in een bepaalde situatie nog geholpen moet worden of dat hij zijn eigen boontjes moet doppen. ‘Zo halen we kennis op over wat wel en niet moeilijk ligt, zodat we als college weten of een voorstel politiek een zware dobber wordt of niet. Wat niet wil zeggen dat we moeilijke besluiten uit de weg gaan. Ik sluit niet uit dat we uiteindelijk scherpe keuzes moeten maken. Het moet nu eenmaal betaalbaar blijven’, aldus de wethouder.

Ik sluit niet uit dat we uiteindelijk scherpe keuzes moeten maken.

Een voorbeeld van een mogelijke bezuiniging, zegt Van der Hoek, is dat van een organisatie die eenzaamheid bestrijdt door een of twee keer in de week mensen uit te nodigen voor de koffie. ‘Mooi initiatief, maar je kunt ook verdedigen dat als mensen elkaar willen ontmoeten, ze dat vooral zelf moeten doen. Iemand kan ook via BUUV mensen uitnodigen om bij hem of haar op de koffie te komen. Komt u nu bij mij, dan kom ik volgende week bij u.’ Kirsten van Wieringen: ‘Maar zo simpel is het in de praktijk vaak niet, omdat de mensen om wie het gaat niet in staat zijn om hun eigen netwerk te onderhouden.
Vanuit BUUV stimuleren we dan ook dat buurtbewoners iets doen voor mensen die alleen niet uit hun isolement komen.’

Web van voorzieningen
Het uiteindelijke doel van de systeemwijziging van het sociale domein in Haarlem is dat er een web van voorzieningen in de stad ontstaat; een basisinfrastructuur van vrijwillige en professionele ondersteuning, waarbij professionals alleen worden ingezet waar het écht nodig is. Tevens moeten de zorg- en welzijnsorganisaties elkaar gaan aanvullen in plaats van dat ze dezelfde dingen doen. Dat kan ertoe leiden dat activiteiten die nu nog door professionals worden gedaan, worden overgenomen door vrijwilligers, dat organisaties inkrimpen, fuseren of zelfs verdwijnen. Volgens Van der Hoek hebben organisaties ook weinig keus. ‘Het tijdperk waarin organisaties nog alleen vanuit hun eigen kokertje naar de samenleving kijken, is echt voorbij zijn. Als je als organisatie daarin niet wil meebewegen, dan ben je geen knip voor de neus waard; blijkbaar is het organisatiebelang dan groter dan het cliëntbelang van waaruit je ooit bent gestart. Het is toch bedroevend om anno 2012 te moeten constateren dat we al tientallen jaren onze mond vol hebben van integraal werken, maar dat er vaak nog niks van terecht komt. Tot mijn verbazing kijken veel hulpverleners die bij gezinnen binnenkomen sec naar het probleem waarvoor zij daar zijn. Ze kijken niet of er andere dingen aan de hand zijn en als ze die wel zien, laten
ze het vaak maar zo. Maar we weten maar al te goed dat als je niet het hele scala  aan problemen in een gezin aanpakt, een deelprobleem ook niet wordt opgelost. Als je een kind ondersteunt om weer naar school te gaan, maar er is nog wel sprake van een vader die slaat of drinkt en er zijn schulden die niet afbetaald worden, dan kun je investeren op dat ene kind, maar dan lukt het waarschijnlijk niet.’

Je kunt niet innoveren zonder te durven.

Slimmer en anders
Dit voorjaar is de gemeente samen met instellingen en burgers gestart om uit te dokteren hoe dingen ook echt slimmer en anders kunnen. Een van die systeemveran- deringen waarmee de eerste ervaringen worden opgedaan is het inzetten van vier wijkcoaches in een van de ‘aandachtswijken’. De wijkcoaches, zowel afkomstig uit het welzijnswerk als vanuit de gemeente, moeten ervoor zorgen dat er werkelijk integraal wordt gewerkt bij de aanpak van problemen. Zij zijn het eerste aanspreekpunt voor mensen die ondersteuning nodig hebben op welk terrein dan ook. Als een wijkcoach bijvoorbeeld in een gezin komt en vijf verschillende problematieken aantreft, stuurt hij de organisaties aan bij de aanpak van die problemen. Behalve dat er is afgesproken dat organisaties toestaan de wijkcoaches gemandateerd zijn om de regie over de geboden ondersteuning te voeren, is hierover niets vastgelegd. Van der Hoek: ‘Het is een van de vijf pilots (zie kader) waarin we eerst willen kijken wat wel en niet soepel werkt.’ Eerst ervaring opdoen met nieuwe aanpakken en je dan pas echt gaan bekommeren over de knelpunten op het gebied van organisatievraagstukken en financieringsstromen is sowieso het devies in Haarlem. Van der Hoek: ‘Misschien is dat wel een beetje wild, maar je kunt niet innoveren zonder te durven. Als je vooraf eerst alles wilt dichtregelen, zijn we over drie jaar nog steeds alleen aan het praten. En daar hebben we nu echt de tijd niet voor.’

Trefwoorden: Tags: Organisatie; Decentrale Overheid

Uw bijdrage

Log in met om uw bijdrage te plaatsen.