Banken onder de loep

Op 27 juni bereikte de Europese Raad een akkoord over het herstel van de Europese banken (‘bank resolution’). In de richtlijn wordt de verantwoordelijkheid voor de oplossing van de bankencrisis bij de nationale overheden gelegd. Zij krijgen de instrumenten om de bankencrisis aan te pakken op een wijze waarbij de essentiële operaties van een bank behouden blijven en de kosten voor de belastingbetaler worden geminimaliseerd. Banken zullen herstelplannen moeten ontwikkelen en deze periodiek actualiseren.

Daarin zetten zij de maatregelen uiteen die de financiële positie versterken in geval van een crisis. De autoriteiten krijgen de mogelijkheid om nieuwe bestuurders te benoemen, als de financiële situatie sterk verslechtert of als ernstige overtredingen van de wet hebben plaatsgevonden. De richtlijn verplicht lidstaten resolutiefondsen op te zetten. Binnen tien jaar moeten deze fondsen minimaal een omvang van 0,8 procent van de gegarandeerde deposito’s van de financiële instellingen hebben. Lidstaten kunnen ook voor een systeem van verplichte bijdragen kiezen zonder dat er een fonds wordt gevormd, mits dezelfde omvang wordt bereikt. In aansluiting op de voorgestelde richtlijn heeft de eurogroep het operationele kader voor directe herkapitalisatie door het ESM (‘European Stability Mechanism’) vastgesteld. Men is overeengekomen dat het kapitaaltekort in eerste instantie zal worden aangezuiverd door aandeelhouders en (een deel van de) crediteuren (‘bail-in’). Als dit niet voldoende is, kan de nationale overheid onder voorwaarden bijspringen. Pas als de overheid hiertoe niet in staat is, kan de betreffende bank in aanmerking komen voor steun uit het ESM. In totaal is binnen het ESM maximaal 60 miljard euro beschikbaar voor herkapitalisatie van banken.

 

Voordat het nieuwe regime in 2018 van start kan gaan, moeten de banken financieel gezond zijn. Dit is een harde eis van de noordelijke eurolanden. Zij vinden het niet acceptabel dat financiële problemen van buitenlandse banken uit het verleden worden afgewenteld op de belastingbetalers in de noordelijke landen.
Dit zou overigens ook niet bijdragen aan een oplossing van de crisis in het bankwezen. De ECB zal de banken die onder haar toezicht gaan vallen aan een diepgaand financieel onderzoek (‘Asset Quality Review’ of AQR) onderwerpen. Het betreft 124 banken met een balanstotaal van meer dan 30 miljard euro, waaronder 7 Nederlandse banken. Het onderzoek omvat daarmee 85 procent van het totale bankwezen van het eurogebied. De centrale bank heeft onlangs bekendgemaakt dat het onderzoek in november van start gaat en een jaar zal duren. De resultaten worden gepubliceerd voordat de ECB in november 2014 de toezichtstaak op zich neemt. Volgens ramingen van diverse commerciële banken zou het kapitaaltekort uitkomen op circa 45 miljard euro. De uitkomst is echter hoogst onzeker.

Bij de inschatting van de mogelijke economische gevolgen van het AQR moet rekening worden gehouden met de omstandigheid dat het proces van herstel van het bankwezen al enige jaren gaande is. Dit proces remt de kredietverlening af. De ratio’s zijn daardoor reeds verbeterd. De kernkapitaalratio (eigen vermogen als percentage van risico gewogen activa) is volgens het IMF in de belangrijkste eurolanden gestegen van ruim 7 procent in het vierde kwartaal  van 2008 naar bijna 11 procent in het derde kwartaal van 2012. Dat is maar iets minder dan in de Verenigde Staten en Groot-Brittannië. In de perifere eurolanden is de kernkapitaalratio gestegen van
7 naar ruim 10 procent. Als het AQR duidelijkheid brengt over de kwaliteit van de activa en de omvang van het kapitaaltekort, dan draagt dit samen met andere maatregelen bij aan verder herstel van vertrouwen in de Europese banken, waardoor deze zich ook weer goedkoper en makkelijker kunnen financieren. De banken kunnen dan hun rente op lening verlagen. De kredietvraag kan dan aantrekken, wat een meer duurzaam herstel van de economie in Europa mogelijk maakt.

Trefwoorden: Tags: Economie

Uw bijdrage

Log in met om uw bijdrage te plaatsen.