Belastingen en gemeenten

Wat speelt er momenteel op het gebied van gemeentebelastingen? Medewerkers van het expertisecentrum Financiën en Economie van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten lichten enkele belangrijke onderwerpen toe.

Bezwaar en beroep WOZ: de eerste zwaluw
De wijziging op 1 januari 2015 van het Besluit proceskosten bestuursrecht biedt een teleurstellende oplossing voor de bovenmatige toekenning van proceskosten bij bezwaar en beroep tegen een WOZ- waarde. We meldden dit al in eerdere edities van B&G Magazine. Toch is er inmiddels een eerste rechterlijke beslissing die bovenmatige kostenvergoeding bij WOZ-bezwaren helpt voorkomen. De nieuwe regeling brengt de vergoeding aanzienlijk terug als het gaat om ‘nagenoeg identieke’ bezwaren. Het ging daarbij om acht toegekende bezwaren van enkele honderden bezwaren tegen de WOZ- waarde van woningen.

Rechtbank Noord-Holland overweegt dat de wetgever met de aangepaste regeling een verruiming heeft beoogd van het begrip ‘samenhangende zaken’. Dat betekent dat voor het criterium ‘werkzaamheden die nagenoeg identiek konden zijn’ niet moet worden gekeken naar de concrete werkzaamheden die het no-cure-no-pay-bureau heeft verricht. Er moet een meer abstracte toets worden aangelegd. De rechtbank oordeelt dat op basis van overeenkomsten over de aard van de gewaardeerde objecten (in dit geval uitsluitend woningen) en de gehanteerde waarderingsmethode (in dit geval telkens de vergelijkingsmethode) moet worden beoordeeld of sprake is van werkzaamheden die nagenoeg identiek konden zijn. Nu het hier in alle gevallen om woningen gaat, is dit het geval.

Zie: Rechtbank Noord-Holland,  4 maart 2015, nr. 14/ 883, ECLI:NL:RBNHO:2015:1568

Ziekenhuizen en werktuigenvrijstelling OZB
Volgens de Hoge Raad kan er buiten een productieproces toch sprake zijn van werktuigen die onder de werktuigenvrijstelling vallen. Ook bij installaties die in hoofdzaak dienstbaar zijn aan ‘het medische proces’ dat in een ziekenhuis plaatsvindt, kan sprake zijn van werktuigen in de zin van de werktuigenvrijstelling. De omstandigheid dat veel van die installaties zijn aangebracht vanwege extra wettelijke eisen voor de gezondheidszorg staat hierbij niet in de weg.

De uitspraak van de Hoge Raad op 6 februari 2015 bevestigt de uitspraak van het Hof. In deze uitspraak van het Hof is sprake van een werktuigenvrijstelling van 40 procent van de gecorrigeerde vervangingswaarde van de meegerekende installaties. Dit betekent echter niet dat in alle gevallen de WOZ-waarde van ziekenhuizen te hoog is vastgesteld. In de beoordeling door de Hoge Raad heeft geen toetsing plaatsgevonden aan de criteria uit de jurisprudentie over ‘dienstbaar aan het gebouw’ of ‘verwijderbaarheid met behoud van waarde’. De Rechtbank Amsterdam heeft op 20 februari 2015, dus na het arrest van de Hoge Raad, geoordeeld dat in de kengetallen van de Taxatiewijzer Ziekenhuizen geen kosten zijn begrepen van werktuigen die onder de werktuigenvrijstelling vallen.

Uit het arrest van de Hoge Raad en de uitspraak van de rechtbank Amsterdam blijkt dat het van essentieel belang is om aannemelijk te maken welke installaties in de waardering zijn meegenomen. Aan de taxatiewijzers voor waardepeildatum 1 januari 2015 wordt daarom een bijlage toegevoegd met een uitsplitsing van de installaties van gebouwen waarop deze taxatiewijzer betrekking heeft. Van iedere installatie is aangegeven of de kosten ervan zijn opgenomen in de bouwkosten die ten grondslag aan de kengetallen van deze taxatiewijzer en of ze verwijderbaar zijn met behoud van waarde. Deze lijsten kunnen gemeenten ook gebruiken voor de afwikkeling van bezwaren over de toepassing van de werktuigenvrijstelling.

Zie: Hoge Raad 6 februari 2015, nr. 14/02425, ECLI:NL:GHDHA:2014:1477 en Rechtbank Amsterdam 20 februari 2015, nr. AWB 12/1572, nog niet gepubliceerd.

Reparatiewetgeving nationale identiteitskaart (NIK) geslaagd
In 2011 zag de Hoge Raad geen wettelijke grondslag om leges te heffen bij de aanvraag van een nationale identiteitskaart. Snel is toen een reparatiewet ingevoerd om dit voortaan weer mogelijk te maken. De Hoge Raad heeft op 27 maart 2015 hierover uitspraak gedaan. De bezwaren tegen de reparatiewet en de gemeentelijke uitvoering daarvan, onder andere aangevoerd door dezelfde belastingplichtige uit de eerdere jurisprudentie, zijn allemaal verworpen. Immers: de wetgever heeft vanaf 22 september 2011 een wettelijke grondslag in de Gemeentewet gecreëerd. De verordeningen zijn daarmee vanaf die datum op dit punt niet meer onverbindend. Aangezien slechts sprake is van het repareren van de wettelijke grondslag voor de heffing waarin de gemeentelijke belastingverordening reeds voorzag, is ook niet vereist dat die verordening opnieuw wordt vastgesteld.

Zie: Hoge Raad 27 maart 2015, onder andere ECLI:NL:HR:2015:743.

Uitbreiding belastinggebied
De eventuele uitbreiding van het gemeentelijk belastinggebied blijft de gemoederen bezighouden. Zoals bekend zullen de staatssecretaris van Financiën en de door de VNG ingestelde commissie Financiële Ruimte voor gemeenten hierover voor de zomer met een standpunt komen. Daarnaast hebben eind maart ook de Raad voor de financiële verhoudingen (Rfv) en de Algemene Rekenkamer een duit in het zakje gedaan.

De Rfv:
Met de decentralisaties is er een vergaande onevenwichtigheid ontstaan bij de verantwoordelijkheid van gemeenten voor de inkomsten en uitgaven. Het is daarom van belang dat gemeenten kunnen beschikken over een mix van eigen belastingen. Dat biedt de gemeenten mogelijkheid om lokale belastingen af te stemmen op het takenpakket. Verruiming van het lokale belastinggebied leidt tot een doelmatiger afweging tussen kosten en baten bij gemeenten, vergroot de welvaartswinst, draagt bij aan versterking van de democratische betrokkenheid en leidt tot verlaging van de collectieve lasten.

De Algemene Rekenkamer:
De belastingheffing werd steeds meer gecentraliseerd, terwijl de overheidsuitgaven steeds meer werden gedecentraliseerd. Er is daarmee een onevenwichtigheid ontstaan tussen de verantwoordelijkheid voor de inkomsten en de uitgaven. Zeker nu grote bedragen zijn overgeheveld naar de gemeenten door de drie grote decentralisaties. De band tussen betalen en bepalen wordt voor burgers steeds diffuser. Het is echter vanuit democratisch oogpunt van belang dat iedere burger beseft dat realisering van lokale voorzieningen geld kost en dat dit moeten worden afgewogen tegen een verhoging van belastingen of het verminderen dan wel schrappen van andere uitgaven.

Woningwaarderingsstelsel (WWS)
Overheden maken steeds vaker gebruik van de WOZ-waarde. De Tweede Kamer heeft eind december 2014 de wijzigingen in het woningwaarderingsstelsel (WWS) vastgesteld. Daarmee is de WOZ-waarde ook van belang geworden voor het vaststellen van de maximale huur. De inwerkingtreding is uitgesteld tot 1 oktober 2015 (beoogd was 1 juli 2015). Dit geeft de kans alsnog aandacht te besteden aan de gevolgen voor de uitvoering van de Wet WOZ die de VNG heeft aangekaart, maar die nog niet zijn opgelost.

Voor gemeenten moeten drie randvoorwaarden geregeld zijn, voordat de WOZ-waarde onderdeel kan worden van het WWS:

  1. ​Eenduidigheid in de manier waarop de WOZ-waarde aan huurders bekend wordt gemaakt. De VNG wijst erop dat huurders die geen belang hebben bij verkrijging van de WOZ-waarde (volgens de minister is dat het overgrote deel) volgens de huidige wettelijke regeling ook een beschikking krijgen. Huurders hebben lang niet allemaal een belang omdat de WOZ-waarde niet in alle gevallen leidt tot een hogere maximale huur. De vraag is of dit wenselijk is. 
  2. De rechtsbescherming van huurders. Het tijdstip waarop de nieuwe huur bekend wordt gemaakt, ligt in mei van het kalenderjaar. De WOZ-beschikking wordt verzonden binnen acht weken na aanvang van het kalenderjaar en staat uiterlijk half april onherroepelijk vast. Dat betekent dat huurders pro forma bezwaar aantekenen tegen de WOZ-waarde, of dat de WOZ-waarde vast staat op het moment dat huurders een belang krijgen bij de waarde. 
  3. De verankering van de extra kosten door verandering bezwaar- en beroepsprocedure. Het is mogelijk dat huurder en verhuurder tegengestelde belangen hebben (huurder heeft voordeel bij lage waarde, verhuurder bij hoge waarde). Een dergelijke driehoeksverhouding tussen gemeente, huurder en verhuurder is in fiscale zin en in WOZ-situaties tot nog toe onbekend. Dit heeft mogelijk aanzienlijke, kostenverhogende, gevolgen voor de bezwaar- en beroepsprocedures.

Ontwikkeling lokale lasten
De COELO-atlas 2015 bevat weer een schat aan gegevens over de ontwikkeling van de lokale lasten. Gemeenten blijven terughoudend in het verhogen van de lasten. De lokale woonlasten (OZB, reinigingsheffing en rioolheffing) zijn gemiddeld met 1,7 procent gestegen. Dat komt neer op ongeveer 12 euro per huishouden in een heel jaar. De vrees dat gemeenten rijksbezuinigingen via lastenverhogingen afwentelen op hun inwoners, blijkt niet terecht.

Wel is de macronorm overschreden. Daarover zal in bestuurlijk overleg ongetwijfeld worden gesproken. Daarbij is het goed de overschrijding van 44 miljoen euro mede te bezien tegen de achtergrond van de lagere ontwikkeling van rioolheffing en afvalstoffenheffing. Bovendien speelt het gegeven dat gemeenten voor hun nieuwe taken in het sociale domein miljarden minder ter beschikking hebben dan het Rijk voor die taken had.

Dat gemeenten voorzichtig zijn met lokale lasten blijkt ook uit de vergelijking met andere overheden. De Atlas laat zien dat de woongerelateerde belastingen van het Rijk, zoals het eigenwoningforfait en belasting op energie, fors meer zijn gestegen.

Trefwoorden: Tags: Reparatiewetgeving nationale identiteitskaart; WOZ-waarde; Woningwaarderingsstelsel

Uw bijdrage

Log in met om uw bijdrage te plaatsen.