Stijging gemeentelijke woonlasten historisch laag

Wat speelt er momenteel op het gebied van gemeentefinanciën? Medewerkers van het expertisecentrum gemeentefinanciën van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten lichten enkele belangrijke onderwerpen toe.

Stijging gemeentelijke woonlasten historisch laag

De stijging van de gemeentelijke woonlasten is lager dan ooit eerder gemeten en ook lager dan de inflatie. Dat blijkt uit de Atlas van de lokale lasten van het Centrum voor onderzoek van de economie van de lagere overheden (COELO). De gemeentelijke woonlasten voor huiseigenaren bestaan uit de onroerendezaakbelasting (ozb), de afvalstoffenheffing en de rioolheffing. In 2014 betaalt een gemiddeld huishouden 6 euro meer aan gemeentelijke woonlasten dan in 2013. Dat is 0,9 procent; een beperkte stijging aangezien de verwachte inflatie 1,5 procent is.

De beperkte stijging van de gemeentelijke woonlasten komt vooral door daling van de grootste heffing, de afvalstoffenheffing. Gemiddeld betalen huishoudens 261 euro aan afvalstoffenheffing. Dat is 3,85 euro minder dan in 2013 (-1,5 procent). Dit is al het vierde jaar op rij dat de afvalstoffenheffing daalt. Gemeenten besparen op de afvalkosten en geven dat voordeel door aan de burger.

De rioolheffing stijgt dit jaar gemiddeld met 1,6 procent (3,01 euro) en komt gemiddeld uit op 186 euro per huishouden. Dat is de kleinste stijging in ruim vijftien jaar. Dat de rioolheffing zo laag uitkomt, is tegen de verwachtingen in en lijkt een trendbreuk. Verwacht was dat de rioolheffing relatief fors zou blijven stijgen door onder andere noodzakelijke vervanging van verouderd riool en maatregelen om steeds vaker voorkomende hoosbuien te verwerken. Dat is geen realiteit gebleken, onder meer doordat afschrijvingstermijnen zijn verlengd dankzij technische vooruitgang. In 2014 betaalt een huishouden gemiddeld 256 euro aan ozb. Elke gemeente(raad) beslist zelf over de hoogte van de ozb-tarieven. Wel geldt op landelijk niveau de zogenaamde macronorm: de ozb- opbrengst van alle gemeenten samen mag van 2013 op 2014 niet meer dan 2,45 procent stijgen. Komt de opbrengststijging hierboven, dan volgt hierover een bestuurlijk gesprek met als ultieme maatregel dat het Rijk een korting doorvoert op het gemeentefonds. Het COELO heeft berekend dat de ozb-opbrengst met 2,75 procent stijgt; gemeenten halen 11 miljoen euro meer binnen dan de norm toelaat. Op het bestuurlijk overleg financiële verhoudingen van mei bespreken kabinet en decentrale overheden de ontwikkelingen van de lokale lasten. De COELO-atlas is daarbij de cijfermatige bron.
Renate Kuyten

Inkoop van digitale content centraal gefinancierd

Per 2015 zijn gemeenten niet langer verantwoordelijk voor inkoop van e-content. Het betreft de inkoop van vijf soorten digitale content: e-books, muziek, databanken, dagbladen en tijdschriften, audiovisuele content en specifieke content voor jeugd en onderwijs.

Naar verwachting treedt per 1 januari 2015 de Wet stelsel openbare bibliotheekvoorzieningen (Wsob) in werking en dat gaat gepaard met een uitname uit het gemeentefonds. Onderdeel van de Wsob, die begin dit jaar aan het parlement is aangeboden, is de vorming van een landelijke digitale bibliotheek. De huidige bekostiging van de inkoop van e-content – die loopt via de Vereniging van Openbare Bibliotheken (VOB) – wordt een rijkstaak. De Koninklijke Bibliotheek (KB) gaat die taak voor heel Nederland uitvoeren. In 2011 had de VNG al positief gereageerd op het plan om de inkoop van digitale content te centraliseren. Maar toen was nog onvoldoende helder met welke uitname dat gepaard zou gaan. Om in kaart te brengen welke uitname uit het gemeentefonds passend is bij deze te centraliseren taak, is in opdracht van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap een onderzoek uitgevoerd naar het reëel benodigde budget voor digitale content voor de jaren 2015-2018. Daaruit blijkt dat gemeenten in 2014 (via de VOB) ongeveer 7 miljoen euro uitgeven aan digitale content. Omdat er de komende jaren een (gewenste) verschuiving plaatsvindt van fysieke naar digitale media, loopt het benodigde budget op tot circa 12 miljoen euro in 2018. Het budget voor de KB en de uitname uit het gemeentefonds groeit van jaar op jaar om te voorkomen dat het uitgenomen bedrag zo hoog is dat het niet (geheel) kan worden besteed. En gemeenten krijgen zo de mogelijkheid de uitname geleidelijk te verwerken richting de lokale bibliotheken.

Informatie over de uitname uit het gemeentefonds wordt opgenomen in de meicirculaire 2014, natuurlijk onder het voorbehoud dat het bijbehorende wetsvoorstel wordt aangenomen. De uitname zal naar verwachting plaatsvinden via een vast bedrag per inwoner. Enerzijds omdat zo eind jaren tachtig van de vorige eeuw ook middelen aan het gemeentefonds zijn toegevoegd. Maar belangrijker, omdat het aansluit bij de huidige praktijk van financiering. Lokale bibliotheken betalen op dit moment ook een bedrag per inwoner aan de VOB voor de aanschaf van e-content. Die betaling vervalt per 2015.
Renate Kuyten

Groot onderhoud gemeentefonds

Het ministerie van BZK werkt aan een herijking van het gemeentefonds, ook wel groot onderhoud genoemd. Hoofddoel is de scheefgroei tussen de werkelijke uitgaven van gemeenten op verschillende clusters en de veronderstellingen daarover bij de verdeling van gemeentefondsmiddelen recht te trekken. Minister Plasterk kwam op 20 maart met voorstellen tot herverdeling van het gemeentefonds in 2015. In 2016 volgt de tweede ronde. Er wordt niet getornd aan de kostenoriëntatie in de verdeling: veranderingen in het uitgavenpatroon van de gezamenlijke gemeenten worden zo veel mogelijk gevolgd. Het hele verhaal staat straks in de meicirculaire gemeentefonds 2014. Hieronder een toelichting op de veranderingen bij woningtellingen en educatie.

BAG-woningtelling
Na het groot onderhoud wordt er gewerkt met de nieuwe manier van woningtelling binnen de basisregistratie adressen en gebouwen (BAG). Daardoor wordt de woningvoorraad anders berekend, met aanvankelijk forse consequenties voor de verdeling van de algemene uitkering. Het aantal woningen is immers een zware maatstaf in de verdeling. In de BAG-telling doen recreatiewoningen niet meer mee. Hetzelfde geldt voor bijzondere woongebouwen, zoals verpleegtehuizen, studentenflats, kazernes en gevangenissen. Het zag er even naar uit dat hierdoor grote en ongewenste herverdeeleffecten zouden optreden in de verdeling van de algemene uitkering. Hiervoor is gezocht naar oplossingen.

Voor recreatiewoningen is die gevonden. In het vervolg zijn gebouwen met een logiesfunctie in de verdeling betrokken. Ook is er een oplossing gevonden voor zorginstellingen met woonfunctie. Gemeenten met deze vorm van bebouwing worden zo goed mogelijk gecompenseerd doordat het aantal huishoudens en inwoners voortaan steviger meetelt in de verdeling en woningen juist minder. Overigens pakt deze oplossing niet voor alle betrokken gemeenten goed uit. Zo past Zeist niet goed in het sjabloon. Er wordt uitgezocht wat daar aan de hand is.

Voor kazernes en gevangenissen is geen aanvullende maatregel genomen. BZK gaat ervan uit dat de aanwezigheid van kazernes en gevangenissen niet leidt tot hogere gemeentelijke uitgaven. Op dat punt wijken zij niet af van bijvoorbeeld een ziekenhuis of een transportbedrijf, waarvoor ook geen bijzondere vergoeding in de algemene uitkering zit. De situatie met betrekking tot studentenwoningen is nogal ingewikkeld omdat de BAG-defi itie voor studentenwoningen niet geheel eenduidig is. Door interpretatieverschillen is er in gemeenten verschillend geteld. De definitie is inmiddels aangescherpt en moet uiterlijk 31 december 2016 door alle gemeenten eenduidig worden toegepast.
Gijs Oskam

Educatie
Worden gemeenten op het gebied van onderwijshuisvesting dubbel aangeslagen bij het groot onderhoud van het gemeentefonds? Dat is een vraag die we deze weken nogal eens horen. Gelukkig is dat niet het geval. Maar hoe zit dat dan? De kosten van alle gemeenten in Nederland voor onderwijshuisvesting en voor overige educatie blijken ruim 300 miljoen euro lager dan de omvang van het cluster educatie in het gemeentefonds. Deze onderbesteding is vooral te zien bij voortgezet en bij speciaal onderwijs. Dat wordt bij het groot onderhoud rechtgetrokken, ten bate van een of meerdere andere clusters waaraan gemeenten in de praktijk meer uitgeven dan verondersteld in het gemeentefonds. Daarom wil minister Plasterk het gewicht van vooral de maatstaf leerlingen voortgezet onderwijs verlagen. Op die manier volgt ook het cluster educatie weer de kosten van gemeenten. Overigens heeft de VNG in haar advies op het voorstel van de minister er sterk op aangedrongen nog eens goed te kijken naar de onderwijsuitgaven van gemeenten. De cijfers die wijzen op onderbesteding dateren van 2010. Juist in het cluster educatie zit de laatste jaren nogal veel beweging in de uitgaven. De VNG wil dat de onderwijsuitgaven in 2014 nog eens goed worden bekeken. Zonodig kan het cluster in 2016 aan de nieuwe cijfers worden aangepast. Maar goed, in 2015 wordt het cluster educatie circa 300 miljoen euro kleiner. Daarbij speelt nog wat anders: De structurele uitname van 256 miljoen euro per 2015, waartoe het kabinet heeft besloten als gevolg van waargenomen onderbesteding bij onderwijshuisvesting. Om te voorkomen dat gemeenten twee keer voor hetzelfde punt worden geconfronteerd met een daling van de gemeentefondsuitkering, willen de fondsbeheerders deze uitname van 256 miljoen euro verwerken als een generieke korting. Via de zogenoemde uitkeringsfactor, waarbij de korting pondspondsgewijs wordt verdeeld over alle gemeenten, ongeacht hun besteding aan onderwijshuisvesting. Op die manier worden gemeenten dus niet dubbel aangeslagen.
Renate Kuyten

Trefwoorden: Tags:  

Uw bijdrage

Log in met om uw bijdrage te plaatsen.