Utrecht: duurzaamheid, ook door flexibiliteit

Open, transparant, super duurzaam. Een 'thuis' voor medewerkers, burgers en bezoekers. Dat zijn de opvallendste eisen die gelden voor de jongste generatie stadskantoren. Per stad en streek op eigen wijze ingevuld. Stadskantoor Utrecht, net opgeleverd, opent deze serie van duurzame paradepaardjes.

Zeer ervaren architect Dirk Jan Postel van bureau Kraaijvanger had weinig voorbeelden voor ogen toen hij het nieuwe gemeentehuis van Utrecht ontwierp. 'Het was mijn grootste gebouw ooit en ook de meest complexe stedenbouwkundige opgave', zegt hij in het boek Het Utrechtse Stadskantoor.

'Het was vooral een oefening in verdichting. De kunst was om de gevraagde hoeveelheid kantoorruimte plus fietsenstalling en parkeren in te passen op het beschikbare terrein van 54 bij 94 meter'. Postel werkte nauw samen met Christian Müller Architects. 

Ontwikkelaar was NS Stations, in nauwe samenspraak met de oorspronkelijk beoogde huurder gemeente Utrecht. Uiteindelijk verkocht NS Stations het geheel aan de gemeente voor ruim 200 miljoen euro. De grond bleef eigendom van NS en Utrecht verkreeg opstalrecht van NS. 

B&W op de 20e verdieping
Paul Rutte, directeur Grote Projecten van NS Stations noemt het witte gebouw een 'voorbeeld van duurzaamheid, ook door flexibiliteit voor andere functies dan de gemeentelijke organisatie'. De eerste zes verdiepingen van het witte warenhuis bevatten het openbare gedeelte voor publieke dienstverlening.

Voorbeeld van duurzaamheid, ook door flexibiliteit voor andere functies dan de gemeentelijke organisatie

Daarboven zijn de meeste gemeentelijke diensten gehuisvest. Boven de elfde verdieping rijzen twee torens op, waar de verdere organisatie in is gevestigd. Eén toren staat met twee poten bovenop de terminal van Utrecht CS. B&W huizen op de twintigste etage van het Stadskantoor; de gemeenteraad blijft vergaderen in het oude stadhuis in de binnenstad.

 PAUL RUTTE, directeur Grote Projecten van NS Stations | FotoGRAFIE: Marieke viergever 

Krimp of groei
Toekomstbestendig is het gebouw niet alleen wat betreft energie en ruimte, maar ook om verandering in de organisatie aan te kunnen. Gemeentesecretaris Maarten Schurink: 'Het gebouw is het belangrijkste schuifmiddel in de verandering van de gemeentelijke organisatie komende jaren. Dat kan krimp maar ook groei zijn. Het aantal bezoeken aan de balies en het aantal telefoontjes zullen waarschijnlijk fors afnemen'.

Voor ingebruikname bleek het pand te groot voor de gemeente. Eén vijfde van de oppervlakte wordt nu verhuurd aan onder andere UWV en GGD regio Utrecht. De achtergelaten gemeentelijke panden elders in de stad kregen allemaal een herbestemming. De gemeente snoeide haar aantal gebouwen fors terug van negentien naar één plus elders een deel van Stadswerken en enkele wijkbureaus. 

Een app voor vrije werkplekken
Het gebouw nodigt uit tot meer contacten dan gewend over afdelingsgrenzen heen. Maar het is lastiger om teams tot langduriger eenheid te smeden. Schurink ziet dat medewerkers de mogelijkheden van het gebouw steeds beter benutten en anders zijn gaan werken. Bijvoorbeeld in groepjes korte dag- of weekstarts houden en dan uit elkaar gaan om verder te werken. Afdelingssecretariaten zitten op vaste plekken. Een app geeft aan waar werkplekken vrij zijn.

'De herontwikkeling van het stationsgebied Utrecht is volgens mij het meest duurzame project van Nederland', zegt Siert de Vos, van 2001 tot 2015 directiesecretaris van de projectorganisatie Stationsgebied. Hij was ook kwartiermaker duurzaamheid voor het gebied. Nu leidt hij de project-geschiedschrijving, die tegelijk met afsluiting van fase één in 2018 moet zijn afgerond.

Catalogus van duurzaamheid
Een masterplan uit 2003 bevatte diverse elementen van duurzaamheid, maar een stroomversnelling ontstond in 2009, toen publieke en private partijen overeenkwamen een specifieke doelstelling duurzaamheid toe te voegen voor het stationsgebied, compleet met een catalogus van dertig duurzame oplossingen.

Alle maatregelen opgeteld leveren een veertig procent zuiniger gebouw op dan wettelijk verplicht

Met Jacqueline Cramer erbij, de toenmalige minister van Milieu, werd een convenant hierover gesloten. 'Een groot aantal van die oplossingen is gerealiseerd' zegt De Vos. 'Alle maatregelen opgeteld leveren voor het stadskantoor een veertig procent zuiniger gebouw op dan wettelijk verplicht. Het kreeg energielabel A+.'

Trots op bio-wasmachine
Een belangrijke factor is de warmte-koudeopslag onder de grond. In de winter wordt koud water opgeslagen om het gebouw in de zomer te koelen. In de zomer gaat warm water naar beneden om 's winters te verwarmen. De installatie is aangelegd door NS; de overcapaciteit wordt gebruikt voor verwarming/koeling van de winkels in het stationsgebied.

De Vos: 'Wij zijn trots op onze bio-wasmachine. Dat is een Utrechtse uitvinding van de gemeentelijke afdeling Milieu. De pompen van de warmte-koudeopslag bewegen continu het grondwater. Die beweging bevordert de groei van bacteriën die op natuurlijke wijze de aanwezige bodemverontreiniging in het gebied helpt afbreken'. 

Het grondwater beweegt continu door de pompen van de warmte-koudeopslag. Dit bevordert de groei van bacteriën, die de bodemverontreiniging helpen afbreken

Buitenlucht via kleine panelen
De meeste zonnepanelen staan aan de schuine gevel van de Noordtoren. Het materiaal van de gevelplaten is duurzaam. Zij isoleren ook warmte en geluid en ze zijn brandwerend.

Ledverlichting is gekoppeld aan het detecteren van beweging. Een systeem schakelt de monitors van alle computers uit wanneer die een tijdlang ongebruikt blijven. Door de vorm van het gebouw treedt veel daglicht binnen. De Vos wijst op een belangrijk detail naast de ramen: daar zitten in de kozijnen kleine panelen die je zelf kunt open zetten zodat buitenlucht binnenkomt. 

SIERT DE VOS, directiesecretaris van de projectorganisatie Stationsgebied (2001-2015) en kwartiermaker duurzaamheid | FotoGRAFIE: Marieke viergever 

Per fiets of openbaar vervoer komen wordt gestimuleerd. Bij de fietsparkeergarage zijn kleedkamers en douches voor het personeel. Siert de Vos: 'Fietsen is vanaf het begin meegenomen, maar het is steeds belangrijker geworden. De fiets is een economisch middel, dus daar moet je flink wat voor over hebben'.

Sneller dan tien jaar geleden gedacht, veranderen de fietsmaten wel. Op de 1650 fietsparkeerplaatsen passen nu maar 1350 fietsen of scooters. Oorzaak: scooters en brede fietsen vergen meer meters. Zo leiden verschuivende normen tot onverwachte uitkomsten.

Vroeg kansen meenemen
Er zijn ook zaken niet gelukt. Zo zou het regenwater worden opgevangen en beschikbaar komen als brandbluswater voor het gehele gebied. Siert de Vos: 'dat bleek te complex'. 

Hij betreurt ook de onhaalbare kaart van ijsvrije en sneeuwvrije gebieden, die zouden ontstaan door het warmte-koudesysteem daarlangs te leiden. 'Zoals de vroegere taxistandplaats bij het station, waar de Pegus-leidingen onder liepen. Dat platform was altijd sneeuwvrij.'

Zo vroegtijdig mogelijk zulke kansen meenemen is een les. Maar ook hier geldt de wet dat een gebouw altijd al achterloopt bij jongste ontwikkelingen zodra het wordt opgeleverd. Besluiten worden genomen op basis van inzichten die op dat moment gelden. In het gebruik dienen zich ook verrassingen aan. Het idee 'meer lopen' en minder liftgebruiken blijkt lastiger te realiseren omdat veel medewerkers niet een paar etages maar soms wel tien verdiepingen hoger moeten zijn. 

Energielabel A+ voor Utrechts stadskantoor

Utrecht (335.000 inwoners) heeft najaar 2014 een nieuw 92 meter hoog stadskantoor in gebruik genomen. Het meet 65.000 vierkante meter, met 2.500 werkplekken, 270 parkeerplaatsen, 1650 fietsparkeerplekken en duizend vierkante meter zonnecellen.

338,5 miljoen euro
Utrecht deed twee investeringen. Voor de aankoop van het gebouw en bijbehorende kosten 214 miljoen euro. Het tweede krediet (124,5 miljoen euro) is bestemd voor de investeringen in ICT, telefonie, facilitaire voorzieningen en proces-en projectmanagementkosten.

Het nieuwe stadskantoor van gemeente Utrecht

Hoewel de gemeente doorgaans op concernniveau financiert, zijn voor de aankoop van het stadskantoor specifieke financieringen geregeld. Voor het overgrote deel is de stadskantoorinvestering ingedekt middels langjarige renteswaps. Deze transacties van € 193 miljoen zijn aangegaan met de Rabobank. Het resterende deel is met traditionele langlopende leningen gefinancierd bij diverse partijen.

Hoofdaannemers waren Boele & Van Eesteren en G&S Bouw (beide van concern VolkerWessels); installaties van HOMIJ Technische Installaties en Croon Elektrotechniek.
Trefwoorden: Tags: Energie; Duurzaam

Uw bijdrage

Log in met om uw bijdrage te plaatsen.