Miljoenennota 2018

Economie floreert
Het nieuwe kabinet dat naar verwachting eind oktober op het bordes staat, begint zijn werkzaamheden onder een gunstig gesternte. De Nederlandse economie heeft de financiële crisis definitief achter zich gelaten. In het tweede kwartaal van dit jaar groeide de bedrijvigheid met 1,5%. Een zo hoge groei komt niet vaak voor. Sinds 2000 werd slechts tweemaal een hogere economische groei op kwartaalbasis gemeten.

Kerncijfers Nederlandse economie

 
201620172018
(mutatie in % jaar) 
BBP2,23,32,5
Private consumptie1,62,22,4
Overheidsconsumptie1,20,61,6
Investeringen3,16,34,8
uitvoer4,34,94,5
invoer4,14,55,1
  
werkgelegenheid2,02,01,6
contractloon bedrijven1,51,62,2
inflatie0,11,31,3
  
(% bbp) 
overheidssaldo 0,40,60,8
bruto overheidsschuld61,857,253,7

 Bron: MEV 2018

Over het hele jaar verwacht het CPB een economische groei van 3,3%, ruim 1 procentpunt meer dan in 2016. De hogere groei is vooral te danken aan de investeringen die met 6,3% groeien, ruim tweemaal zo sterk als in 2016. De bedrijfsinvesteringen trekken naar verwachting aan, Het producentenvertrouwen blijft op een hoog niveau. Om aan de verwachte vraag te voldoen, zullen producenten hun productiecapaciteit naar verwachting uitbreiden.  De bezettingsgraad is het afgelopen jaar gestegen naar ruim 83%, ongeveer gelijk aan het langjarig gemiddelde.

 

De investeringen in woningen groeien met bijna 13% het sterkst. In 2015 en 2016 waarin sprake was van een forse inhaalvraag groeide de investeringen in woningen nog sterker, nl. met ongeveer 20% (grafiek 1).

De tweede oorzaak van de groeiversnelling is de private consumptie. Dankzij de gestage groei van de werkgelegenheid en de hogere reële lonen neemt het reëel beschikbaar inkomen toe. De bestedingen nemen daardoor toe met 2,2%, 0,6 procent meer dan in 2016. Ten derde neemt dankzij de aantrekkende wereldhandel de uitvoer toe met bijna 5% tegen 4,3% in 2016.

De inflatie loopt op van 0,1% in 2016 naar 1,3% in 2017. De energieprijzen lopen dit jaar wat op als gevolg van de stijgende olieprijs. In 2016 daalden de energieprijzen nog.

Het CPB verwacht dat de gunstige conjunctuur in 2018 aanhoudt. Meest in het oog springende verschil met dit jaar is dat de groei van de woningmarkt afvlakt. Het aantal transacties neemt naar verwachting af, waardoor de verbouw- en renovatiewerkzaamheden minder sterk groeien. Daarnaast draagt de buitenlandse vraag minder bij aan de groei, doordat de uitvoer minder toeneemt en de invoer juist wat sterker stijgt.

De inflatie blijft naar verwachting stabiel op 1,3%. De loonkosten nemen wat sterker toe door een verwachte toename van de incidentele lonen. De energieprijzen stijgen minder sterk dan dit jaar.

 
Derde overschot op rij
Dankzij de aanhoudende economische groei nemen de belastinginkomsten toe en dalen de werkloosheidsuitkeringen. Bovendien dalen de rentebetalingen als percentage van het bbp. Het overschot op de begroting neemt daardoor dit jaar licht toe naar EUR 4 miljard ofwel 0,6% bbp. In 2018 verwacht het CPB een begrotingsoverschot van  EUR 6,1 miljard ofwel 0,8% van het bbp.  De overheid realiseert daarmee het derde overschot op rij. Dat is bijzonder. Sinds 1970 boekte de overheid slechts zesmaal een overschot (grafiek 2). Daarvan vielen er drie in de begrotingsjaren voorafgaand aan de financiële crisis. Deze overschotten waren echter geringer dan die in 2016-2018.

De bruto overheidsschuld daalt vooral dankzij de aanhoudende groei van het bbp (zgn. noemereffect) aanzienlijk. Het CPB verwacht dat de overheidsschuld eind 2018 uitkomt op EUR 415,7 miljard, ofwel iets beneden 54% van het bbp. Dat is EUR 18,5 miljard minder dan in 2016. De bruto overheidsschuld voldoet daarmee ruim aan de Europese norm van 60% van het bbp. In de ramingen wordt uitgegaan van ongewijzigd beleid. Het nieuwe kabinet zal uiteraard haar eigen beleidskeuzes maken, waardoor het financiële beeld zal veranderen.

 

Aandeel overheidsuitgaven in economie gedaald
Als gevolg van het strikte begrotingsbeleid zijn de collectieve uitgaven in reële termen gedaald. De collectieve uitgaven zijn daardoor gedaald van 47% van het bbp  in 2013 naar 43,8% in 2016. In 2017 en 2018 nemen de collectieve uitgaven in volumetermen toe met 1,4%. Door de sterke groei van de economie neemt het aandeel van de collectieve uitgaven in de economie verder af naar 42,5%.

Vooral de uitgaven aan openbaar bestuur, zorg en sociale zekerheid daalden de afgelopen jaren. Dit jaar dalen vooral de uitgaven aan sociale zekerheid. Dat komt vooral doordat de overheid minder behoeft uit te geven aan werkloosheidsuitkeringen. In 2018 zet deze trend door. De uitgaven aan sociale zekerheid komen dan naar verwachting uit op 11,8% van het bbp tegen 12,4% van het bbp in 2016. De zorguitgaven lopen volgend jaar in volume op met 3,6%. Dat komt vooral door de invoering van het kwaliteitskader verpleeghuiszorg. De uitgaven stijgen daardoor in 2018 met EUR 560 miljoen, maar dit loopt in de daaropvolgende jaren verder op tot EUR 2,5 miljard in 2022. De zorguitgaven nemen in 2018 licht toe naar 9,3% van het bbp.

De collectieve lasten nemen in 2017 toe met EUR 3,3 miljard. Deze stijging komt vrijwel geheel voor rekening van gezinnen. Voornaamste oorzaak zijn hogere zorgpremies.  In 2018 nemen de collectieve lasten met EUR 0,8 miljard toe. Deze stijging slaat vooral neer bij bedrijven in de vorm van hogere sociale premies.

Trefwoorden: Tags:  

Uw bijdrage

Log in met om uw bijdrage te plaatsen.