De toekomst van zorgvervoer

De dagelijkse rit van en naar dagbesteding of speciaal onderwijs. Een zorgtaxi naar ziekenhuis of familie. Mensen met een beperking hebben recht op zorgvervoer. Gemeenten zijn hiervoor opdrachtgever en daarbij zoeken zij naar de balans tussen kostenbesparing en bewaking van de kwaliteit. Connexxion Taxi Services won onlangs een gezamenlijke aanbesteding van negen gemeenten in Noord-Holland. Een regionale vervoerscentrale waarin verschillende vervoersvormen worden ondergebracht, moet hier leiden tot meer efficiency. 

Zorgvervoer is de overkoepelende term voor het vervoer van mensen die niet (meer) zelfstandig kunnen reizen, zoals ouderen, mensen met een fysieke of verstandelijke beperking, dementerenden of moeilijk opvoedbare jongeren. Het gaat om regelmatig terugkerende en dus planbare ritten van en naar dagbesteding of speciaal onderwijs.

Maar ook om vraagafhankelijk vervoer voor mensen die daarvoor een indicatie hebben, bijvoorbeeld voor een familiebezoek of een ritje naar kapper of ziekenhuis. Het zorgvervoer wordt vanuit verschillende potjes gefinancierd: onderwijs, Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo), Wet langdurige zorg (Wlz) en de zorgverzekeraars. 

Deelname maatschappelijk verkeer

Anne Marie van der Wijst, CFO van Connexxion, benadrukt het maatschappelijk belang van het zorgvervoer: 'We willen in Nederland dat mensen deel blijven nemen aan het maatschappelijk verkeer. Dat ze mobiel blijven, lang zelfstandig blijven wonen en kunnen meedoen in de maatschappij. Om dat mogelijk te maken is mobiliteit onmisbaar. Als je een leefbare maatschappij wilt en die participatiedoelstellingen wilt realiseren, dan zul je daarin moeten investeren.' 

Natuurlijk is het belangrijk dat je efficiënt en doelmatig met geld omgaat; maar het gaat om mensen die we vervoeren, niet om pakketjes

De laatste jaren was het lastig voor de vervoerders. Van der Wijst: 'Bij aanbestedingen was prijs vaak de leidende factor. Taxi-aanbieders hebben hun diensten aangeboden voor prijzen waarvoor ze eigenlijk niet kunnen rijden. Er zijn er al veel failliet gegaan. Natuurlijk is het belangrijk dat je efficiënt en doelmatig met geld omgaat. Maar het gaat om mensen die we vervoeren, niet om pakketjes. Het is van belang dat gemeenten kijken naar de langetermijndoelstellingen en ons langere contracten gunnen. Dat is nodig om duurzame verbeteringen door te voeren.' 

Regionale vervoerscentrale

Een van de manieren om het zorgvervoer beter te organiseren is een regionale vervoerscentrale. Daarvoor kozen negen gemeentesBloemendaal, Haarlem, Haarlemmerliede & Spaarnwoude, Heemstede, Zandvoort, Beverwijk, Heemstede, Velsen en Haarlemmermeerin de regio Zuid-Kennemerland, IJmond en Haarlemmermeer. Dit voorjaar ondertekenden zij een contract met Connexxion Taxi Services, die na een aanbesteding uit zeven inschrijvingen werd geselecteerd. Connexxion coördineert vanaf 1 januari 2017 met een regionale vervoerscentrale zo'n 40.000 ritten per jaar. Per 1 augustus komt daar het leerlingenvervoer bij in vijf gemeenten.

Tom Horn, wethouder Zorg, Welzijn en Wonen in de gemeente Haarlemmermeer, licht de keuze voor een regionale vervoerscentrale toe: 'Met de decentralisatie in het sociaal domein zijn we voor een hele verandering komen te staan. Er is een kanteling in het denken; we willen mensen steeds meer dingen zelf laten doen.

Tegelijkertijd is er een flinke bezuiniging gekomen, dus hebben we gekeken naar mogelijkheden om te besparen. Een regionale vervoerscentrale heeft meer de mogelijkheid om op efficiency te sturen. Het is de eerste schakel tussen inwoners die om welke reden dan ook niet zelfstandig kunnen reizen en de vervoerders.'

De regionale samenwerking vergroot het werkgebied en maakt daardoor uitwisseling gemakkelijker. De wethouder noemt een voorbeeld: 'Een busje dat 's morgens met leerlingen van Hoofddorp naar Haarlem rijdt, kan daarna weer terug met Wmo-passagiers die in Hoofddorp moeten zijn. Door de regionale samenwerking kun je die twee met elkaar combineren. Als we het zorgvervoer alleen in Haarlemmermeer zouden doen, mis je die Haarlemse klanten.' 

Twee partijen houden elkaar scherp om de kwaliteit voor de reiziger hoog te houden

De regionale vervoerscentrale moet niet alleen leiden tot efficiëntere inzet van de busjes en de chauffeurs, maar ook tot meer kwaliteit in de dienstverlening. Bij deze aanbesteding is er bewust voor gekozen om de regie en de uitvoering los te koppelen. Regiomanager van Connexxion Gerrit Spijker is ervan overtuigd dat met de nieuwe aanpak de kwaliteit inderdaad zal verbeteren. 'Connexxion doet de intake, de ritbestellingen en de planning. De voertuigen en de chauffeurs zijn van andere vervoerders. Daarmee heb je in het geheel twee partijen die elkaar scherp houden om de kwaliteit voor de reiziger hoog te houden.' 

Wethouder Horn: 'Het is een vernieuwing die zich natuurlijk nog moet bewijzen. Voor onze inwoners is het belangrijk dat de kwaliteit van het vervoer minimaal hetzelfde blijft. Wij spreken de vervoerscentrale niet alleen aan op de kwaliteit van de planning, maar ook op de kwaliteit van het vervoer. De planning hebben ze zelf in de hand. Maar ze zullen samen met de vervoerders moeten zorgen dat de kwaliteit van het vervoer goed blijft.' 

Faire prijs

Nu Connexxion de aanbesteding heeft gewonnen voor de vervoerscentrale, mogen ze niet meedingen naar een concessie voor de uitvoering. Wel dacht Connexxion mee met de eisen in de aanbesteding voor de vervoerders. Belangrijk, vindt Spijker: 'De planning is onze verantwoordelijkheid, de uitvoering ligt bij de vervoerders. Bij kwaliteit gaat het niet alleen om stiptheid, maar vooral ook klanttevredenheid. En het is van belang dat de vervoerders een nette prijs krijgen. Als regievoerder hebben wij er niets aan als taxibedrijfjes omvallen.' 

De aparte aanbesteding voor vervoerders in de regio Zuid-Kennemerland, IJmond en Haarlemmermeer loopt nog. De voorlopige gunning is half september. Om kleinere regionale bedrijven een kans te geven mee te dingen, is het totaalpakket opgedeeld in kavels. Horn: 'De chauffeur moet van een aantal markten thuis zijn. Niet alleen een net voorkomen en zorgen dat de auto schoon en veilig is, maar bijvoorbeeld ook kunnen omgaan met leerlingen met gedragsproblemen. Dus je vraagt nogal wat.'

'In de gunningscriteria hebben we duidelijk gemaakt dat kwaliteit een belangrijk onderdeel is, maar we hebben ook een minimumprijs vastgesteld. Het is een kwetsbare doelgroep, dus moeten we met dit soort maatregelen zorgen dat we er een faire prijs voor betalen. Met een minimum- en een maximumprijs is er een mooie bandbreedte waarmee de aanbesteders goed kunnen laten zien wat hun kwaliteit is en welke prijs ze daarvoor vragen.' 

 

Duurzame relatie

Door de schaalvergroting en het samenvoegen van Wmo-vervoer en leerlingenvervoer kan de voertuigcapaciteit beter worden benut. Ook de langere termijn van de concessie (vijf jaar met mogelijkheid tot twee jaar verlenging) is een pluspunt. Van der Wijst: 'We willen een langdurige, duurzame relatie met de opdrachtgevers. Met een gunning voor een langere termijn kun je investeren in mensen en in middelen.'

 

De CFO van Connexxion doelt hiermee op duurzaamheid in de breedste zin van het woord. De langere looptijd geeft vervoerders tijd om te investeren in een wagenpark met minder milieuschade. En de combinatie van verschillende soorten zorgvervoer leidt tot betere arbeidscontracten voor de chauffeurs: échte banen in plaats van versnipperde werktijden.

Chauffeurs die eerst de planbare ritten naar school of dagbesteding hebben gedaan, kunnen daarna door met de ritten op bestelling. 'Niet alle doelgroepen lenen zich voor die flexibiliteit', erkent Spijker. 'Voor sommigen is de band met een vaste chauffeur cruciaal. Daarvoor zoeken we dan een passende oplossing.' 

Connexxion stelt hoge eisen aan de competenties van de chauffeurs. 'De chauffeur maakt voor de reizigers echt het verschil', zegt Van der Wijst. 'We leiden onze chauffeurs op zodat ze bijvoorbeeld kunnen omgaan met mensen met dementie, met autistische kinderen, met mensen met chronische ziektes. Ze hebben een hele hoge mate van betrokkenheid, het ziekteverzuim is opvallend laag.' 

Totale mobiliteitsbehoefte

Als het aan Connexxion ligt verdwijnt de term zorgvervoer op den duur uit het spraakgebruik. Het gaat om mobiliteit en een regionale vervoerscentrale is daarbij een eerste stap. Van der Wijst: 'Wat nieuw is met een regionale vervoerscentrale is dat je over de hele vervoersstroom in een gebied heen kijkt. Je kijkt naar de totale mobiliteitsbehoefte en vanuit de mobiliteitscentrale wordt dan de meest optimale combinatie geadviseerd.' Nu gaat het meestal nog om de combinatie van verschillende soorten zorgvervoer. Maar Connexxion ziet meer mogelijkheden, waarbij ook gebruik wordt gemaakt van het gewone openbaar vervoer.

Verbreding van het aanbod en combinatie van ov en zorgvervoer kan tot een optimaal resultaat leiden 

Ook wethouder Horn denkt dat verbreding van het aanbod en combinatie van openbaar vervoer en zorgvervoer tot een optimaal resultaat kan leiden. Daarom is hij, samen met zijn collega uit Haarlem, ambassadeur van een speciale 9292-app die wordt ontwikkeld. Hiermee kunnen mensen met een beperking onderzoeken welke reisdoelen wél zelfstandig met het openbaar vervoer bereikbaar zijn.

'Dit sluit aan bij de kanteling, de nadruk op zelfredzaamheid van mensen', zegt Horn. 'Als je bijvoorbeeld weet dat je op hetzelfde spoor kunt overstappen is dat heel anders dan als je een stuk moet lopen om je aansluiting te vinden.' Het idee is simpel, de uitvoering nog een hele klus, want allerlei details over het openbaar vervoer moeten worden ingevoerd, bijvoorbeeld of een bus op een bepaald traject een lage instap heeft. De app wordt nu getest en komt over een paar maanden beschikbaar voor reizigers in en om Haarlem, Haarlemmermeer en Amsterdam. 

We vinden echt dat het anders moet

Het idee van de app sluit goed aan bij de ambities van Connexxion voor de doorontwikkeling van vervoercentrales tot volwaardige mobiliteitscentrales. Spijker denkt aan advies op maat waarbij mensen die in de spits een Wmo-ritje naar de kapper bestellen kunnen kiezen tussen een reisadvies met het openbaar vervoer of de suggestie om de afspraak met de kapper iets later op de dag te plannen, als er meer busjes beschikbaar zijn.

Een ander idee is een training voor mensen die op zich wel met het openbaar vervoer kunnen reizen, maar dat eerst een paar keer oefenen onder begeleiding van een vrijwilliger. 'Je moet het zien als mobiliteit op maat', vindt Spijker. 'Of je nu in een grote bus zit of een kleine, met een taxi reist of op een fiets, er zijn heel veel alternatieven voor mobiliteit. We moeten er veel meer naartoe dat de doelgroep keuzes heeft.' 

'We vinden echt dat het anders moet', besluit Van der Wijst. 'Dat je anders naar mobiliteit moet kijken in Nederland. Kijk daarbij naar het product en niet naar de geldstromen. Het is ons uitgangspunt om mensen die dat kunnen te laten reizen met standaard openbaar vervoer. Voor wie dat niet kan is er individueel maatwerk in het vraagafhankelijke vervoer. Op die manier kun je hetzelfde doen voor minder geld, maar liever nog meer doen met hetzelfde geld. Uiteindelijk willen we een maatschappij waarin mensen kunnen blijven meedoen.'

Foto's in het artikel: Freddy Schinkel
Foto bovenaan het artikel: Suzanne Blanchard

Trefwoorden: Tags: regionale vervoerscentrale; zorgvervoer

Uw bijdrage

Log in met om uw bijdrage te plaatsen.