Reactie op artikel 'De maat is vol'

In het maart/april-nummer van B&G stond een kritisch artikel van publicist Paul Bordewijk over het rapport Maten voor gemeenten. ‘Het rapport zorgt nog niet voor het kleinste rimpeltje in de Hofvijver. In de huidige context zouden we korte metten moeten maken met dit soort rapporten’, schrijft hij.
Evert Pommer, senior wetenschappelijk medewerker bij het Sociaal en Cultureel Planbureau en een van de auteurs van het rapport, schreef een korte reactie.

Het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) stelt Maten voor gemeenten jaarlijks op voor het ministerie van BZK om inzicht te geven in de relatie tussen gemeentelijke prestaties en gemeentelijke uitgaven.
Inzicht in het extra geld dat in de jaren negentig naar de gemeenten ging was wel een belangrijke aanleiding maar geen doel van de jaarlijkse rapportage, zoals Bordewijk suggereert. De gedachte achter de jaarlijkse rapportage is dat het ministerie van BZK zijn verantwoordelijkheid voor de financiële verhoudingen hiermee beter kan waarmaken. De kritiek van Bordewijk richt zich zowel op de meting van de productie als op het gebruik van het rapport in het beleid.

Productie of prestatie
Allereerst de gemeentelijke productie. Bordewijk bekritiseert de meting van de productie door het SCP door over de  gaan op de term prestatie, en weet dan geen maat meer te houden. In de opzet van Maten voor gemeenten is echter uitdrukkelijk gekozen voor de hoeveelheid diensten - de productie - die gemeenten leveren en niet voor het aanbod dat beschikbaar wordt gesteld. Dat ligt ook
het meest voor de hand als de vraag wordt gesteld welke waar de gemeenten voor het belastinggeld leveren. Waar wij kiezen  voor geleende boeken, gebluste branden, verplaatste reizigers, vermaakte schouwburgbezoekers en verzameld afval, kiest Bordewijk voor beschikbare collectie, gemiddelde aanrijdtijd, dienstregelingsuren, zitplaatsen en bezochte adressen.
Het maakt voor Bordewijk dan niet uit dat de mensen geen boeken meer lenen, branden niet meer geblust worden, lege bussen rondrijden, de zalen leeg blijven en afval niet wordt opgehaald. Het gaat hem om ‘beschikbaarheid’ ongeacht de mate waarin burgers feitelijk worden bediend. Het lijkt mij niet dat burgers hiermee waar voor hun belastinggeld krijgen.

Kwaliteit in beeld
Omdat wij weten dat niet alleen de hoeveelheid geproduceerde diensten maar ook de kwaliteit daarvan een rol speelt, hebben we waar mogelijk ook de kwaliteit van de geleverde diensten in beeld gebracht. We kijken naar de tevredenheid van klanten van de betrokken voorzieningen en (inderdaad) de gemiddelde aanrijdtijd van de brandweer en andere indicatoren die iets zeggen over de kwaliteit en effectiviteit van geleverde diensten. De gemiddelde achterblijvende productiviteit die wij constateren, is niet bijzonder voor publieke dienstverlening en wij vallen hier onder meer terug op de (overigens te genezen) ziekte van Baumol. Bordewijk zegt dat de ambtelijke salarissen vanaf 1980 niet sterker zijn gestegen dan de inflatie, maar daar gaat het met de ziekte van Baumol niet om: het gaat om de mate waarin de salarissen in de publieke sector in de pas lopen met die in de marktsector. En dat is vanaf 1985 het geval (bron: CBS).

Geen krantenkoppen
Het tweede punt dat Bordewijk aanstipt, is de wijze waarop met dit rapport in het beleid wordt omgegaan. Er verschijnen inderdaad nauwelijks rimpeltjes in de Hofvijver als dit rapport uitkomt en door de minister van BZK met een reactie aan de Tweede Kamer wordt aangeboden. Dat is natuurlijk spijtig om als onderzoeker te moeten constateren. Helemaal onbegrijpelijk is het ook niet, omdat het rapport zich door het abstractieniveau en door de jaarlijkse verschijning niet voor koppen in de krant leent. Het rapport wordt verder beperkt geciteerd, recent nog in een Kamerdebat over de bestuurlijke organisatie in Nederland.

Formule aanscherpen
Dit alles neemt niet weg dat na tien jaar de formule van Maten voor gemeenten aan vernieuwing toe is, en niet alleen door verbetering van de gekozen meetinstrumenten. Wij hebben dat zelf ook al geconstateerd en beraden ons op het vervolg  dat aan dit rapport kan worden gegeven, om een actueel inzicht in de gemeentelijke prestaties te kunnen bieden. Mede daarom hebben we eind 2011 een symposium georganiseerd, waaruit onder meer bleek dat er meer behoefte is aan duiding van de uitkomsten, aanzetten voor beste praktijken, aandacht voor de effectiviteit van gemeentelijk beleid en de rol van de schaal van productie. Het SCP bereidt zich nu voor op een nieuwe invulling van dit project, waarbij rekening wordt gehouden met de genoemde wensen. Wij denken op een vernieuwende wijze een waardevolle bijdrage te kunnen blijven leveren aan inzicht in en het verbeteren van gemeentelijke prestaties.

Ten slotte nog een geruststelling: het hele rapport kost het ministerie van BZK 0,5 fte per jaar! Het SCP verdient daar echt niets aan. Dus een echt kleinere overheid zullen we bij het schrappen van dit rapport zeker niet krijgen.

Trefwoorden: Tags: Financiering

Uw bijdrage

Log in met om uw bijdrage te plaatsen.