BNG Cultuurfonds: 50 jaar op de bres voor cultuur

BNG Bank bestaat dit jaar honderd jaar. Als intermezzo in de reeks artikelen in B&G over de geschiedenis van de bank wordt in dit artikel de geschiedenis beschreven van het BNG Cultuurfonds. Dat bestaat nu vijftig jaar en is uitgegroeid tot een belangrijke en gezaghebbende sponsor van kunst en cultuur in Nederland. Wat was de aanleiding voor de oprichting van het fonds? Hoe ontwikkelde de doelstelling zich door de jaren heen? Waar staat het BNG Cultuurfonds nu? En waar wil het fonds het verschil maken?

Op 23 december 1964, precies vijftig jaar na de oprichting van BNG Bank, werd de Stichting gemeentelijk cultuurfonds in het leven geroepen. Aanleiding hiervoor was de tentoonstelling Stedenspiegel, door BNG Bank georganiseerd in het Haags Gemeentemuseum. Deze tentoonstelling schetste een beeld van de cultuurhistorische betekenis van lokale gemeenschappen vanaf de Romeinse tijd. BNG Bank en de VNG vonden dat het niet bij die tentoonstelling zou moeten blijven. Zij wilden kennis van gemeentelijke activiteiten op het gebied van cultuur en wetenschap verdiepen en verbreden en de gemeentelijke activiteiten op dat gebied bevorderen.

‘Op het ogenblik, dat de materiële behoeften van de bevolking gans of haast volledig worden bevredigd, hebben sommige instellingen tot plicht hun aandacht te besteden aan de culturele verrijking van het individu.’
motivatie bij oprichting BNG Cultuurfonds, 1964

Wat is cultuur?
Al in de eerste bestuursvergadering van het BNG Cultuurfonds kwam het bestuur tot de conclusie dat het begrip cultuur zeer veelomvattend was en dat het zou moeten worden opgevat ‘zoals in gemeentelijke kring wordt verstaan’. Weinig concreet, en de eerste jaren was het bestuur dan ook zoekende. Het allereerste subsidieverzoek, of het fonds bereid was om bij te dragen in de kosten van restauratie van een schilderij, werd afgewezen: het ging hier niet om het algemene aspect van het gemeentelijk culturele leven. Bovendien was het schilderij in het bezit van een kerkvoogdij en niet eens van een gemeente. Al direct kwam een van de belangrijkste bottlenecks bij het toekennen van subsidies naar voren: wanneer ontstijgt een subsidieverzoek het individuele belang van een gemeente en voldoet de aanvraag aan het algemene aspect van het gemeentelijke culturele leven? Dit criterium loopt als een rode draad door de geschiedenis van het Cultuurfonds.

Het bestuur van het Cultuurfonds

Het bestuur van het Cultuurfonds bestaat uit zeven leden. Bij de start werd vastgelegd dat de voorzitter en de vicevoorzitter van het fonds werden benoemd door BNG Bank en de overige vijf bestuursleden door het bestuur van de VNG. De De benoeming ‘door’ de VNG is inmiddels gewijzigd in ‘in overleg met’. Het secretariaat van het fonds wordt al vijftig jaar tot volle tevredenheid gevoerd door BNG Bank. Het bestuur komt vier keer per jaar bijeen, onder andere om te beslissen over de ingediende subsidieverzoeken. Voorafgaand aan de bestuursvergadering is een vergadering van de adviescommissie, bestaande uit professionals uit de diverse kunstdisciplines. De binnengekomen verzoeken worden hier besproken en van advies voorzien.

Traditioneel is de voorzitter van het BNG Cultuurfonds een burgemeester of oud-burgemeester. Dit ligt voor de hand. Het fonds heeft immers tot doel gemeentelijke activiteiten op cultuurgebied te verdiepen, verbreden en te bevorderen, aan het hoofd van iedere gemeente staat een burgemeester en een groot aantal gemeenten is aandeelhouder van BNG Bank. In de beginjaren kwamen de bestuursleden van het Cultuurfonds uit (de buurt van) Den Haag. Vanaf 1970 wordt er zorgvuldig gezorgd voor spreiding binnen het bestuur qua regio, gemeentegrootte en politieke achtergrond. Van absoluut belang is steeds dat het bestuurslid affiniteit heeft met cultuur.

De eerste activiteit: Stedenspiegel
Het ministerie van Buitenlandse Zaken had van de tentoonstelling Stedenspiegel tien series van 25 panelen laten maken, die gebruikt zouden worden om voorlichting te geven in de Verenigde Staten, Canada en Australië. Het Cultuurfonds besloot om mee te doen en kocht ook een serie panelen aan voor 2.200 gulden. Deze zouden ‘mits voorzien van een illustratieve tekst, dienst kunnen doen bij geschiedenisonderwijs, instructie van aanstaande kiezers e.d.’. Gemeenten konden vanaf 1970 de fotopanelen gedurende maximaal één maand lenen bij het Cultuurfonds en er een tijdelijke tentoonstelling mee inrichten in het gemeentehuis of ergens anders. Het lenen kostte niets, maar de gemeente moest wel de verzendkosten betalen. Veertien jaar lang werden de panelen frequent uitgeleend en tentoongesteld.

1970: actief naar buiten
De eerste vijf jaar ontwikkelde het Cultuurfonds vrij weinig concrete activiteiten. Dat veranderde vanaf 1970. Toen werd aan alle colleges van B&W en aan de provinciale culturele raden een brief gestuurd, waarin de secretaris van het Cultuurfonds de adressanten aanspoorde om zich voor subsidies te richten tot het fonds. Er was immers geld: het Cultuurfonds kreeg van BNG Bank een stichtingskapitaal van 50.000 gulden ter beschikking en daarna de eerste vijf jaar jaarlijks 55.000 gulden. Bij de brief was een brochure gevoegd en een lijst met 22 mogelijke activiteiten. Het was een brede opsomming van manifestaties voor gemeentelijke muziekscholen, bekroning van beeldhouwwerken, steun aan studieopdrachten en proefschriften, uitgifte van studies en boeken tot aan steun voor de oprichting van historische musea en het organiseren van lokale tentoonstellingen. In de jaren erna werd een groot deel van de lijst daadwerkelijk uitgevoerd.

1970-1990: muziekscholen en scripties
Van 1970 tot 1990 legde het Cultuurfonds de nadruk op muziek en wetenschap als belangrijkste uitingen van cultuur. Het grootste project was het ontmoetingsproject van leerlingen van gemeentelijke muziekscholen (1972-1994), met jaarlijks regionale bijeenkomsten waarbij leerlingen van gemeentelijke muziekscholen kennis konden nemen van de prestaties van andere scholen. Het andere grote project was de Scriptiereeks (1975- 1990). Dit waren publicaties die van belang waren voor gemeenten. De boekjes werden gratis verstrekt aan gemeentebesturen die hadden ingetekend op de reeks. De kosten van de reeks liepen gaandeweg op. Dat kwam niet doordat de prijzen voor de winnende scripties zo hoog waren, maar doordat het aantal ingediende publicaties sterk steeg en deze ook nog eens steeds dikker werden. Dat betekende meer drukkosten en steeds meer werk voor de beoordelingscommissie. In de tweede helft van de jaren tachtig werd het probleem minder, omdat de beoordeling strenger werd en het aantal ingezonden scripties afnam.

Meer aanvragen, meer bekendheid
Gaandeweg werd het Cultuurfonds steeds bekender. Het aantal incidentele verzoeken vanuit de gemeenten om subsidies nam dan ook toe. Die verzoeken varieerden van subsidie voor een carillon, een toren of een boek tot aan kleinschalige en vaak lokale culturele activiteiten. Bij aanvang was de doelstelling van het Cultuurfonds vrij algemeen geformuleerd. Later werd dat scherper gesteld: aanvragen dienden bijvoorbeeld ondersteund te worden door minstens twee gemeenten, van meer dan strikt lokaal belang te zijn of een uniek, bijzonder of experimenteel karakter te hebben. Dat leidde nog wel eens tot discussie en teleurstelling bij afwijzing en soms tot boze telefoontjes naar het secretariaat van het Cultuurfonds.

Van boek naar praktijk
Eerst sponsorde het Cultuurfonds veel boeken met een (cultuur)historische insteek en een algemeen, gemeentelijkkarakter, bijvoorbeeld over ambtsketens. Vanaf 1985 kwamen er meer praktischehandreikingen voor gemeenten. Hoe ga je als gemeente om met het verzoek tot oprichting van een lokaal museum? Wat zijn de gevolgen van de afschaffing van de BKR (Beeldende Kunstenaars Regeling) voor een gemeente? ‘Het staat op straat’ leverde een handreiking aan gemeenten hoe om te gaan met straatmeubilair en bestond uit een boek, symposium, tentoonstelling en diapresentatie. Instanties als PTT en NS die zich bezighielden met openbare ruimte werden bij het project betrokken. Met deze en andere handreikingen probeerde het BNG Cultuurfonds gemeenten bij te staan bij het vormgeven van de openbare omgeving.

Rond 1990: bijstelling beleid
Eind jaren tachtig veranderde er veel binnen BNG Bank. Er kwamen nieuwe directeuren en de stijl van management werd anders. Ook werd een accountorganisatie opgezet, waarbij gemeenten actief werden benaderd. Dit leidde snel tot extra omzetten en intensievere contacten met de gemeenten dan voorheen. Met de actievere benadering kwam er ook langzamerhand meer aandacht voor relatiemarketing.

In lijn daarmee veranderde er ook het nodige bij het Cultuurfonds. De statutaire termijn van een aantal bestuursleden liep af. Mr. H.V. van Walsum, burgemeester van Delft, werd begin 1989 de nieuwe voorzitter en tegelijk met hem kwamen er drie nieuwe burgemeesters in het bestuur. Voor het vacante vicevoorzitterschap werd prof. dr. Th.M. Scholten aangetrokken. Deze zwaargewicht op het terrein van cultuur en beeldende kunst had samen met zijn echtgenote een gezaghebbende verzameling beeldende kunst opgebouwd, later tentoongesteld in het hiervoor in Scheveningen gebouwde museum Beelden aan Zee.

Nieuwe wegen
Op 17 oktober 1990 behandelde het bestuur een notitie 'inzake de statuten/criteria/beleid Cultuurfonds'. Alle activiteiten van het Cultuurfonds werden ter discussie gesteld. Volgens Van Walsum deed het Cultuurfonds (te) veel 'boekensfeer'. Om een te grote stroom aan subsidieverzoeken in te damme, was het nodig dat de criteria van het fonds duidelijker werden gemaakt. Het Cultuurfonds mocht ook best zending bedrijven. Voor bepaalde projecten zou het fonds een prijs of een onderscheiding in het vooruitzicht kunnen stellen. Ter plekke werd besloten om te stoppen met het muziekscholenproject en in plaats daarvan het Prinses Christina Concours te gaan sponsoren, dat ook goed te gebruiken was voor relatiemarketing. Ook kwam er een einde aan de scriptiereeks. Feitelijk werd er in 1990 afscheid genomen van het gehele aandachtsgebied ‘wetenschap’. De nadruk kwam te liggen op praktische zaken, op vernieuwende activiteiten van allure, op lokale projecten in de gemeenten. Met extra aandacht voor de kleinere gemeenten en voor architectuur, vormgeving en beeldende kunst. Doordat er meer kleinere subsidies werden vertrekt, verminderde de ontevredenheid over het aantal afwijzingen.

‘... geen zaken stimuleren die al 10 jaar in Rotterdam spelen, maar wel een object ondersteunen in bijvoorbeeld Assendelft als daar iets nieuws wordt gepresenteerd.’
Bestuursvergadering BNG Cultuurfonds 17 oktober 1990

Driesporenbeleid
Doordat het BNG Cultuurfonds steeds bekender werd en de overheid – ook toen al – de subsidies aan cultuur verminderde, liep het aantal subsidieaanvragen steeds verder op. Vele malen sneller dan het budget dat BNG Bank jaarlijks ter beschikking stelde. In 1995 verscherpte het Cultuurfonds daarom zijn criteria nog verder. Er werd een driesporenbeleid ingevoerd, dat nu nog altijd geldt. Allereerst subsidieert het BNG Cultuurfonds reguliere projecten. Dit zijn incidentele subsidieaanvragen die moeten voldoen aan een aantal vastgelegde criteria. Daarnaast ondersteunt het fonds culturele evenementen die ook worden gebruikt voor relatiemarketing van BNG Bank. Tenslotte treedt het fonds op als actieve stimulator op terreinen van het gemeente- lijke kunst- en cultuurbeleid. Ook de bijdrage van BNG Bank ging flink omhoog.

Prijzen voor jong talent
Vanaf 2003 legt het BNG Cultuurfonds de focus op het stimuleren van jong talent. Dat gebeurt door het toekennen van prijzen. De BNG Bank Nieuwe Literatuur- prijs (15.000 euro) die begin 2015 voor de tiende keer wordt uitgereikt, is een stimulans voor jonge schrijvers. De BNG Bank Nieuwe Theatermakersprijs is voor de meest veelbelovende theatermaker, die met de prijs van 45.000 euro (de grootste theaterprijs in Nederland) een volgende voorstelling kan maken. BNG Bank Workspace is een prijs op het gebied van mediakunst. Hier mogen twee winnaars installaties maken die op meerdere plekken in Nederland worden getoond. Jong talent op circusgebied wordt beloond met de BNG Bank Circusprijs. In 2014 werd gestart met de BNG Bank Excellent Talent Dans Award, een prijs voor veelbelovende choreografen.

De BNG Bank Erfgoedprijs is niet voor jong talent, maar voor de gemeente die cultureel erfgoed het best inzet in het lokale beleid. Deze prijs (25.000 euro) is in 2014 gewonnen door de gemeente Bergen op Zoom.

alt text
BNG Bank Excellent Talent Dans Award (foto: Robert Benschop

700 aanvragen per jaar
Het BNG Cultuurfonds krijgt jaarlijks zo’n 700 aanvragen, waarvan er tachtig tot honderd kunnen worden gehonoreerd. Voor deze incidentele subsidieverzoeken is maar liefst 600.000 euro beschikbaar. Daarnaast is er 300.000 euro voor de jaarlijkse prijzen en voor langjarige stimuleringsprojecten voor jong talent.

Eeuwige jeugd heeft de toekomst
In 2014 bestaat BNG Bank honderd jaar en het BNG Cultuurfonds vijftig jaar. Ze vierden deze jubilea samen met het project Eeuwige Jeugd. Dit bood jonge, getalenteerde makers en gezelschappen uit verschillende kunstdisciplines de mogelijkheid om nieuwe producties te maken op het thema Eeuwige Jeugd. Er zijn vijf regionale voorstellingen georganiseerd, waarbij in totaal ruim duizend relaties van BNG Bank aanwezig waren.

Die term eeuwige jeugd is ook van toepassing op het BNG Cultuurfonds. Cultuur vindt zichzelf steeds opnieuw uit, moet innovatief zijn, moet verrassend zijn. Het Cultuurfonds steunt activiteiten op cultureel gebied waar een overheid een terugtredende beweging maakt. Het neemt initiatieven waar de markt dit soms niet aandurft. Het versterkt de binding tussen BNG Bank en aandeelhouders. Het BNG Cultuurfonds doet anno 2014 nog precies waarvoor het in 1964 is opgericht.

Dit artikel is gebaseerd op de paper ‘BNG Cultuurfonds 1964-2014’, geschreven voor Philantropic Studies aan de Vrije Universiteit Amsterdam. U kunt een exemplaar van de paper aanvragen via de redactie.

Trefwoorden: Tags: BNG Cultuurfonds

Uw bijdrage

Log in met om uw bijdrage te plaatsen.