Financiële markten

De Europese Commissie gaat zich vanaf nu nog meer bemoeien met het budgettaire beleid van de eurolanden. Op 30 mei is het Two-Pack-hervormingspakket in werking getreden. Daarmee worden een gemeenschappelijke budgettaire tijdlijn en gemeenschappelijke begrotingsregels voor eurolanden ingevoerd. Dat betekent dat eurolanden voortaan per 30 april hun middellange termijnplannen moeten publiceren en per 15 oktober hun ontwerpbegroting bekend moeten maken.

Op 31 december moet de begroting door het parlement zijn goedgekeurd. Een andere belangrijke vernieuwing is dat de Europese Commissie uiterlijk 30 november haar oordeel geeft over elke ontwerpbegroting. Dat betekent dat het land gevraagd zal worden om het begrotingsplan aan te passen, als dat plan strijdig is met de verplichtingen onder het Stabiliteits- en Groeipact. Ook zal de Commissie een allesomvattende beoordeling van de budgettaire situatie in het komende jaar presenteren. Nieuw is ten slotte dat landen in hun begrotingsvoorbereiding uit moeten gaan van onafhankelijke macro-economische voorspellingen. Het Two-Pack stelt de Commissie beter in staat om de eurolanden met een excessief tekort of problemen met de financiële stabiliteit te monitoren en zo nodig bij te sturen.

Overigens wordt in Europa, zij het geleidelijk, voortgang geboekt met de gezondmaking van de overheidsfinanciën. Het overheidstekort daalde in de EU van 4,4 procent in 2011 naar 4 procent van het bbp in 2012 en in de eurozone van 4,1 naar 3,7 procent van het bbp. In Italië, Letland, Hongarije, Litouwen en Roemenië is het tekort gedaald tot beneden 3 procent van het bbp. De Europese Commissie heeft om deze reden besloten de excessieve tekortprocedure tegen deze landen op te heffen. Slechts één land, Malta, wordt onderworpen aan deze procedure, zodat het totaal aantal EU-landen met een excessief tekort is afgenomen van 20 naar 16.

 

In de afgelopen maanden is vanuit met name het IMF de nodige kritiek geleverd op het tempo van de bezuinigingen. Uit onderzoek van het Fonds kwam naar voren, dat bezuinigingen in zwakke economische tijden grotere negatieve effecten op de economie hebben. Het IMF pleit om deze reden voor een meer geleidelijke reductie van overheidstekorten. De Commissie heeft zich deze kritiek aangetrokken en heeft besloten om een aantal landen meer tijd te geven de tekorten terug te brengen naar maximaal 3 procent van het bbp. Spanje, Frankrijk, Slovenië en EU-land Polen krijgen twee jaar extra, terwijl Portugal en Nederland een jaar extra de  tijd krijgen.
Dat de Commissie daartoe zou besluiten, was wel verwacht. Het besluit was evenwel bepaald geen meevaller voor de regering-Rutte. Het kabinet had in maart al invulling gegeven aan de 4,3 miljard euro extra bezuinigingen, maar had nog hoop dat deze bij een meevallende conjunctuur achterwege konden blijven. Deze hoop bleek echter ijdel. Het bbp nam in het eerste kwartaal weliswaar slechts 0,1 procent af, maar dat was vooral te danken aan een hoog gasverbruik als gevolg van relatief lage temperaturen.

Onderliggend zijn de economische vooruitzichten minder gunstig geworden, vooral doordat de werkloosheid sterker is opgelopen. Deze stijging kwam vooral doordat bedrijven aanvankelijk nog werknemers vasthielden in de verwachting dat de economie weer zou gaan aantrekken. De toename van de werkloosheid begint daarmee te lijken op die in het begin van de jaren tachtig. Wij hebben de raming voor de krimp in 2013 verhoogd van -0,5 procent naar -1,0 procent. Vanwege het verslechterde conjunctuurbeeld  zal ons land in 2014 volgens de Europese Commissie niet 4,3 miljard maar 6 miljard euro moeten bezuinigen. Het is afwachten waarmee het kabinet in augustus zal komen. Vermoedelijk zullen de voorstellen van dit voorjaar, waaronder het bevriezen van de belastingschijven (schrappen inflatiecorrectie) en de nullijn voor rijksambtenaren, in 2014 onderdeel zijn van het herziene bezuinigingspakket.

Volgens premier Rutte zal tweederde van het bedrag worden gedekt door lagere uitgaven en eenderde door lastenverhogingen. De consumptie zal daardoor waarschijnlijk ook in 2014 onder druk blijven staan. Ik hou me maar vast aan een van de weinige lichtpuntjes, de concurrentiepositie van ons land. Doordat de loonkosten zich relatief gematigd hebben ontwikkeld, staat ons bedrijfsleven er nog altijd goed voor. Dat betekent dat ons land naar verwachting kan blijven profiteren van een aanhoudende groei van de wereldhandel.

Trefwoorden: Tags:  

Uw bijdrage

Log in met om uw bijdrage te plaatsen.