Samen voor elkaar

De gemeente Haarlem werkt samen met organisaties in de stad aan een fundamentele herinrichting van de sociale infrastructuur. Burgers met sociaalmaatschappelijke vragen worden voortaan anders geholpen.
Waar zij nu nog gewend zijn professionele hulp te ontvangen, moeten zij steeds vaker op zoek naar een oplossing in hun eigen netwerk, met zo veel mogelijk informele zorg. Haarlemmers worden aangesproken op hun eigen kracht en zelfredzaamheid. De bezuinigingen vanuit het Rijk vereisen deze herinrichting ook; de gemeente moet nu nog beter zorgen dat het beschikbare budget voor dure zorg terechtkomt bij inwoners die dit het hardst nodig hebben. Door actief burgerschap te stimuleren, verwacht de gemeente tot een sterkere samenleving te komen. Een samenleving waarin zorg voor elkaar, elkaar iets durven vragen en iets voor een ander willen doen, weer heel normaal is.

Door de herinrichting van de sociale infrastructuur verandert de verhouding tussen overheidstaken, taken van uitvoeringsorganisaties en de verantwoordelijkheid van burgers. De gemeente wordt opdrachtgever op basis van maatschappelijk resultaat (outcome), professionals en vrijwilligers hanteren een gezamenlijke aanpak waarin de burger centraal staat. Focus op preventieve maatregelen (bij alle ingangen waar om ondersteuning wordt gevraagd) en kwalitatief laagdrempelige ondersteuning in de
wijk zorgen voor kostenbesparing. In 2012 is in vijf praktijkwerkplaatsen geëxperimenteerd met nieuwe werkwijzen om patronen te doorbreken. Uit deze experimenten concludeerde de gemeenteraad dat een fundamentele herinrichting van de sociale infrastructuur nodig is om de sociaalmaatschappelijke ondersteuning en activering van Haarlemmers op lange termijn betaalbaar te houden.

Huidige situatie
De sociale infrastructuur is op dit moment vanuit het zorgaanbod georganiseerd. Er zijn te veel verschillende professionals die te weinig met elkaar samenwerken. Professionals nemen de verantwoordelijkheid van de burger over, oplossingen worden direct gezocht in het professionele circuit, het aanbod van professional en vrijwilliger functioneert naast elkaar en er wordt veelal te laat opgetreden, pas na signalen en vaak curatief.

De huidige infrastructuur is aanbodgericht met weinig samenwerking tussen professionals.

Nieuwe sociale infrastructuur
Om met een verminderd budget de infrastructuur op orde te krijgen (efficiënter, maar zeker ook transparanter en daarmee beter voor de burger) moet het beroep op specialistische zorg afnemen. Hiervoor moeten de gemeente en de professionals:
• op zoek gaan naar andere arrangementen, met meer algemene voorzieningen;
• meer focus leggen op vraagverheldering bij de burger;
• complexere zorgvragen goed coördineren;
• meer inzetten op preventie.

De vernieuwde sociale infrastructuur bestaat uit zes uitvoeringsclusters. In deze clusters heeft de gemeente steeds een andere rol:
van opdrachtgever in specialistisch aanbod, naar regievoerder in de basisinfrastructuur en medevormgever in vraagverheldering en informatievoorziening.

De vernieuwde sociale infrastructuur bestaat uit zes uitvoeringsclusters.

In de zes uitvoeringsclusters heeft de gemeente steeds een andere rol:

A. Het Eigen netwerk wordt net als nu de basis voor het vinden van oplossingen voor iedere burger; familie, buren, collega’s en school. In dit cluster is geen rol voor de gemeente.

B. De Basisinfrastructuur bestaat uit toegankelijke, niet geïndiceerde voorzieningen, zo veel mogelijk georganiseerd in de eigen wijk. Een voorbeeld in Haarlem is BUUV, een buurtmarktplaats waar vraag en aanbod elkaar vinden. Diensten als koken, gezelschap of het uitlaten van de hond worden daar door buurtbewoners aangeboden of gevraagd zonder dat er direct iets tegenover staat. De gemeente pakt voor de basisinfrastructuur de regie om de gewenste doelen en effecten te bereiken, stuurt in haar rol als opdrachtgever gesubsidieerde partners aan en faciliteert partners (waar nodig) tot het  leveren van een bijdrage. De uitvoering ligt voornamelijk bij externe partners.

BUUV is een buurtmarktplaats waar diensten als koken, gezelschap of de hond uitlaten door buurtbewoners wordt aangeboden of gevraagd.

C. Het cluster Informatie, Advies en Doorverwijzing (IAD) wordt opgezet voor vragen die niet binnen het eigen netwerk en de basisinfrastructuur opgelost kunnen worden: zowel persoonlijk, telefonisch als digitaal. Het doel is na een eerste vraagverkenning informatie of advies te geven, mensen te richten naar eigen kracht en zelfredzaamheid, door te leiden naar informele zorgoplossingen en zo nodig een doorverwijzing naar professioneel aanbod te organiseren. Hiervoor wordt de zelfredzaamheidsmatrix gebruikt. Vanuit dit cluster wordt gebouwd aan een integraal informatiesysteem (MensCentraal), waarmee professionals geholpen worden bij het doorlopen van de juiste route (eerst informele zorg) en het uitwisselen van gegevens. Dat voorkomt dat burgers steeds weer hun gegevens moeten indienen.

D. Het cluster Sociaal wijkteam richt zich met name op mensen met een beperkt regieverlies, die zonder ondersteuning moeite hebben om de juiste weg te (her)vinden. In het multidisciplinaire wijkteam zitten in ieder geval: een Wmo-consulent, een SZW-frontofficemedewerker, iemand van maatschappelijk werk, een coach van het Centrum voor Jeugd en Gezin, een wijkverpleegkundige, een opbouwwerker en eventueel een ggd’er en iemand van een woningcorporatie. Kernwoorden van het wijkteam zijn wijkgebonden, generalistisch, integraal, zelfstandig, focus op uitvoeren en korte lijnen.

Jan Nieuwenburg, wethouder Jeugdbeleid en Sociale Zaken (PvdA):
‘In de jeugdsector werkten we al eerder aan verbeterde samenwerking in het sociaal domein. We stellen de burger centraal in de aanpak: één gezin, één plan. Verbreding van dit denken naar andere beleidsvelden in het sociaal domein hadden we ook los van rijksbezuinigingen gedaan. De Haarlemse burger is gebaat bij efficiëntere, transparantere en effectievere sociaal-maatschappelijke dienstverlening.’


E. In het Specialistisch aanbod organiseren professionals een passend arrangement/aanbod dat zorgt voor versterking  van regie, zelfredzaamheid en eigen kracht bij de burger.  Het arrangement bestaat uit professionele en informele onderdelen. De gemeente stuurt in dit specialistisch aanbod op beschikbaarheid, kwaliteit, kostenbeheersing en toegang. Door de decentralisaties krijgt de gemeente meer verantwoordelijkheid en middelen voor specialistisch aanbod (AWBZ, Jeugd).

F. In het cluster Gedragsverandering geldt het uitgangspunt ‘Samen maken en zijn we de stad’. Het moet weer normaal worden dat burgers iets vragen aan een ander én een ander willen helpen. De gemeente informeert burgers en medewerkers over nieuwe verhoudingen en verwachtingen en maakt ze daarvan bewust. Professionals moeten deze gedragsverandering uitdragen in het contact met bewoners. Bij de verschillende ingangen kijken zij naar wat burgers wél kunnen en verwijzen  zij op dezelfde manier eerst richting informele oplossingen.

De clusters geven houvast hoe we kwaliteit willen borgen en welke rol de gemeente daarin ten opzichte van partners in de stad speelt. We willen daarbij sturing geven aan de ondersteuning van drie typen burgers: de zelfredzame burger, de burger met tijdelijk of dreigend regieverlies en de burger met permanent regieverlies.

De zelfredzame burger heeft nauwelijks een ondersteuningsvraag. De veranderbeweging van de zelfredzame burger richt zich dan ook op maximale inzet van informele dienstverlening: oplossingen zoeken en vinden binnen het eigen netwerk en de basisinfrastructuur in de wijk of stad.

De burger met tijdelijk of dreigend regieverlies moet zo snel mogelijk in beeld komen om escalatie te voorkomen. In het geval van multiproblematiek ligt de focus op één plan, één aanpak en één regisseur en op een snelle signalering en opvolging. Gecoördineerd optreden voor deze groep leidt tot kostenbesparing en tot het, binnen de grenzen wat mogelijk is, terugbrengen naar zelfredzaamheid. Het sociaal wijkteam moet inspelen op de brede vraag en gaat samen met de burger op zoek naar passende oplossingen, die ook in de informele zorg kunnen liggen. Door snel interveniëren van een sociaal wijkteam wordt tijdelijk of dreigend regieverlies begeleid teruggebracht naar zelfredzaamheid.

Voor de burger met langdurig en/of permanent regieverlies die met name specialistisch aanbod nodig heeft, zal de zorg verschralen door de bezuinigingen. Maar door goed opdrachtgeverschap vanuit de gemeente, goed samenwerken met partners en de inzet van vrijwilligers wordt dit zo veel mogelijk beperkt.
Er zal gewerkt moeten worden aan zorgarrangementen, waarin specialistisch aanbod wordt aangevuld met informele zorg- en ondersteuningsoplossingen.

Jack van der Hoek, wethouder Wmo, Welzijn en Volksgezondheid (D66): 'Vanuit de Wmo en het verbeteren van de dienstverlening aan burgers is Haarlem al vroeg begonnen met omdenken in het sociaal domein. Met Hof2.0, de voorloper van Samen voor elkaar, en de buurtmarktplaats BUUV wil Haarlem het gevoel van solidariteit en zorg voor elkaar terugbrengen, zoals dat in de Haarlemse hofjes gewoon was. De tijd dwingt ons om meer zorg voor elkaar te nemen.'

We gaan verder……
De indeling in zes clusters helpt om de transitieopgave in Haarlem gezamenlijk en integraal op te pakken. Zowel intern als met onze partners. In de clusters komen alle velden van het sociaal domein samen (werk en inkomen, wonen, welzijn en zorg, jeugd, onderwijs en sport en sociale veiligheid), zowel vanuit beleid als de uitvoeringskant. Dat dwingt ons om samen met partners vanuit de burger naar oplossingen te kijken. De nieuwe infrastructuur zal dan ook winst voor de Haarlemmer betekenen: meer samenwerking, meer regie op oplossingen, meer transparantie in een sociale omgeving.

Meer informatie over het transitieproces Samen voor elkaar:
www.haarlem.nl/samenvoorelkaar
samenvoorelkaar@haarlem.nl
'Samen voor elkaar: op weg naar een nieuwe sociale infrastructuur in Haarlem, kapstok voor implementatie' (mei 2013).

Marjan van Velzen heeft schulden

Marjan van Velzen verkeert in financieel zwaar weer. Haar inkomen is laag. Om het huishouden van haar en haar twee kinderen te runnen, moet ze heel secuur met haar geld omgaan. Dit lukt niet. Marjan is het overzicht kwijt en weet niet meer hoe ze alles moet redden. Vanwege stress laat ze rekeningen ongeopend. Afgelopen donderdag meldde zich al een deurwaarder. De moeder van Marjan is al meerdere malen financieel bijgesprongen, maar er moet iets gebeuren.

Van haar broer Roel krijgt ze de tip om een cursus ‘Omgaan met geld’ te volgen die bij haar in de buurt wordt georganiseerd. Zij leert hier erg veel en ziet in hoe zij in de toekomst haar schulden kan voorkomen. Voor haar huidige schulden krijgt ze de tip om te proberen tot een betalingsregeling te komen.
Samen met haar moeder gaat Marjan op zoek naar hulp. Via Google komt ze terecht bij een digitale vraagverheldering. Het instrument digitale vraagverheldering helpt Marjan haar vraag te formuleren en houdt rekening met de verschillende levensgebieden. Marjan vindt advies en informatie over het project schuldmaatjes, cursussen en hulp bij de administratie van vrijwilligers. De gemeente kan helpen maar ze moet vooral zelf aan de slag. Marjan begrijpt de boodschap en vult het aanvraagformulier schulddienstverlening in. Gegevens die al bekend  zijn bij de gemeente zijn al ingevuld. Met deze gegevens kan  de gemeente ook al vaststellen of Marjan in aanmerking komt voor dienstverlening. Marjan voldoet aan de criteria en krijgt dit meteen te horen.

De gemeente schakelt een vrijwilligersorganisatie in om samen met Marjan haar financiële administratie op orde te brengen. Samen met Willem van Humanitas ordent ze haar administratie. Marjan begint weer licht aan het einde van de tunnel te zien. De gemeente nodigt Marjan uit voor een integrale intake. Bij de voorbereiding op het gesprek heeft de gemeente niet alleen toegang tot het digitale aanvraagformulier en de digitale vraagverheldering die zij heeft ingevuld, maar ook tot andere informatie die nodig is om met Marjan aan haar problemen te werken.

Tijdens het intakegesprek wordt niet alleen gekeken wat nodig is om haar schuldproblematiek op te lossen, maar wordt er ook specialistische dienstverlening uitgezet. Diensten voor werk, voor inkomen en de schuldproblematiek. De taken worden automatisch aan de juiste organisaties toegewezen en Marjan gaat aan de slag. Zij krijgt ondersteuning van vrijwilligers en de sociale dienst. Voorlopig coördineert de gemeente tijdelijk het budgetbeheer voor haar. Marjan kan dit volgen in haar digitale dossier en voert zelf rekeningen in. Via de gemeente krijgt Marjan een tijdelijke bijstandsuitkering en zij vindt via de Vrijwilligerscentrale iemand die haar sollicitatietips geeft.
Marjan krijgt weer een beetje zelfvertrouwen. Ze solliciteert veel gerichter en drie maanden later heeft ze een nieuwe baan voor 32 uur.

Na vijf maanden heeft Marjan haar leven weer op orde. Ze verdient voldoende om uit de schulden te blijven. Financieel heeft ze weer overzicht. De sociale dienst is al twee maanden klaar. Marjan durft verder zonder Humanitas en Willem sluit het dossier. Na het vinden van werk, het stoppen van de hulpverlening en de uitkering trekt de gemeente zich weer helemaal terug.

(De naam Marjan van Velzen is gefingeerd.)

Trefwoorden: Tags: Zorg

Uw bijdrage

Log in met om uw bijdrage te plaatsen.