VHROSV: niemand blij

In 2015 en 2016 is groot onderhoud uitgevoerd aan de verdeling van de algemene uitkering (AU). De verdeling is aangepast aan veranderingen in het gemeentelijke uitgavenpatroon. Er is nog een staartje te onderhouden over: de verdeling van het subcluster Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Stadsvernieuwing (VHROSV, spreek uit als vrosvee). Dat leidt tot de laatste aanpassing van de verdeling in 2017.

Er is veel gedoe geweest rond de herverdeling van VHROSV. En eigenlijk is niemand blij met de uitkomst. Wat is er precies gebeurd? Wel, al langer staat vast dat de verdeling van het subcluster een opfrisbeurt kan gebruiken. De huidige verdeling is nog gebaseerd op data uit 1992.

Onderzoek Cebeon 2015

Uit een door bureau Cebeon uitgevoerd onderzoek (voorjaar 2015, op basis van begrotingscijfers 2014) bleek dat aanpassing inderdaad nodig is. Gemeenten met een groot buitengebied (waaronder veel kleinere gemeenten qua inwonertal) geven meer uit dan waarmee in de huidige verdeling rekening wordt gehouden. Vooral de kosten van bestemmingsplannen in het buitengebied zijn hoger dan eerder aangenomen.

Voor de grotere gemeenten is het beeld anders. Cebeon constateert dat zij in 2014 juist minder uitgeven in het subcluster dan eerder berekend. Het past in het systeem dat zulke scheefheden leiden tot een herverdeling binnen de AU. In dit geval dus van steden naar het platteland.

Geven cijfers uit 2014 een goede indicatie van de werkelijke kostenontwikkeling in de komende jaren? 

Maar er bestond twijfel aan de bruikbaarheid van de cijfers van Cebeon. Geven cijfers uit 2014 een goede indicatie van de werkelijke kostenontwikkeling in de komende jaren? Deze vraag geldt vooral ook bij de VHROSV-onderdelen herstructurering en stadsvernieuwing, waarvan de kosten bij steden neerslaan. Goede raad is duur.

Uiteindelijk is besloten tot een eerste stap in herverdeling ten gunste van plattelandsgemeenten. In 2016 ontvangen zij een derde deel van het voor hen berekende bedrag. Niet 129 miljoen euro wordt herverdeeld, maar 43 miljoen euro. Tegelijk is besloten tot het uitvoeren van een verdiepend onderzoek, waarin ook de meerjarige kostenontwikkeling aan bod komt.

Onderzoek AEF 2016

De onderzoekers van AEF rondden dit tweede onderzoek af in het voorjaar van 2016. AEF ziet ongeveer een zelfde kostenpatroon als Cebeon. De kosten van bestemmingsplannen in het buitengebied zijn structureel hoger dan de vergoeding in de AU.

Bij stadsvernieuwing zagen de onderzoekers 'variatie in de urgentie, het ambitieniveau en de noodzaak van de investeringen en in de domeinen waarin geïnvesteerd wordt.' Verder zijn er verschillen in de registratie van de uitgaven. Kortom, de cijfers zijn niet spijkerhard en variëren in de tijd.

De cijfers zijn niet spijkerhard en variëren in de tijd

Besluit

Uiteindelijk heeft de minister van Binnenlandse Zaken gekozen voor een tweede stap in de richting van de plattelandsgemeenten. Nadat zij in 2016 een derde deel van de hen toekomende 129 miljoen euro hebben ontvangen, volgt in 2017 een volgend  een derde deel.

Met ingang van 2017 ontvangen zij daardoor 86 miljoen euro structureel meer in de AU. Gemeenten zonder buitengebied (vooral compacte steden) moeten juist inleveren. Er komt tenslotte geen extra geld in de AU. Dit doet de steden pijn omdat de uitgaven van herstructurering en stadvernieuwing lijken aan te trekken nu de economische crisis voorbij lijkt te zijn.

Overigens wordt de laatste een derde stap voorlopig niet gezet. Of het er ooit van komt, hangt af van de uitkomst van de fundamentele discussie over de verdeling van rijksgeld over gemeenten. Deze discussie is kort voor de zomer 2016 gestart.

Trefwoorden: Tags:  

Uw bijdrage

Log in met om uw bijdrage te plaatsen.