Belastingen en gemeenten

Wat speelt er momenteel op het gebied van gemeentebelastingen? Medewerkers van het expertisecentrum gemeentefinanciën van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten lichten enkele belangrijke onderwerpen toe.

Hoge Raad: hondenbelasting heffen mag
De Hoge Raad oordeelt dat gemeenten hondenbelasting kunnen blijven heffen. Een gemeente hoeft daarbij geen rechtstreeks verband te leggen met de kosten voor hondenbeleid. Dit oordeel draait de uitspraak terug van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 24 januari 2013. Het hof oordeelde dat het heffen van hondenbelasting is toegestaan als de kosten van hondenbezit voor de gemeente van wezenlijke betekenis zijn voor de heffing. Als de hondenbelasting alleen gericht is op het verkrijgen van inkomsten is volgens het hof sprake van discriminatie van hondenbezitters. De Hoge Raad stelt dat de wetgever op fiscaal gebied een grote mate van vrijheid toekomt. Een van de redenen voor hondenbelasting is de bevuiling van de openbare ruimte. Dat gebeurt door andere door de mens gehouden dieren veel minder. Het feit dat de kosten reden zijn voor de belasting betekent niet dat gemeenten die kosten apart moet verantwoorden. Het hof heeft daarom ten onrechte de verordening hondenbelasting van de gemeente onverbindend verklaard. Het cassatieberoep van het college van B&W is gegrond. De aanslag wordt gehandhaafd. (Hoge Raad 18-10-2013, nr. 13/0116, ECLI:NL:HR:2013:917)

Noot: Gemeenten die naar aanleiding van de uitspraak van het gerechtshof hebben besloten om bezwaren tegen de hondenbelasting aan te houden, kunnen die nu afhandelen.

Geheimhoudingsregel Wet WOZ gaat voor op Wob  
De afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS) beslist dat de geheimhoudingsregel van artikel 40 Wet waardering onroerende zaken (WOZ) de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) opzij zet. X vraagt de gemeente op 28 maart 2011 informatie over de wijze waarop voor 2010 de WOZ-waarde van zijn woning is vastgesteld. Op 12 augustus 2011 stelt X de gemeente in gebreke en maakt hij aanspraak op een dwangsom. Op 13 november herhaalt  X zijn verzoek en deelt hij mee dat het moet worden opgevat als een Wob-verzoek. Op 8 december 2011 wijst de gemeente X' Wob-verzoek af. In hoger beroep oordeelt de ABRvS dat X geen procesbelang meer heeft bij het beroep, omdat de gemeente op 8 december 2011 een besluit heeft genomen op zijn verzoek. Verder heeft  X zijn informatieverzoek gedaan in zijn bezwaar tegen de WOZbeschikking voor zijn woning van 28 maart 2011. Hij heeft zich daarbij niet beroepen op, noch verwezen naar de Wob. De rechtbank is er terecht vanuit gegaan dat het verzoek is gedaan ex artikel 40 Wet WOZ. De Wob is niet van toepassing op het informatieverzoek van X. Door toepassing van de Wob zou afbreuk worden gedaan aan de goede werking van artikel 40 lid 2 Wet WOZ. In dit artikel is een bijzondere openbaarmakingsregeling vervat met een uitputtend karakter, die de bepalingen van de Wob opzij zet. Omdat X pas op 13 november 2011 een Wob-verzoek heeft gedaan en de gemeente het verzoek op 8 december heeft afgewezen, is dit besluit tijdig – want binnen 4 weken na het verzoek om informatie – genomen. De gemeente is terecht geen dwangsom verschuldigd. Het hoger beroep is ongegrond. (ABRvS 07-08-2013, 201208505/1/A3, ECLI:NL:RVS:2013:629)

VNG wil aanpassing proceskostenregeling Wet WOZ
De VNG wil dat het kabinet haast maakt met een betere proceskostenregeling voor de Wet WOZ. Als de nieuwe regeling niet op 1 januari 2014 is ingevoerd, veroorzaakt dat 20 miljoen euro aan maatschappelijke kosten.

Sinds 2010 behandelen gemeenten veel bezwaarschriften van no-cure-no-pay-bureaus. Deze bureaus procederen voor de proceskostenvergoeding. Het aantal proceshandelingen (bezwaarschrift, hoorzitting, deskundigenrapport) is daarbij zeer hoog omdat dit omzet betekent bij een gegrond bezwaar. De maatschappelijke kosten zijn hoog. De vergoedingen staan meestal niet in verhouding tot de voordelen die belastingplichtigen ontvangen bij een verlaging van de WOZ-waarde.

In 2011 hebben de bewindslieden van Binnenlandse Zaken en van Financiën dit onderkend. Op 1 juni 2013 is de internetconsultatie over een conceptregeling afgerond. Het ministerie van Veiligheid en Justitie, verantwoordelijk voor het invoeren van de regeling, heeft sindsdien niet veel gedaan. De VNG heeft de Tweede Kamer verzocht om aandacht te schenken aan het vóór 1 januari 2014 vaststellen van een aangepaste proceskostenregeling die recht geeft op een redelijke tegemoetkoming van de kosten. Wordt de proceskostenregeling niet aangepast, dan voorziet de VNG in 2014 een verdere groei van het aantal vanwege kostenvergoeding gejuridiseerde confl cten, waarbij:

  • bedragen in de orde van 20 miljoen euro aan bovenmatige vergoedingen en ambtelijke kosten over de balk worden gesmeten;
  • de uitvoering van de Wet WOZ wordt belemmerd door de nodeloze proceshandelingen;
  • de gewenste informele benaderingswijze wordt gefrustreerd door tussenpersonen.

    De VNG pleit niet voor afschaffing van de proceskostenregeling. Maar de huidige regeling heeft tot gevolg dat ook bij zeer kleine waardegeschillen het bezwaar wordt doorgezet omdat de vergoeding bij gegrondverklaring van het bezwaar 700 eruo is. De huidige regeling werkt enorme juridisering met bijbehorende werklast in de hand. De vergoedingen zijn buitensporig in plaats van redelijk. Inmiddels hebben zes Tweede Kamerfracties hiervoor aandacht gevraagd bij de Staatssecretaris van Financiën (Kamerstukken II 2013/14, 33462, nr. 8).
Trefwoorden: Tags:  

Uw bijdrage

Log in met om uw bijdrage te plaatsen.