Vijfenwintig jaar burgerkracht in het Friese Reduzum

Burgerkracht en ‘samenredzaamheid’ zijn de nieuwe mantra’s van overheden en maatschappelijke organisaties. Burgers moeten meer zelf en met elkaar gaan doen om de kwaliteit van leven zo goed mogelijk te houden. In het Friese dorp Reduzum, vijftien kilometer onder Leeuwarden, herontdekten ze bijna vijfentwintig jaar geleden al hoeveel ze zelf konden. Ze bouwden zelf een woonwijk, een nieuwe school en regelden zelf de financiering en plaatsing van een windmolen. Daarmee redden ze hun dorp. Portret van een krachtige, eigenzinnige gemeenschap.

In de tweede helft van de jaren tachtig zag Piter Renia, van 1978 tot 2007 directeur van de dorpsschool van Reduzum, het leerlingenaantal stevig teruglopen. Renia, nu bezig aan zijn tweede vijfjarige periode als voorzitter van Dorpsbelang van Reduzum: ‘Bewoners trokken weg, huizen bleven leeg en het openbare groen en veel wegen lagen er slecht bij.’ Samen met een paar andere kerels uit het dorp vormde hij daarom in 1988 een ‘hersenschraapploeg’, een denktank. Met hart en ziel werkten
ze aan een plan dat het dorp erbovenop moest helpen: Reduzum 2000. Dit was er helemaal op toegespitst om in aanmerking te komen voor gelden uit de provinciale pot voor het kleinekernenbeleid. Een zekerheidje, leek het. Maar als de eerste toekomstvisie voor Reduzum klaar is, is  het kleinekernenbeleid geschiedenis.
Renia: ‘We vielen buiten de boot. Toen hebben we gezegd: we kunnen gaan jammeren dat het zo gemeen is van de gemeente en de provincie, maar dat zal niet helpen. Ons motto werd: “Wat soene we sels kinne”, wat kunnen we zelf doen.’

Ons motto werd: “Wat soene we sels kinne”, wat kunnen we zelf doen.

Leegloop keren
Nu, vijfentwintig jaar later, blijkt dat Reduzum, voor een dorpskern met zo’n 1100 inwoners zelf bijzonder veel kon. En nog steeds kan. Het is ook niet voor niets dat Pieter Winsemius in het WRR-rapport Vertrouwen in de Buurt (2005) Reduzum als glorieus voorbeeld van burgerkracht opvoert. De eerste actie om het aanzien van het dorp ietwat te verbeteren, was nog bescheiden: het planten van een paar bomen, betaald uit de opbrengst van het oud papier. “Reduzum plant bos” stond er in de Leeuwarder Courant, zegt Renia grinnikend. Maar de jaren daarna ging Dorpsbelang helemaal los. Er moest een nieuwe woonwijk komen, bedachten ze, om de leegloop van het dorp te keren.
Renia: ‘We wilden een carrousel op gang brengen van ouderen die naar de nieuwe woningen zouden trekken, waardoor hun - goedkopere - huizen vrij kwamen voor de jongeren in Reduzum.’


Durk van Gorkum, Henk Vellinga, Germ van Essen en Piter Renia (v.l.n.r.) samen goed voor meer dan honderjaar burgerkracht.

Ze maakten een plan voor 28 woningen rondom de dorpshaven. De gemeente rekende het door en constateerde dat het verliesgevend was. Ook de woningcorporatie zag er geen brood in. Maar het geloof in die wijk en de noodzaak ervan was bij een aantal inwoners van Reduzum zo sterk dat ze besloten de woonwijk in eigen beheer te ontwikkelen. Vier inwoners legden samen 10.000 gulden op tafel voor de oprichting van de BV Reduzum-Sùd en de kerk stelde de grond ter beschikking onder de voorwaarde dat een deel van de eventuele winst aan het dorp ten goede zou komen. De nieuwe woningen werden halverwege de jaren negentig gebouwd en tot ieders verbazing - zeker bij de gemeente - bleef er twee ton over nadat ze alle 28 waren verkocht.

 
In het 1100 inwoners tellende Reduzum liggen ruim 1000 zonnepanelen op de daken.

 
Windmolen
Als de nieuwe woonwijk eind 1994 in aanbouw is, viert Dorpsbelang een paar honderd meter verderop het eerste grote succes: de in eigen beheer geplaatste windmolen (circa 0,4 megawatt) waarmee ongeveer eenderde van de energiebehoefte van het dorp kan worden opgewekt, wordt opgeleverd. Henk Vellinga, al twintig jaar voorzitter van de Stichting Molengroep, een van de vele werkgroepen van Dorpsbelang: ‘Het idee voor die molen ontstond in 1992 toen enkele dorpsgenoten een energiecursus volgden. Met dat idee gingen we in het dorp de boer op. “Wat kost het?”, vroegen ze. Dat was zo’n 500.000 gulden. Dat krijgen we nooit bij elkaar dacht iedereen, maar door certificaten van minimaal 100 gulden te verkopen tegen een rente die 1 procent boven de marktrente lag, haalden we met zijn vijven in een paar avonden zo’n
220.000 gulden op. De overige benodigde financiën kregen we dankzij subsidies van SenterNovem en de provincie en een groene lening tegen een lage rente bij de Rabobank. In 2002 had de molen zich volledig terugverdiend. De participanten hebben hun geld al lang terug met rente, de lening is afbetaald en de molen draait na ruim achttien jaar nog als een zonnetje.’
 
Vertrouwen en energie
De bouw van de woonwijk en de windmolen gaf de bewoners van Reduzum zoveel vertrouwen en energie dat in korte tijd een groot deel van de verlanglijst werd gerealiseerd. Met het geld dat ze verdienden met de woonwijk werd in de tweede helft van de jaren negentig een nieuwe ijsbaan gebouwd en de sportkantine opgeknapt. Ook lieten ze een plan ontwikkelen voor het herstel van de drooggelegde vaarroute door Reduzum tussen de meren bij Grouw en de vaarverbinding tussen Leeuwarden en Sneek. En omdat iets later bleek dat er nog plattelandsgeld in Den Haag klaarlag voor goede ideeën, kwam die vaarroute (kosten één miljoen gulden) er nog snel ook. In diezelfde periode werd door de dorpelingen bijna een ton bijeengebracht in de vorm van renteloze lezingen voor restauratie van de kerk. Ook werden er de afgelopen tien jaar ruim duizend zonnepanelen in het dorp op daken geplaatst en activeerde de Molengroep bewoners om gezamenlijk HR-ketels en zonneboilers aan te schaffen. In 1997 kregen ze met hun plan om van de ooit met veel rotzooi gedempte oude haven weer een aantrekkelijke ontmoetingsplek te maken het tv-programma De Uitdaging (met Angela Groothuizen) zover om dat idee uit te voeren. De kosten - 500.000 gulden - werden betaald door de producent van het programma en twee grote aannemers die het werk in een paar dagen deden.

We wilden dat de school duurzaam werd gebouwd. Dat waren we aan onze stand verplicht.

Nieuwe school
In 1997 en 1998 liet Dorpsbelang zelf een nieuwe school bouwen. De term brede school bestond nog niet, maar de wens was om een gebouw neer te zetten dat behalve de school ook ruimte zou bieden aan de dokter, de bibliotheek, het dorpsarchief, de toneelvereniging en nog een paar activiteiten en voorzieningen. Volgens de Londo-normen, vertelt Henk Vellinga, mocht de school in Reduzum 1,7 miljoen gulden kosten, waarvoor slechts een ‘blokkendoos met lokalen’ kon worden neergezet. De school die Dorpsbelang wilde - met een ruime bovenverdieping - zou ruim twee miljoen gulden kosten.


Piter Renia levert kinderen af met de schoolbus van dorpsbelang bij de school waar hij zelf dertig jaar directeur was 

De straatarme artikel 12-gemeente Boarnsterhim ging niet mee in de wensen van Reduzum, maar via de lokale Rabobank kwam de financiering hiervoor uiteindelijk wel rond. Om de kosten zo veel mogelijk te drukken hielpen bewoners mee met de bouw (zoals afbouw zolder, bomen rooien en grondwerk). Vellinga: ‘Als Molengroep wilden we dat de school duurzaam werd gebouwd. Dat waren we aan onze stand verplicht. Maar behalve dat we allerlei energiebesparende ideeën in de bouw verwerkten, hebben we ook veertig zonnepanelen op het schooldak en de gymzaal gelegd. Op een display in de school konden de kinderen zien hoeveel energie dat opleverde en hoeveel de school verbruikte. SenterNovem erkende het toen als leerproject en gaf ons daarvoor een flinke subsidie.’ De school staat er inmiddels vijftien jaar. De dokter en de bibliotheek hebben er nooit in gezeten, want voor een eigen dorpsdokter en een eigen bieb bleek Reduzum uiteindelijk te klein.

Werkgroepenmodel
Achter al deze successen zitten verhalen over het belang van vertrouwen, de plaatselijke Rabobank, de kerk en provinciale fondsen als belangrijke geldschieters, draagvlak zoeken voor een plan bij een ruime meerderheid van de inwoners, jaren rond de tafel met gemeentelijke en provinciale ambtenaren, mazzel, doorzettingskracht, positief blijven denken en communiceren, schelmenstreken en het activeren van talenten bij bewoners door ze verantwoordelijkheid te geven. Henk Vellinga: ‘Degene die de eerste woonwijk moest tekenen, had wel eens wat getekend, maar toen we het plan zagen waren we aangenaam verrast met waar hij allemaal rekening mee had gehouden. “Hoe weet je dat allemaal”, vroegen we. “Opgezocht”, zei hij. De penningmeester van de Molengroep is leraar aan een lagere landbouwschool. Hij leert kinderen trekkerrijden en plantjes planten, maar hij heeft zelf ook een systeem ontwikkeld waardoor hij op basis van de opbrengst van de zonnepanelen per huishouden kan berekenen hoe elk systeem het doet in vergelijking tot de rest. Ik bedoel maar.’


Voor de renovatie van de kerk verstrekten de dorpsbewoners bijna een ton aan renteloze leningen. 

Maar de basis van het succes van Reduzum, zegt Piter Renia, is een goede organisatie van Dorpsbelang. Renia: ‘Sinds 1992 kennen wij het werkgroepenmodel. Zo is de Stichting Molengroep een werkgroep, maar we hebben ook werkgroepen voor welzijn, groen, verkeer, speeltuinen, cultuur, geschiedenis, internet/dorpskrant, oud papier, licht en geluid (voor voorstellingen en sportactiviteiten).’ Die werkgroepen hebben allemaal een eigen voorzitter en leggen jaarlijks in januari verantwoording af voor wat ze het jaar ervoor hebben gedaan. Het vijfhoofdige bestuur, waarvan de leden niet ook nog eens een werkgroep mogen leiden, wordt bovendien gecontroleerd door een eigen “chambre de reflection”, de Kerngroep. Renia: ‘Door het werkgroepenmodel werd het voor dorpsbewoners weer interessant om mee te gaan doen. Als je een idee hebt, kun je een werkgroep starten. En als het doel is bereikt, hef je haar weer op. Werkgroepen zijn echt autonoom. Het bestuur maakt niet de dienst uit. Het ijkpunt voor iedereen is de dorpsvisie die we elke tien jaar maken en indien nodig jaarlijks bijstellen. Die dorpsvisie komt in samenspraak met alle bewoners tot stand. Voor de laatste visie, het Masterplan Reduzum 2010-2020 voerden we eerst keukentafelgesprekken met bewoners.’

Door het werkgroepenmodel werd het voor dorpsbewoners weer interessant om mee te gaan doen.

Led-lampen
Het laatste grote wapenfeit van Dorpsbelang was de ontwikkeling van een tweede woonwijk. Niet meer in eigen beheer, maar in samenwerking met gemeente en een projectontwikkelaar, kwamen er in 2005 twaalf vrijesectorwoningen, twaalf zorgwoningen en zes starterswoningen bij. Een pittige klus, vertelt voormalig voorzitter van Dorpsbelang en oud-wethouder van Boarnsterhim Durk van Gorkum, die namens Dorpsbelang nauw betrokken was bij de ontwikkeling van de wijk en er nu ook zelf woont. ‘Met het mes op tafel hebben we moeten bevechten dat we evenveel te zeggen hielden als de projectontwikkelaar, en dat het gemeentebestuur zou beslissen als we er niet uitkwamen.’ Onderscheidend aan deze wijk is dat het de eerste woonwijk in Nederland was waar de straten verlicht worden met led-lampen.

Het plan voor een derde nieuwe woonwijk ligt al klaar, omdat het nog steeds de verwachting is dat Reduzum die woningen binnen tien jaar nodig zal hebben. Renia: ‘Maar het kan ook zijn dat hier de krimp toeslaat en dat dat niet meer hoeft.’ Grote dingen hoeven we voorlopig in Reduzum niet meer te verwachten, zegt hij. Het dorp staat er goed voor en ligt er netjes bij.
Oudere bewoners zijn gebleven, evenals veel jongeren. De carrousel die met de bouw van de eerste woonwijk op gang moest komen, is goed gelukt. Het verenigingsleven bloeit en er rijdt een door het dorp zelf bekostigde - tweedehands - schoolbus. En ook al verdween eind vorig jaar de dorpssuper, de bank en het postkantoor, de leefbaarheid is in Reduzum bepaald niet slecht. Alle voorzieningen liggen binnen een paar kilometer afstand. En als iemand zelf niet in staat is om naar Grou, Sneek of Leeuwarden rijden, belt hij of zij Germ van Essen, de 80-jarige voorzitter van de werkgroep Welzijn, die sinds vorig jaar er persoonlijk voor zorgt dat bewoners met een hulpvraag - een klusje of vervoer bijvoorbeeld - geholpen wordt door een van de dorpsgenoten.

 
Chauffeurscafé De Blauwe Tent bestaat al ruim een eeuw. Op de achtergrond de woonwijk die door Dorpsbelang in eigen beheer is ontwikkeld.

Kunstgrasveld
Een zorg is wel, zegt Piter Renia, dat de betrokkenheid bij bewoners afneemt, al is nu nog bijna iedereen lid van Dorpsbelang. ‘We zijn een woondorp geworden. Om ervoor te zorgen dat bewoners elkaar geregeld blijven ontmoeten, moeten er meer activiteiten in het dorp worden georganiseerd, denkt hij. ‘Door het verdwijnen van bijna alle winkels kom je elkaar niet meer automatisch tegen.’ Een andere actuele zorg is het behoud van de korfbalclub, die in de hoofdklasse speelt. Om te voorkomen dat deze naar Grou verkast, moet er een kunstgrasveld komen. Als dat niet lukt, is de sportkantine niet meer exploitabel en verdwijnt er een - ook voor andere verenigingen - belangrijke voorziening. Germ van Essen, ook voorzitter van de Sportstichting, ritselt en regelt zich een slag in de rondte om dat doemscenario te voorkomen. En verder moet er nog een nieuwe windmolen komen, van 1 megawatt zodat Reduzum en de omliggende dorpen helemaal zelf in hun energievoorziening kunnen voorzien. Henk Vellinga droomt van een lokale energiecoöperatie.

Vanaf 1 januari 2014 hoort Reduzum bij de gemeente Leeuwarden. In Reduzum zijn ze er overwegend blij mee, want Leeuwarden, vinden ze, heeft een goed dorpenbeleid
en is tenminste niet straatarm zoals Boarnsterhim. Maar de gouden tijden uit de jaren negentig komen niet meer terug. Piter Renia: ‘Toen hadden we de plannen klaar, de wind mee en de mensen vonden het prachtig. Maar je kunt niet alles sturen. Belangrijk is dat de mensen hier hun eigen plannen blijven maken om het leven hier zo goed mogelijk te houden.’

Trefwoorden: Tags: Sociaal domein

Uw bijdrage

Log in met om uw bijdrage te plaatsen.