Belastingen en gemeenten

Wat speelt er momenteel op het gebied van gemeentebelastingen? Medewerkers van het expertisecentrum gemeentefinanciën van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten lichten enkele belangrijke onderwerpen toe.

Vanaf 2016 belastingplicht overheidsbedrijven
De Europese Commissie wil dat Nederland de vrijstelling van vennootschapsbelasting voor overheidsbedrijven afschaft. Nu zijn slechts bepaalde categorieën overheidsbedrijven (bijvoorbeeld gas- en elektriciteitsbedrijven) of met name genoemde overheids- bedrijven (zoals BNG Bank en Schiphol) belastingplichtig. De vrijstelling leidt tot een ongelijk speelveld tussen private en over- heidsondernemingen. De Europese Commissie noemt de volgende oplossingsrichtingen:

  • de ondernemingsvariant (zowel directe als indirecte overheids- bedrijven worden belastingplichtig);
  • de indirecte ondernemingsvariant met verplichte afzondering van economische activiteiten. Voor deze laatste variant had staatssecretaris Weekers vorig jaar al gekozen.

De staatssecretaris heeft de Tweede Kamer en de Europese Com- missie laten weten dat Nederland aan het verzoek van de Europese Commissie zal voldoen. Hij gaat daarbij verder op de al ingeslagen weg. Door gesprekken met decentrale en andere overheden probeert Weekers een beeld te krijgen van economische activiteiten waarvoor een vennootschapsbelastingplicht moet gaan gelden.
Uit het algemeen overleg met de Vaste commissie voor Financiën uit de Tweede Kamer van 17 april is duidelijk geworden dat iedereen een pragmatische benadering wil die leidt tot zo weinig mogelijk administratieve en bestuurlijke lasten. Belastingplicht is aan de orde als met de overheidsactiviteit wezenlijk geconcurreerd wordt met het bedrijfsleven. Denk bijvoorbeeld aan het afvalbedrijf dat ook bedrijfsafval inzamelt. Per 1 januari 2015 moet er wetgeving liggen. De wet zal op 1 januari 2016 in werking treden, zodat over- heidsbedrijven vanaf 1 januari 2016 vennootschapsbelasting gaan betalen over hun winst. (Kamerstukken 31213, nrs. 11 en 12)
 
Geen rioolheffing voor niet op riolering aangesloten aardappelloods in buitengebied
Hof 's-Gravenhage beslist dat de gemeente geen rioolheffing kan heffen voor een in het buitengebied gelegen aardappelloods die niet is aangesloten op de gemeentelijke riolering en geen belang heeft bij de gemeentelijke zorgplichten voor water. Belangheb- bende is eigenaar van een aardappelloods die in het buitengebied van de gemeente staat. De aardappelloods is niet aangesloten op het gemeentelijke rioleringsstelsel. De gemeente heeft voor het perceel niet voorzien in de plaatsing van een installatie voor de individuele behandeling van afvalwater (IBA). Het hemelwater van het perceel wordt afgevoerd naar een sloot van het waterschap. Het waterschap beheert ook het peil van het grondwater in het buitengebied. Belanghebbende heeft zelf een septic tank laten aanleggen. De gemeente legt een aanslag rioolheffing eigenaar op van 500 euro. In geschil is of dit terecht is. Volgens de verordening kan rioolheffing worden geheven als het perceel is aangesloten op de gemeentelijke riolering of als het perceel belang heeft bij de nakoming van de gemeentelijke zorgplichten. De gemeente stelt dat geen sprake hoeft te zijn van een perceelsgebonden belang, en dat sprake is van een collectief belang bij de gemeentelijke zorg- plicht voor het grondwaterpeil en de hemelwaterafvoer. Het hof vindt in navolging van Rechtbank Dordrecht dat de gemeente onvoldoende feiten en omstandigheden heeft gesteld waaruit volgt dat het perceel belang heeft bij de gemeentelijke zorgtaken voor afvloeiend hemelwater en het grondwater zoals omschreven in de verordening. Dat belanghebbende mogelijk een belang heeft bij het treffen van gemeentelijke voorzieningen binnen de bebouw- de kom of elders in de gemeente, in de zin dat deze voorzieningen ook voorkomen dat er bij zijn perceel in het buitengebied hemel- en grondwaterproblemen kunnen ontstaan, doet daaraan niets af. Belanghebbende is niet belastingplichtig. De aanslag is ten onrechte opgelegd. (Hof 's-Gravenhage 28 mei 2013, LJN: CA2195)
 
Geen toeristenbelasting voor stacaravans waarvoor forensenbelasting verschuldigd is

Rechtbank Zwolle beslist dat als een belanghebbende forensen- belasting verschuldigd is, de gemeente volgens haar verordening geen toeristenbelasting kan heffen. Belanghebbende is eigenaresse van 75 stacaravans op een camping, die zij voor langere perioden verhuurt. Belanghebbende ontvangt daarvoor een aanslag toeristen- belasting. Na bezwaar verlaagt de gemeente de aanslag. Belang- hebbende gaat in beroep. In geschil is of de gemeente terecht de aanslag toeristenbelasting heeft opgelegd. De rechtbank oordeelt dat de aanslag toeristenbelasting berust op een onjuiste lezing van de Verordening toeristenbelasting, de Verordening forensenbelas- ting en de Beleidsregels aanwijzen belastingplichtige door de gemeente. De door de belanghebbende verhuurde stacaravans zijn gemeubileerde woningen in de zin van de Verordening forensen- belasting. Huurders die geen hoofdverblijf in de gemeente hebben en die meer dan negentig dagen van een belastingjaar een stacara- van bij belanghebbende huren zijn forensenbelasting verschuldigd. In dat geval kan de gemeente voor dit verblijf geen toeristenbelas- ting heffen. De rechtbank oordeelt dat de uitspraak op bezwaar is gebaseerd op een ondeugdelijke redenering en op onvoldoende onderzoek. Er is daarom sprake van een motiverings- en een zorg- vuldigheidsgebrek, zodat de uitspraak op bezwaar niet in stand  kan blijven. De rechtbank verklaart het beroep gegrond en vernie- tigt de uitspraak op bezwaar. (Rechtbank Zwolle 08-05-2013, LJN: CA1221, VNG-5694)

Trefwoorden: Tags:  

Uw bijdrage

Log in met om uw bijdrage te plaatsen.