Financiële gevolgen regeerakkoord voor gemeentefonds

Het was een lange zit, dat wachten op het regeerakkoord maar begin oktober verscheen het dan toch. Wethouders financiën hebben er met een mengeling van vrees en blijde verwachting naar uitgekeken.

Vrees omdat men bang was voor nieuwe efficiencykortingen. Tenslotte hadden bijna alle politieke partijen een korting van 1,25% per jaar op het ambtelijke apparaat in hun programma staan. Vrees ook omdat geen enkele politieke partij in haar verkiezingsprogramma rekening had gehouden met de 'trap op, trap af'-systematiek.

Blijde verwachting omdat in de lange aanloop naar het regeerakkoord gaandeweg duidelijker werd dat het nieuwe kabinet veel extra ging investeren in de samenleving. Daar zouden de gemeenten toch ook van moeten profiteren? Hoe zouden de financiën van de gemeenten worden geregeld? Na het regeerakkoord met rode oortjes te hebben gelezen, moet toch de conclusie zijn dat de gemeenten tevreden kunnen zijn.

Twee vliegen in één klap
Er worden geen nieuwe efficiencykortingen opgelegd. Wel blijft de opschalingskorting tot en met 2025. Daar staat tegenover dat de 'trap op, trap af'-systematiek fier overeind is gebleven. De koppeling wordt uitgebreid van een koppeling aan de departementale uitgaven naar een koppeling aan de totale rijksuitgaven. Hiermee wordt een gemeentelijke wens ingewilligd.

Door de koppeling aan de totale rijksuitgaven (breed mandje) is de verwachting dat er twee vliegen in één klap worden geslagen. In de eerste plaats wordt de systematiek stabieler. De mutaties binnen een begrotingsjaar zullen minder heftig zijn dan in de voorgaande jaren. In de tweede plaats wordt het ook mogelijk om de uitkeringen voor het sociaal domein nu te integreren in de algemene uitkering. Door de koppeling aan de totale rijksuitgaven komt er ook een verbinding tussen de gemeentelijke zorguitgaven en de zorguitgaven van het Rijk.

Uit de eerste analyse blijkt dat het gemeentefonds in de komende kabinetsperiode met ongeveer €1,3 miljard zal groeien

Uit de eerste analyse blijkt dat het gemeentefonds in de komende kabinetsperiode met ongeveer €1,3 miljard zal groeien. Met die reeks uit het regeerakkoord is wel iets raars aan de hand. De grootste 'winst' zit vooral in de eerste jaren 2018 en 2019. In de latere jaren vlakt de groei af. En dat zijn de jaren waarin het accres ook moet worden gebruikt voor de kostenstijgingen in het sociaal domein. De groei van het accres in die jaren lijkt niet voldoende om de indexatie van het sociaal domein (loon- en prijsstijging en volume) goed te maken. De gemeenten reageren voorzichtig positief. Maar dan komt de Startnota.

Startnota

Een maand na het uitkomen van het regeerakkoord verschijnt de Startnota. Deze nota is de vertaling van het regeerakkoord in de begrotingshoofdstukken van de rijksbegroting. De Startnota wijkt voor het gemeentefonds behoorlijk af van de cijfers uit het regeerakkoord. En dat in positieve zin. In plaats van de €1,3 miljard extra inkomsten in het Gemeentefonds, zoals gepubliceerd in het regeerakkoord, worden de extra accressen voor de periode 2018 – 2022 nu geraamd op bijna €2,9 miljard.

Vertaald naar percentages: het gemeentefondsaccres groeit de komende 5 jaar naar verwachting met 25%. Dat is gemiddeld 5% per jaar. In de eerste jaren wat meer, de latere jaren iets minder. Gemiddeld levert het regeerakkoord 2% per jaar meer groei op dan al bekend was gemaakt bij de septembercirculaire.

Naar verwachting, omdat de koppeling aan de rijksuitgaven gebaseerd is op daadwerkelijke uitgaven en die kunnen in de loop van de jaren maar ook binnen een begrotingsjaar muteren. In die zin is de systematiek hetzelfde gebleven.

'Hoe kan dit nu, deze toch wel erg forse afwijking ten opzichte van het regeerakkoord?' is dan de terechte vraag. Voor deze afwijking zijn twee verklaringen. In de eerste plaats heeft het Centraal Planbureau naar aanleiding van het regeerakkoord nog een nieuwe doorrekening van de economische gevolgen gemaakt. In ieder geval leidt het regeerakkoord tot een hogere loon- en prijsontwikkeling (lpo) voor de economie. Deze hogere lpo is door het Ministerie van Financiën in de boeken verwerkt en leidt door de 'trap op, trap af'-systematiek tot hogere accressen.
In de tweede plaats is er bij de opstelling van de Startnota vanuit gegaan dat grote onderdelen van wat nu nog de integratie-uitkering sociaal domein is, per 2019 zal overgaan naar de algemene uitkering. In 2018 en 2019 zijn de middelen voor de indexatie van het sociaal domein, lpo en volume, nog geboekt op de begrotingen van het departement van VWS en SZW.

Per 2020 worden deze middelen overgeboekt naar de algemene uitkering. Dat zie je terug in de cijfers. De afvlakking van de accressen in het regeerakkoord vanaf 2020 in nu van de baan. Ook na 2019 blijven er mooie groeicijfers voor de groei van de algemene uitkering over.

De Startnota verduidelijkt hoeveel er beschikbaar is voor de taken waarvoor gemeenten verantwoordelijk zijn en die bekostigd worden uit de algemene uitkering.

Ten opzichte van het regeerakkoord heeft de Startnota wel gezorgd voor extra geld voor de gemeenten, maar niet voor extra bestedingsruimte. Deze blijft €1,3 miljard. De Startnota geeft wel een duidelijk beeld hoeveel er nu daadwerkelijk beschikbaar is per jaar voor de taken waarvoor gemeenten verantwoordelijk zijn en die bekostigd worden uit de algemene uitkering.

Trefwoorden: Tags: Gemeentefonds

Uw bijdrage

Log in met om uw bijdrage te plaatsen.