Uitgelicht

Wat speelt er momenteel op het gebied van gemeentefinanciën? Medewerkers van het expertisecentrum gemeentefinanciën van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten  lichten enkele belangrijke onderwerpen toe.

Nulmeting Wet markt en overheid

De Autoriteit Consument & Markt (ACM) heeft een nulmeting uitgevoerd waarbij onderzocht is in hoeverre overheden op eigen initiatief concrete veranderingen hebben doorgevoerd naar aanleiding van de Wet markt en overheid. Hieruit blijkt dat bijna 60 procent van de overheden op dit moment nog niet op eigen initiatief gekeken heeft of de wet op haar activiteiten van toepassing is. Iets meer dan driekwart van die 60 procent is beperkt of niet bekend met het doel van de wet. Deze combinatie komt met name voor bij kleine gemeenten (circa 70 procent) en middelgrote gemeenten (circa 50 procent). In absolute getallen gaat het om ruim tweehonderd, voornamelijk kleine, gemeenten.

Overheden concurreren regelmatig met bedrijven. Denk aan stadswachten die bedrijventerreinen beveiligen. Om concurrentievervalsing te voorkomen, moeten overheden zich aan gedragsregels houden. Deze staan in de Wet markt en overheid, die is opgenomen in de Mededingingswet. Deze wet is geldig sinds 1 juli 2012 met een overgangstermijn van een tot twee jaar. Voor een overheid die goederen of diensten op de markt aanbiedt, gelden vier gedragsregels:
Kostendoorberekening: Overheden moeten in ieder geval alle integrale kosten van een economische activiteit doorberekenen in de verkoopprijs.
Bevoordelingsverbod: Overheden mogen hun eigen overheidsbedrijven niet bevoordelen boven concurrerende bedrijven.
Gegevensgebruik: Overheden mogen de gegevens waarover ze beschikken niet hergebruiken voor andere economische activiteiten. Dat mag alleen als andere organisaties of bedrijven ook (onder dezelfde voorwaarden) over de gegevens kunnen beschikken.
Functiescheiding: Heeft een overheid bij bepaalde economische activiteiten een bestuurlijke rol, en voert zij die economische activiteiten ook zelf uit? Dan mogen niet dezelfde personen betrokken zijnbij de bestuurlijke en de economische activiteiten van die organisatie.

De wet markt en overheid betreft economische activiteiten uitgevoerd door overheden. Er is sprake van een economische activiteit als de overheidsorganisatie zelf via haar overheidsbedrijf in concurrentie met andere ondernemingen goederen of diensten aanbiedt op een markt. Als sprake is van de uitoefening van typisch overheidsgezag, zoals handhaving vande openbare orde of het verlenen van vergunningen, is die activiteit geen economische activiteit. De problematiek van een concurrerende overheid is in potentie groot, omdat het merendeel van de overheden economische activiteiten uitvoert (83 procent), zoals inzamelen van bedrijfsafval, exploiteren van gemeentelijke sportaccommodaties, verkopen en/of verhuren van vastgoed of grond en adviseren en detacheren van personeel. ACM heeft indicaties gevonden die wijzen op een grotere omvang en ernst dan nu wordt gemeld door bedrijven. Voor ACM is toezicht op de wet (audits) speerpuntvoor het jaar 2013.

Tijdelijke maatstaf herindeling verruimd

Het kabinet is bezig om gemeentelijke herindelingen en daarmee gemeentelijke opschalingen aantrekkelijk te maken. In de praktijk kunnen nieuw gevormde gemeenten geld uit het gemeentefonds mislopen na herindeling. Dit geeft de gemeenten geen positieve prikkel tot herindeling.Minister Plasterk kwam eerder met het plan om de algemene uitkering structureel te verhogen voor de fusiegemeenten. Dit zou betekenen dat gemeenten die fuseren structureel beter af zijn dan gelijkwaardige gemeenten die niet fuseren. In de jongste meicirculaire meldt minister Plasterk dat de tijdelijke maatstaf herindeling wordt verruimd en vervroegd. Kennelijk is hij er vanaf gestapt om de uitkeringen van fusiegemeenten structureel te verhogen. Hij stelt voor om herindelende gemeenten tegemoet te komen in eenmalige kosten, die gemoeid zijn met de herindeling. Ook wordt in de bijgestelde maatstaf herindeling aandacht besteed aan de splitsing van gemeenten.

De huidige maatstaf houdt geen rekening met kosten in het jaar voorafgaande van de herverdeling. De nieuwe maatstaf voegt een jaar vóór de daadwerkelijke herindeling toe. De nieuwe periode van de maatstaf beslaat dan in totaal vijf jaar. De verruiming van de maatstaf betekent dat de uitkering in het extra voorafgaande jaar 25 procent van het totale budget van de huidige maatstaf bedraagt.

Een rekenvoorbeeld:Volgens de oude maatstaf werd het totale budget van de herindelingmaatstaf (100 procent) verdeeld over vier jaar in de verhouding: 40, 20, 20, 20 procent. Als het totale budget bijvoorbeeld 1000 euro bedraagt, krijgen de gemeenten 400 euro extra in het eerste jaar en 200 euro extra in de drie daaropvolgende jaren.De verruiming houdt in dat gemeenten die fuseren 25 procent van het totale budget extra krijgen in het jaar vóór de daadwerkelijke herindeling. Dit is in dit voorbeeld 250 euro. De vier jaar daarna volgen dezelfde uitkeringen als bij de oude herverdelingsmaatstaf.

Meicirculaire gemeentefonds

Het was kantje boord, maar op 31 mei stonden de bijna 150 pagina’s van de meicirculaire op internet.

Het is bekend: de groei (het accres) van de algemene uitkering uit het gemeentefonds beweegt mee met de rijksbegroting volgens de methode “gelijk trap op, gelijk trap af”. De nieuwe cijferreeks is gebaseerd op de laatste Voorjaarsnota van het Rijk.

Het accres 2012 staat nu definitief vast. De algemene uitkering is in dat jaar maar liefst 2,6 procent gekrompen en komt uit op min 436 miljoen euro. In de junicirculaire 2011 werd nog gerekend met een plus van 90 miljoen euro. Op dát cijfer hebben veel gemeenten hun begroting 2012 gebaseerd. In twee jaar tijd is het accres dus met ruim een half miljard euro gezakt! Het wordt de gemeenten niet gemakkelijk gemaakt. Niet alleen ziet het definitieve cijfer 2012 er beroerd uit, de volatiliteit van de ontwikkeling is voor gemeenten lastig te hanteren. De ontwikkeling voor 2014 vliegt juist weer de andere kant op. Twee jaar geleden stond voor dat jaar een accres geprognosticeerd van plus 1,8 procent, overeenkomend met 300 miljoen euro. In de recente meicirculaire is het accres 2014 opgelopen naar plus 6,0 procent. Dat is bijna een miljard euro! Hoe kan dat nou? Overal staat te lezen dat het Rijk fors moet bezuinigen. Je zou dan verwachten dathet accres negatief is, dat de gemeenten mee de trap afgaan.

Volgens minister Plasterk komt het accres 2014 hoog uit vanwege pieken in de uitvoering van infrastructurele projecten en ontwikkelingen in de huursector. Maar dat is niet het hele verhaal. Wij weten dat het kabinet nog fors moet bezuinigen over 2014. Het invullen daarvan is nog niet gebeurd in de Voorjaarsnota. Dat is in het sociaal akkoord zo afgesproken met werknemers en werkgevers. Er lijkt echter geen ontkomen aan dat in de rijksbegroting 2014 alsnog een forse bezuiniging wordt ingeboekt. Verschillende bedragen zingen daarbij rond, variërend van 4 tot 8 miljard euro. In de meicirculaire waarschuwt de minister dan ook voor de gevolgen hiervan voor het accres 2014. Dat zal fors lager uitpakken dan de nu aangekondigde miljard euro. Hoeveel lager? Dat is moeilijk te zeggen. Het hangt er vanaf waar de aanvullende bezuinigingen neerslaan.Niet elke beweging op de rijksbegroting heeft invloed op het accres. Tja, het wordt er voor de gemeenten niet eenvoudiger op.

Maximum gemeentelijke heffingen: nog houdbaar?

Gemeenten krijgen een algemene uitkering om een gelijkwaardig voorzieningenniveau bij gelijke lastendruk te realiseren. Een stijging van deze uitkering leidt inderdaad tot een stijging van het voorzieningenniveau. Daarmee groeit ook de waarde van de huizen. Hiervan profiteren voornamelijk de bestaande huiseigenaren. Het blijkt dat huizenkopers meer willen betalen om in een gemeente te kunnen wonen die meer middelen tot zijn beschikking heeft. Een gemeente kan ook meer middelen verkrijgen door de gemeentelijke belastingen te verhogen. Moeten gemeentelijke heffi gen dan nog aan een maximum gebonden zijn?

In Economische Statistische Berichten (ESB) van 31 mei jongstleden is een onderzoek gepubliceerd van Allers en Vermeulen over het effect van veranderingen in de algemene uitkering aan gemeenten op de waarde van woningen.

Effecten stijging algemene uitkering
De onderzoekers gaan uit van de volgende veronderstelling: gemeenten kunnen bij een hogere uitkering van het gemeentefonds hun voorzieningenniveau verhogen of hun belastingdruk verlagen. Dit leidt ertoe dat de gemeente aantrekkelijker wordt ten opzichte van gemeenten die geen hogere algemene uitkering krijgen. Er zullen dus meer mensen in de desbetreffende gemeente willen wonen. De woningprijzen zullen stijgen totdat de gemeente net zo aantrekkelijk is als voor de verhoging van de uitkering. Allers en Vermeulen vinden dat gemiddeld genomen de woningwaarde stijgt met 78 euro voor elke extra euro aan algemene uitkering of aan belastingverhoging. Huiseigenaren in nadeelgemeenten (gemeenten die te maken hebben met een daling in de algemene uitkering) zien de waarde van hun woning met datzelfde bedrag dalen. Dit betekent dat huizenkopers meer willen betalenom in een gemeente te wonen die extra middelen te besteden heeft.

Wie profiteert?
Bestaande huiseigenaren zien bij stijging van de algemene uitkering de waarde van hun woning toenemen. Bovendien profiteren zij van het verbeterde aanbod aan voorzieningen. Nieuwe huiseigenaren, die een huis kopen in een gemeente waarvan de algemene uitkering omhoog is gegaan, worden geconfronteerd met hogere huizenprijzen. Zij profiteren per saldo dus niet van het hogere voorzieningenniveau. Voor huurders geldt dat zij enkel profiteren als de huurprijzen niet meer stijgen dan het voorzieningniveau. De verhuurders daarentegen kunnen hogere huren vragen en profiteren zo ook mee van de stijging van de algemene uitkering.
Uitkeringen van de Rijksoverheid worden meestal toegekend aan gemeenten met een relatief ongunstige sociaaleconomische samenstelling. Uit dit onderzoek blijkt dat het meeste voordeel gaat naar mensen die bij toevoeging van middelen aan het gemeentefonds al een woning bezitten in de gemeente. Het profijt gaat dus slechts naar enkele groepen.
Dit onderzoek roept vragen op over de standpunten van partijen die tegen verdere gemeentelijke belastingverhogingen zijn. Gemeentelijke belastingverhogingen lijken immers meer vraag naar woningen in die gemeente te creëren en relatief onaantrekkelijke gemeenten weer aantrekkelijk te maken.

Trefwoorden: Tags: Wet markt en overheid

Uw bijdrage

Log in met om uw bijdrage te plaatsen.