Uitgelicht

Expertisecentrum Gemeentefinanciën Vereniging van Nederlandse Gemeenten

Herijking gemeentefonds
De gemeentefondsbegroting 2013 kent - zoals elk jaar - als bijlage het periodiek onderhoudsrapport gemeentefonds (POR). Eén van de centrale vragen van het POR is de vraag of het verdeelstelsel nog in voldoende mate in overeenstemming is met de ontwikkeling van de kostenstructuur van gemeenten. Dit vanuit de belangrijke pijler van kostenoriëntatie binnen het gemeentefonds; de (globale) verdeelsystematiek moet inspelen op verschillen in kosten- structuur tussen gemeenten. Het is een vraag die vorig jaar door het Rijk met nee beantwoord is, toen het voorstellen deed voor de eerste integrale herziening sinds de introductie van het nieuwe verdeelmo- del in 1997. Wat schetst het POR 2013 nu?

Bij dit POR worden de geijkte (verwachte) inkomsten en uitgaven uit het gemeente- fonds geconfronteerd met de werkelijke inkomsten en uitgaven zoals die zijn ver- werkt in de gemeentelijke begrotingen. Daarbij wordt uitgegaan van de begrotin- gen 2012. Het voert te ver om alle bevin- dingen hier te bespreken, een paar promi- nente worden eruit gepikt.

Inkomstenclusters
Bij de Overige Eigen Middelen (OEM) is er een groot verschil tussen de geijkte inkomsten in het gemeentefonds en de feitelijke inkomsten van gemeenten. In het gemeentefonds gaat men ervan uit dat de OEM circa 7 procent van de (netto) inkomsten bedragen. Feitelijk gaat het al jaren om een hoger percentage, al wordt het verschil in de jaren wel kleiner. Zo is het verschil tussen de veronderstelde en feitelijke OEM in 2012 met 3,4 procent gedaald ten opzichte van 2011, met name door lagere inkomsten uit grondexploitatie.

De OZB-tarieven liggen al enkele jaren boven het rekentarief van het gemeente- fonds. Gemeenten halen dus meer OZB op dan waarmee in het gemeentefonds rekening wordt gehouden. Ook in 2012 is de stijging van de feitelijke tarieven hoger dan de stijging van het rekentarief.

 

Uitgavenclusters
Bij de meeste uitgavenclusters is te zien dat de feitelijke uitgaven van gemeenten hoger zijn dan de geijkte uitgaven. Dit wordt enerzijds verklaard door de hogere OZB-inkomsten dan geijkt (zie hierboven bij inkomstenclusters), anderzijds komt dat door lagere uitgaven op een paar andere clusters. Gemeenten geven in 2012 voor educatie minder uit dan het ijkpunt.
Echter, het grote verschil dat in het POR van 2010 was gevonden, is er niet meer. In korte tijd is het verschil significant kleiner geworden. Opvallend is dat gemeenten in 2012 meer extra uitgeven aan openbare orde en veiligheid dan in 2011. Het verschil tussen de feitelijke uitgaven en het ijkpunt is fors groter geworden.

Het grootste cluster binnen het gemeentefonds, de maatschappelijke zorg, laat zien dat gemeenten minder uitgeven dan geijkt. Dat was al zo in 2011, in 2012 is dat iets toegenomen. Met name in gemeenten groter dan 50.000 inwoners blijkt dat het geval.

Samenvattend
De constateringen in het POR geven aan dat de inkomsten en uitgaven van gemeenten in beweging zijn. Dat zijn ze voortdurend, van jaar op jaar. Dat pleit
ervoor om bij een eventuele herijking van het gemeentefonds uit te gaan van de meest recente gegevens en van ontwikke- lingen die een aantal jaren achter elkaar aanhouden. De integrale herijking van het gemeentefonds is vorig jaar in ieder geval uitgesteld tot 2014. Dit is in lijn met de wens van de VNG, die had gepleit voor uitstel tot na de huidige raadsperiode. Op dit moment is de exacte invoeringsdatum nog onbekend. Het is opmerkelijk dat in zowel de septembercirculaire gemeente- fonds als in dit POR niks wordt gezegd over de herijkingsoperatie. Dat doet vermoeden dat invoering van een bijgestelde verdeelsystematiek per 2014 niet aan de orde is.

Lagere uitname dubbele compensatie BTW-verhoging
Als gevolg van het Begrotingsakkoord 2013 met 12 miljard euro aan voorstellen voor ombuigingen is het tarief van de BTW verhoogd naar 21 procent. Het brengt de overheid meer geld in het laatje, waardoor het emu-tekort daalt. Burgers merken dat in hun portemonnee. Maar gemeenten voelen weinig van deze verhoging. Voor zover ze geen BTW-belaste prestaties leveren en de BTW doorberekenen, claimen gemeenten de betaalde BTW op inkoop bij het BTW-compensatiefonds. Langs die weg krijgen ze de meerkosten van de BTW- verhoging vergoed. Alleen bij uitgaven  met niet-compensabele BTW zoals de stichtingskosten van schoolgebouwen, kunnen gemeenten de verhoging van de BTW niet bij het BTW-compensatiefonds verhalen.

Ministeries kunnen de betaalde BTW niet claimen bij een compensatiefonds. Zij krijgen vanwege de hogere kosten door de BTW-verhoging prijscompensatie.
Echter die prijscompensatie werkt via de normeringsmethodiek door naar de
omvang van het gemeentefonds. Gemeen- ten gaan mee de trap op. Dat betekent
dat gemeenten langs deze weg dubbele compensatie voor de BTW-verhoging krijgen. In de septembercirculaire is aange- geven dat het gemeentefonds om deze reden wordt gekort met 64,7 miljoen euro. De dubbele compensatie wordt teniet gedaan. Alleen is bij deze korting geen rekening gehouden met niet-compensa- bele BTW van gemeenten. Voor dat deel van de gemeentelijke uitgaven is immers geen sprake van dubbele compensatie.
Reden voor de Vereniging van Nederland- se Gemeenten om aan de bel te trekken. Er moet nog een neerwaartse correctie plaatsvinden van de uitname van 64,7 miljoen euro voor niet-compensabele BTW. Gemeenten worden naar verwach- ting tegen het eind van het jaar geïnfor- meerd over de hoogte van het definitieve bedrag van de uitname uit het gemeente- fonds.

Maximale betalingstermijn gemeenten 30 dagen
In de Eerste Kamer ligt een wetsvoorstel dat een Europese richtlijn voor maximale betalingstermijnen voor handelsfacturen omzet naar Nederlands recht (Kamerstuk- ken 33171). Nederland heeft bij de totstand-
 
koming van die richtlijn aangedrongen op strengere regels voor de overheid zelf. Dat met het argument dat de overheid een voorbeeldfunctie heeft. Na invoering van de wet geldt voor gemeenten en gemeen- schappelijke regelingen een maximale betalingstermijn van 30 dagen na de ontvangst van de factuur. Als de factuur voor de levering van de prestaties is ontvangen, mogen de 30 dagen worden gerekend vanaf het moment van levering.

Als een gemeente niet betaalt binnen deze termijn kan de schuldeiser aanspraak maken op minimaal 40 euro aan invorde- ringskosten. De ondernemer in kwestie hoeft deze kosten niet te onderbouwen. Contractueel kunnen hogere invorderings- kosten worden overeengekomen, maar niet lagere. Ook kan de schuldeiser vanaf de uiterste betalingsdatum aanspraak maken op een wettelijke handelsrente. Die bedraagt de herfinancieringsrente van de Europese Centrale Bank vermeerderd met een opslag van 8 procent. Als een onder- nemer deze kosten claimt, kan de gemeen- te wel om een factuur voor deze kosten vragen.

De nieuwe regels krijgen een plek in boek 6 van het Burgerlijk Wetboek en moeten van Europa uiterlijk 13 maart 2013 zijn ingevoerd. Dat wordt waarschijnlijk een paar maanden eerder. De regels gelden niet voor vorderingen van burgers op de overheid. Natuurlijk gelden de regels ook niet als de factuur wordt betwist, omdat de geleverde goederen of diensten niet deugden en de gemeente de ondernemer daarop heeft aangesproken. Gemeenten die ruimere betalingstermijnen hanteren, moeten hun interne procedures aanpassen om de betalingstermijn van facturen tot onder de 30 dagen terug te brengen. 

Trefwoorden: Tags:  

Uw bijdrage

Log in met om uw bijdrage te plaatsen.