Nieuw belastingstelsel

Wat speelt er momenteel op het gebied van gemeentefinanciën? Medewerkers van het expertisecentrum Financiën en Economie van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten lichten enkele belangrijke onderwerpen toe.

‘Draaideurcrimineel’ biedt gemeenten nieuwe perspectieven
Het kabinet denkt op dit moment hard na over een nieuw belastingstelsel. Voornaamste ambitie: de belastingdruk op arbeid verlagen. Staatssecretaris Wiebes vindt het tijd om deze ‘draaideurcrimineel van de arbeidsmarkt’ een halt toe te roepen. Hij zoekt manieren om ruimte te scheppen op de rijksbegroting voor het verkleinen van de wig. Een van de mogelijkheden is het inperken van het gemeentefonds. Gemeenten zouden het verlies aan inkomsten mogen opvangen via meer lokale belastingruimte. Een wens die gemeenten al langere tijd koesteren.

De VNG zit intussen ook niet stil en heeft een onafhankelijke commissie gevraagd te onderzoeken hoe het financieringsmodel van gemeenten er in de toekomst uit zou kunnen zien. Daarbij wordt ook gekeken naar lokale belastingen. Onder voorzitterschap van Alexander Rinnooy Kan buigen Maarten Allers, Marnix van Rij, Paulien Geerdink, Wouter Bos, Paulus Jansen en Carel van Eykelenburg zich over het vraagstuk. Het vertrekpunt is anders dan bij het kabinet. De drijfveer zit niet in het verkleinen van de wig, maar komt voort uit een groeiend ongemak onder gemeenten over de grote financiële afhankelijkheid van het Rijk. Met de decentralisaties is die afhankelijkheid alleen maar toegenomen: ook voor de uitgaven in het sociale domein zijn gemeenten volledig aangewezen op middelen uit Den Haag. Het Binnenhof is niet alleen de plek waar de geldkraan staat, maar ook de plek waar eraan gedraaid wordt.

Tegelijkertijd is een andere bron van inkomsten vrijwel volledig opgedroogd. Jarenlang vormden de opbrengsten uit grondexploitatie een belangrijke motor voor investeringen in de ruimtelijke en economische ontwikkeling van stad en land. Met het kelderen van de eigen inkomsten van 23 naar 11 miljard euro is die investeringsruimte in vijf jaar tijd vrijwel stilgevallen. Ook aan de uitgavenkant komen gemeenten in de knel. COELO rekende uit dat gemeenten de komende jaren bij een ongewijzigd takenpakket een financieel gat moeten overbruggen van 4,7 miljard euro.

Al met al leeft bij gemeenten de gedachte dat de huidige financieringssystematiek tekortschiet bij de taken en bevoegdheden die ze anno 2015 hebben. Vandaar dat de commissie-Rinnooy Kan gevraagd is breder te kijken dan alleen het lokale belastinggebied en na te denken over een fundamentele herziening van de fi anciële ruimte voor gemeenten. De commissie presenteert haar bevindingen en aanbevelingen tijdens het VNG-jaarcongres in juni. Andries Kok

Gecombineerde ingroei nieuwe verdeelmodellen
Er staat in 2015 en 2016 heel wat op de rol aan nieuwe verdelingen van rijksgeld over de gemeenten. Hoe de budgetten ook worden verdeeld, er zijn altijd winnaars en verliezers. Het is goed gebruik dat plussen en minnen van elke nieuwe verdeling stapsgewijs naar de gemeenten toekomen. Zo kunnen nadeelgemeenten wennen aan de lagere inkomsten. Er is doorgaans geen extra geld beschikbaar om de pijn tijdelijk te verzachten. Dat betekent dat de voordeelgemeenten even op hun voordeel moeten wachten. Nu het buitengewoon druk is op het verdelingsfront is het de vraag of de vele ingroeitrajecten met elkaar verbonden moeten worden. Kan een plus hier worden weggestreept tegen een min daar? Hoe lang mag een eigenstandig of een gecombineerd overgangstraject eigenlijk duren?

​In 2015 en 2016 gaan de volgende verdeelmodellen op de schop:
  1. ​Eerste en tweede ronde herverdeling algemene uitkering uit het gemeentefonds (2015 en 2016)
  2. Stapsgewijze overgang naar een objectief verdeelmodel Wmo (2016)
  3. Stapsgewijze overgang naar een objectief verdeelmodel Jeugdhulp (2016)
  4. Participatiewet:
  • ​nieuw verdeelmodel voor de verdeling van de BUIG-gelden (algemene bijstand, 2015) 
  • participatiebudget (oud-WSW, re-integratie en nieuw-Wajong, 2015)

De herverdeeleffecten voor alle operaties zijn in grote lijnen bekend. In de komende meicirculaire komen de definitieve cijfers, hoewel er de komende jaren nog aan de verdeelmodellen kan worden gesleuteld. Gelet op de voorlopige uitslagen, lijkt een gecombineerd ingroeimodel op zijn plaats.

Dat werkt als volgt: Elk van de vier grote operaties heeft een eigen verdeelmodel. De uitkomsten van elk model worden bij elkaar opgeteld. Dat leidt tot één gecombineerd ingroeimodel. De VNG denkt aan een maximum gecombineerd nadeel van 15 euro per inwoner per jaar. Een gemeente met een totaalnadeel van 60 euro, zou daaraan in vier jaar kunnen wennen: in het eerste jaar 15 euro per inwoner, in het tweede jaar 30, in het derde jaar 45 en het vierde jaar 60 euro. Of dit gaat lukken, hangt van een paar dingen af. De politieke wil moet bestaan en er zijn nog wat technische hobbeltjes, omdat de verdeelmodellen inhoudelijk nogal verschillen. Ook hier geldt: nader bericht in de meicirculaire!

Trefwoorden: Tags: Financiering

Uw bijdrage

Log in met om uw bijdrage te plaatsen.