Belastingen en gemeenten

Wat speelt er momenteel op het gebied van gemeentebelastingen? Medewerkers van het expertisecentrum Financiƫn en Economie van de VNG lichten de belangrijke onderwerpen toe.

Verruiming gemeentelijk belastinggebied
In het vorige nummer van B&G is uitgebreid aandacht besteed aan het rapport Bepalen betekent betalen van de commissie Rinnooy Kan. Kort na het verschijnen van dit rapport presenteerde het kabinet drie pakketten voor een belastingherziening. Het goede nieuws is dat een van die pakketten voorstellen bevat voor uitbreiding van het gemeentelijk belastinggebied. Voorstellen die behoorlijk goed aansluiten bij het advies van de commissie Rinnooy Kan. Het slechte nieuws is dat in de Tweede Kamer onvoldoende draagvlak blijkt te bestaan om dit pakket nu in te voeren: de voorstellen zijn geparkeerd.

Bij gemeenten en de VNG blijft meer financiƫle ruimte hoog op de agenda staan. De uitbreiding van het belastinggebied krijgt blijvend aandacht, zodat de plannen bijvoorbeeld bij de volgende kabinetsformatie op tafel liggen. Tot die tijd is er gelegenheid om de gemeenten zorgvuldig te raadplegen over de plannen en adviezen. Dit gebeurt onder meer op zes avondbijeenkomsten eind oktober en begin november. Zie voor de exacte plaats en tijd van deze bijeenkomsten: vng.nl/agenda.

Niet alleen vindt er geen uitbreiding van het belastinggebied plaats, ook de macronorm OZB blijft gehandhaafd. Omdat gemeenten de norm in 2015 hebben overschreden, wordt de norm in 2016 gekort zo blijkt uit de septembercirculaire. De ruimte komt macro uit op 60,9 miljoen euro ofwel 1,57 procent.

Vennootschapsbelasting overheidsbedrijven
Na een aanloop van tientallen jaren is er een nieuw regime voor de vennootschapsbelasting. De Eerste Kamer is in de laatste vergadering in de oude samenstelling akkoord gegaan met het wetsvoorstel, zodat per 1 januari 2016 het regime 'Belast, tenzij' geldt voor overheidsbedrijven. In het wetgevingsproces zijn er op een aantal gebieden (zoals samenwerking, uitbesteden, interne leveringen) scherpe kantjes afgeslepen.

Minstens zo belangrijk is de uitvoering. Niet alleen de eventueel te betalen belasting leidt tot kosten, maar zeker ook de administratieve rompslomp die een aparte fiscale boekhouding met zich meebrengt. Om nodeloos werk te voorkomen is de Samenwerking Vennootschapsbelasting Lokale Overheden (SVLO) opgericht: een samenwerking tussen Belastingdienst, VNG, IPO en Unie van Waterschappen (UvW). Na een voorzichtige start begint de samenwerking, dankzij de inzet van veel medewerkers uit de praktijk, haar vruchten af te werpen.

Er is een aantal producten gereed gekomen en gepubliceerd, zoals een handreiking implementatie, een afbakeningsschema en een schema ondernemingstoets. Ook zijn er informatiebijeenkomsten gehouden en er is een dynamische vraag- en antwoordrubriek voor praktijkproblemen opgezet.

Meer producten zijn in voorbereiding, zoals een handreiking gemeentelijk grondbedrijf, handreiking GGD en Vpb, notities over samenwerkingsverbanden, vrijstellingen en openingsbalans. Ook over deze onderwerpen zullen voorlichtingsbijeenkomsten plaatsvinden. Er is een relatie gelegd met de commissie BBV om bepalingen op elkaar af te stemmen.

WOZ-beschikking voor huurders
Volgens artikel 24 van de Wet WOZ moeten gebruikers van woningen een WOZ-beschikking ontvangen van de gemeente. Die WOZ-beschikking dient onder andere als grondslag voor het heffen van de onroerendezaakbelastingen (OZB). Maar omdat gebruikers van woningen geen OZB hoeven te betalen, zonden de meeste gemeenten geen WOZ-beschikking aan woninggebruikers.

Omdat de WOZ-waarde na 1 oktober 2015 zwaarder meeweegt bij de bepaling van de maximale huur hebben eigenaren en huurders van woningen in de gereguleerde huursector een groter belang bij de WOZwaarde. Uit praktisch oogpunt achterwege laten van een WOZ-beschikking voor huurders gaat dan niet meer op. Dit betekent dat de wettelijke verplichting herleeft.

De praktische consequenties, onder andere voor bezwaar en beroep, zijn tijdens het wetgevingsproces nagenoeg genegeerd. Een werkgroep van de betrokken ministeries, VNG, Unie van Waterschappen en de Waarderingskamer komt op de kortst mogelijke termijn met voorstellen voor praktische oplossingen.

Openbaarheid WOZ-waarde woningen
De voorlopige ingangsdatum voor openbaarmaking van de WOZ-waarde van woningen is 1 oktober 2016. Zo is in bestuurlijk overleg overeengekomen. Die openbaarmaking gebeurt via een 'loket' dat gegevens haalt uit de Landelijke Voorziening WOZ (LV WOZ). Daarom is afgesproken dat openbaarmaking alleen doorgang vindt als op 1 oktober 2016 de LV WOZ voor een substantieel deel is gevuld (circa 70 procent van de objecten). Een definitief besluit volgt dit najaar als er meer duidelijkheid is over de voortgang van het aansluiten van gemeenten op de voorziening.

Trefwoorden: Tags: Belastingen

Uw bijdrage

Log in met om uw bijdrage te plaatsen.