De schaduwzijde van de nieuwe Aanbestedingswet

Lagere kosten voor bouw, beheer en onderhoud van publieke gebouwen is noodzaak voor de overheid. Het is de vraag of de nieuwe Aanbestedingswet daarbij helpt. De innovatie in de bouwsector, die mede op gang is gebracht met ketenintegratie, loopt risico door de nieuwe regels. Het taboe op raamcontracten en het bundelen van percelen zal de inkoopkracht van overheden eerder verzwakken dan versterken.

De overheid is een van de reddingsboeien waaraan de bouwsector zich vastklampt. Volgens een rapport van het ministerie van I&M heeft de overheid ongeveer
12.000 utiliteitsgebouwen. Als ook zorg en onderwijs worden meegeteld, beheert de publieke sector 42 procent van het gebouwareaal. Jaarlijks besteden de diverse overheden samen 2,5 miljard euro aan onderhoud, beheer, renovatie, nieuwbouw en huur. Door de nieuwe Aanbestedingswet, die op 1 april in werking trad, krijgt het MKB nu een reële kans om mee te dingen naar overheidsopdrachten.

Minder complex
Overheden kozen de afgelopen jaren bij ontwerp, uitvoering en onderhoud van gebouwen steeds vaker voor aanbesteding via complexe raamcontracten. Kleine bedrijven kunnen deze schaalgrootte niet bieden en voelen zich buitengesloten.
Door de nieuwe Aanbestedingswet kan dit voortaan als ongewenst bundelen van percelen worden gezien, tenzij de aanbesteder daarvoor goede argumenten heeft. Instellingen met diverse vestigingen mogen bijvoorbeeld het onderhoud aan al hun gebouwen niet meer als vanzelfsprekend aan één partij uitbesteden. Elke vestiging moet apart aanbesteden. Dat leidt tot kleinere, minder complexe aanbestedingen. Hierdoor stijgen de kansen voor het MKB om opdrachten van de overheid te krijgen. Dit is een van de argumenten voor de nieuwe wet, die verder ook zou leiden tot lagere kosten en minder administratieve rompslomp bij aanbestedingen.

Terug bij af
Maar of dat na april ook werkelijk gaat gebeuren, valt te bezien. De Aanbestedingswet heeft namelijk ook een schaduwzijde. Niet alleen raamcontracten, ook de zogenaamde geïntegreerde contracten kunnen als ongewenste bundeling van percelen worden aangemerkt. Maar opsplitsing in kleinere contracten kan leiden tot versnippering van aanbieders. En dan zijn wij eigenlijk weer terug bij de situatie waar we in de bouwsector vanaf hoopten te zijn. Juist nu de bouwsector begint in te zien dat de klantgerichtheid toeneemt dankzij ketenintegratie.

Innovatie is de beste garantie voor meer werkgelegenheid.

In de bouwsector is al jaren duidelijk dat innovatie de enige weg is. TNO toonde aan dat innovatie ook in de bouw de beste garantie is voor meer werkgelegenheid.
Hoe deze vernieuwing eruit moet zien, is ook bekend. Duurzaam bouwen, langere levensduur, eenvoudiger ombouw van gebouwen, goedkoper onderhoud, het is allemaal al uitgevonden. De innovatieve bouwbedrijven combineren inmiddels ontwerp, bouw en onderhoud en bieden daarmee duurzame en gebruikersvriendelijke oplossingen.

Duurzaam gebouwbeheer
De resultaten van innovatie in de bouwsector sluiten naadloos aan bij de ambities van de overheid voor gebouwbeheer: jaarlijks 2 procent minder energiekosten, 20 procent meer duurzame energie in 2020 (ten opzichte van 1990) en 30 procent lagere
 
CO2-uitstoot in 2020 (ten opzichte van 1990). Doelen van deze aard vragen om samenwerking in de bouwketen. Ook de overheid erkent dit. Eind vorig jaar sloot de provincie Limburg een convenant voor meer samenwerking in de bouwketen met Bouwend Nederland, LWV, Uneto-VNI en een aantal woningcorporaties.

Maar de noodzaak tot integratie staat op gespannen voet met de versnipperde aanpak die de Aanbestedingswet feitelijk aanmoedigt. De kans dat vernieuwing in de bouw weer vertraagt, is daardoor groot.

 

Perspectief
Toch biedt de Aanbestedingswet ook perspectief. Alleen maar gunnen aan de laagste aanbieder wordt ontmoedigd. Aanbestedende diensten moeten voortaan gunnen op basis van de economisch meest voordelige inschrijving (EMVI). Dat wil zeggen dat kwaliteitsaspecten, in de breedste zin, naast de laagste prijs worden meegewogen.
Het probleem is alleen dat deze EMVI-criteria niet eenduidig zijn. Het vereist voor ieder project maatwerk en de nodige professionaliteit bij de aanbestedende dienst. Er zijn voorbeelden waarbij juiste toepassing van EMVI-criteria tot slimme innovatieve aanbiedingen kan leiden. Er zijn echter ook voorbeelden waarbij onjuiste toepassing van EMVI-criteria tot veel administratieve rompslomp en hoge transactiekosten leidt. Het is aan de bouwsector om nu een gezamenlijk kennisniveau op te bouwen waarbij vragers en aanbieders weten hoe zij elkaar kunnen uitdagen met behulp relevante EMVI-criteria.

Al met al is de nieuwe Aanbestedingswet een stap in de richting van een duurzaam Nederland. Het belang van economisch voordeel bij aanbestedingen is nu vastgelegd in de wet. Het verzilveren ervan kan ook, want opknippen van raamcontracten of geïntegreerde contracten in percelen mag worden genegeerd. Daar moet de aanbesteder dan wel argumenten voor hebben. Economisch voordeel, duurzaamheid, die argumenten zijn er. Aan de overheden om ze zinvol in te zetten.

Trefwoorden: Tags: Wonen; Ruimtelijke ordening

Uw bijdrage

Log in met om uw bijdrage te plaatsen.