Opec handhaaft productie

De olieprijs is de afgelopen maanden sterk gedaald. Momenteel moet voor een vat olie ongeveer 66 dollar worden betaald, 40 procent minder dan half juni 2014. Voornaamste oorzaak is dat de vraag naar olie in de eerste helft van 2014 minder snel toenam dan verwacht. Dat had alles te maken met de geringe groei in Europa en de afvlakking van de expansie van de Chinese economie. De toename van de olievraag bedroeg in 2014 naar schatting 0,7 miljoen vaten per dag. Daarnaast wordt er steeds meer olie in derde landen geproduceerd. De productie in de landen buiten de Opec nam in 2014 met 1,7 miljoen vaten per dag toe, waardoor de olievoorraden met 0,6 procent van de vraag toenemen. In 2015 zet deze ontwikkeling door en nemen de voorraden met 1,5 procent van de vraag toe. Met name de schalie-olieproductie in de Verenigde Staten neemt toe in het verlengde van voorgaande jaren. De wereld heeft minder behoefte aan Opec-olie dan een aantal jaren geleden. De afzet van de Opec bedroeg in 2014 naar schatting nog 29,7 miljoen vaten per dag. Dit jaar neemt het beroep op olie van de Opec verder af naar 29,3 miljoen vaten. De feitelijke productie was in september 2014 hoger (30,7 miljoen vaten).

Gelet op deze ontwikkelingen is het niet zo vreemd dat de Opec besloot om het productieplafond te handhaven. Een verlaging van de productie zou waarschijnlijk niet hebben geleid tot een toename van de olie-inkomsten. Door de productie te handhaven zet de Opec andere olieproducerende landen onder druk. De kosten van de oliewinning ligt in deze landen doorgaans veel hoger dan in het Midden-Oosten. Dat geldt voor schalie-olie in de Verenigde Staten, maar ook bijvoorbeeld voor oliewinning uit de zeebodem. Door de lage olieprijs is deze productie minder aantrekkelijk of soms zelfs verliesgevend geworden. Sinds 2005 heeft de oliesector fors geïnvesteerd in nieuwe olievelden. De break-evenprijs van deze projecten ligt doorgaans op meer dan 80 dollar per vat. Ondernemingen zullen investeringen in exploratie en productie van olie reduceren, waardoor de productie op den duur zal gaan afnemen. De Opec zou op langere termijn haar marktpositie weer kunnen versterken, want de behoefte aan aardolie zal vermoedelijk voorlopig nog groot blijven ondanks de opkomst van duurzame energiebronnen. Op de kortere termijn is de lagere olieprijs een welkome meevaller voor de wereldeconomie in een jaar dat gekenmerkt werd door aanhoudende politieke spanningen en gewapende conflicten. De energiekosten van bedrijven nemen af en de koopkracht van huishoudens verbetert. De bestedingen nemen daardoor wat toe. Modelberekeningen van de Oeso wijzen uit dat een daling van de olieprijs met 20 dollar per vat na twee jaar een positief effect heeft op het bbp van de eurozone van circa 0,4 procentpunt. De inflatie komt lager uit.Het prijsdrukkend effect van een olieprijsdaling van 20 dollar per vat wordt voor het eurogebied na twee jaar geschat op circa 0,6 procent.

De gevolgen voor het monetaire beleid lijken beperkt. Dat geldt zeker voor de Verenigde Staten. De groei van de Amerikaanse economie is heel behoorlijk en kan door de lagere olieprijs zelfs nog wat hoger uitkomen. De Fed richt zich in haar beleid op de kerninflatie. Deze zal in een krapper wordende arbeidsmarkt waarschijnlijk gaan stijgen. In de eurozone is dit risico momenteel afwezig. De inflatie is door de zwakke conjunctuur in november gedaald tot slechts 0,3 procent en zal daardoor op korte termijn verder dalen en mogelijk omslaan in deflatie. De inflatiedoelstelling van ‘beneden maar dichtbij 2 procent’ raakt dan verder uit het zicht. Deze ontwikkeling zal voor de ECB aanleiding zijn om het huidige monetaire beleid voort te zetten en wellicht nog verder te verruimen.

Trefwoorden: Tags: Financiële Markten

Uw bijdrage

Log in met om uw bijdrage te plaatsen.