Verkiezingen 2017: zorgstelsel

​Met de komende verkiezingen voor de Tweede Kamer gaat Nederland weer een nieuw kabinet tegemoet dat de verantwoordelijkheid krijgt voor de aansturing van het zorgstelsel. Hoe kijken de banken naar de diverse verkiezingsprogramma’s die er nu liggen? Een overzicht van de meest relevante plannen en de betekenis hiervan vanuit het perspectief van de financiers.

Op 15 maart 2017 kiest Nederland een nieuwe Tweede Kamer. Grootschalige hervormingen zijn voor de komende kabinetsperiode niet waarschijnlijk. Het politieke landschap versplintert, wat coalitievorming door meerdere partijen noodzakelijk en ingewikkeld maakt. Daarnaast speelt het herstel van de economie een rol.

De nadruk zal steeds meer komen te liggen op het stimuleren van een duurzame economische groei

Er is geen gelegenheid meer voor ingrijpende maatregelen. Na de jaren van begrotingsdiscipline zal de nadruk steeds meer komen te liggen op het stimuleren van een duurzame economische groei.

14% van het BBP

Bij het bekend worden van de eerste verkiezingsprogramma’s, na de zomervakantie 2016, bleek dat gezondheidszorg opnieuw een belangrijk thema wordt. Dat is op zichzelf beschouwd ook zeer terecht. De zorgsector is relatief zeer omvangrijk. Er werken grofweg 1,1 miljoen Nederlanders in de zorg, bijna iedereen maakt er jaarlijks wel gebruik van en volgens actuele cijfers van het CBS geven we met elkaar jaarlijks in totaal EUR 94,5 miljard uit aan zorg en welzijn (cijfers 2015). Dat komt neer op jaarlijks EUR ruim EUR 5.500,- per inwoner, en kan ook worden uitgedrukt als 14,0% van het bruto binnenlands product.

Doorvoering gereguleerde marktwerking

Met een vergrijzende bevolking, het toenemend aantal chronisch zieken en voortgaande zorginnovaties (met onder andere steeds duurdere medicijnen) is de overheid dan ook al jaren bezig om het zorgstelsel zodanig aan te passen dat de Nederlandse zorg toegankelijk, betaalbaar en van hoge kwaliteit behouden blijft. Dat heeft in de afgelopen 10 jaar geleid tot ingrijpende hervormingen in het stelsel.

De eerste belangrijke stap werd gezet in 2006 met de invoering van de Zorgverzekeringswet. En in de jaren daarna werd stapsgewijs de zogenaamde gereguleerde marktwerking doorgevoerd. Hierdoor werd de sector uitgedaagd efficiënter te werken met een hogere kwaliteit.

Wat heeft het nieuwe zorgstelsel ons na 10 jaar nu gebracht?

Nu het nieuwe stelsel praktisch vorm heeft gekregen is het na tien jaar een logisch moment om terug te kijken. Wat heeft dat nieuwe stelsel ons nu gebracht, wat gaat goed en wat kan er beter? Dat is vanzelfsprekend ook wat de politieke partijen hebben gedaan bij het schrijven van het verkiezingsprogramma 2017.

Veel kritiek

Er blijkt nog steeds brede politieke steun voor het huidige zorgstelsel. Maar er klinkt ook veel kritiek door op het functioneren van het net herziene stelsel. De focus ligt teveel op financiën, het stelsel is veel te complex geworden en de stapeling van maatregelen leidt tot teveel onzekerheden in het zorgveld. Burgers hebben nog nauwelijks inzicht in de werkelijke maatschappelijke kosten of de zorgkwaliteit.

De positie van de zorgverzekeraars, die nu onder het huidige stelsel een cruciale rol zijn toebedeeld, staat nog flink ter discussie. De vraag is welke ruimte zij uiteindelijk krijgen binnen de gereguleerde marktwerking om hun rol te spelen. Daarmee is het zorgstelsel nog niet volledig uitontwikkeld waarmee het inherente politieke risico voor bancaire financiers of het Waarborgfonds voor Zorgsector actueel blijft. Deze nemen immers voor langere tijd het kredietrisico op zich.

In de meeste verkiezingsprogramma’s valt het erg mee met concrete plannen om het stelsel op korte termijn weer te willen veranderen. Alleen 50PLUS en SP willen een geheel ander zorgstelsel ('Nationaal Zorgfonds'); de overige partijen willen allerlei maatregelen om het huidige stelsel beter te laten functioneren. De VVD is nog het meest positief over het huidige stelsel.

De belangrijkste thema’s met de actuele politieke verhoudingen:


Beheersing zorguitgaven
De diverse hoofdlijnenakkoorden die het kabinet heeft afgesloten met veldpartijen hebben er zeker aan bijgedragen dat de groei van de zorguitgaven onder controle is gekomen. Zo werd bijvoorbeeld in 2011 voor de ziekenhuiszorg een maximale groei afgesproken van 2,5% voor de jaren 2012-2014. Daarna werd een tweede akkoord gesloten waarin de groei verder werd beperkt tot 1% voor de jaren 2015-2017. Ook voor de andere zorgsectoren zijn vergelijkbare afspraken gemaakt.

Er lijkt een reëel risico aanwezig dat de zorguitgaven weer gaan stijgen, gelet op de verkiezingsprogramma's

Alleen in de verkiezingsprogramma's van CDA en VVD staat vermeld dat ook voortzetting van de maximale groeiafspraken nodig is. Hiermee lijkt een reëel risico aanwezig dat de zorguitgaven weer gaan stijgen. Door vergrijzing en door innovaties met steeds duurdere medicijnen en therapieën komt dan de betaalbaarheid van de zorg weer in het geding.

Toestaan winstuitkering door zorgverzekeraars
Bij de invoering van de Zorgverzekeringswet werd het tijdelijk (tot 2018) niet toegestaan om winst uit te keren. Dit om te voorkomen dat de daarvoor bij de voormalige ziekenfondsen opgebouwde vermogens konden weglekken. Inmiddels heeft de Tweede Kamer op 31 januari 2017 een wetsvoorstel aangenomen dat het tot dusverre tijdelijke verbod tot winstuitkering door zorgverzekeraars permanent maakt. Ook een amendement van het CDA-kamerlid Keyzer voor het verbieden van winstuitkering in de extramurale langdurige zorg werd aangenomen. Een duidelijk signaal dat de kamer een terugtrekkende beweging maakt van ‘teveel aan marktwerking’.

 

Toestaan winstuitkering door ziekenhuizen
Al geruime tijd buigt het parlement zich over een voorstel dat het mogelijk moet maken om winst te laten uitkeren door ziekenhuizen. Op 1 juli 2014 ging de Tweede Kamer akkoord met het voorstel (TK 33.168A). De Eerste Kamer heeft het wetsvoorstel vervolgens in haar behandeling op 9 december 2014 aangehouden op verzoek van minister Schippers in afwachting van advies van de Raad van State. Op 9 maart 2016 heeft de minister de Eerste Kamer hierover geïnformeerd. De Eerste Kamer buigt zich nu hierover.

In de verkiezingsprogramma’s steunt alleen de VVD nog dit voorstel. De kamer is op dit thema inmiddels behoorlijk naar links opgeschoven. Dit moet tegen de achtergrond worden gezien van steeds grotere maatschappelijke weerstand tegen 'teveel marktwerking in de zorg'.

 

Nationaal Zorgfonds
De SP heeft zich inmiddels flink geprofileerd met de principiële keuze die zij maken voor een stelselwijziging. Het Nationaal Zorgfonds moet in de plaats komen van het huidige stelsel. De marktwerking wordt zoveel mogelijk teruggedraaid, zowel aan de kant van de ziektekostenverzekering als aan de kant van de zorgverlening. De premies worden daarbij zoveel mogelijk inkomensafhankelijk. De SP heeft krijgt hiervoor maar weinig bijval, alleen 50PLUS steunt het voorstel.
 

Medisch specialisten verplicht in loondienst
Een aantal partijen spreken zich in hun verkiezingsprogramma expliciet uit voor het verplicht in loondienst laten nemen van medisch specialisten. Het gaat om D66, Groenlinks, PvdA, SP en CU. Alleen de VVD is expliciet tegen, de overige partijen laten zich er niet over uit.

Ook dit voorstel moet vooral gezien worden als politiek antwoord op het maatschappelijke ongenoegen dat wordt geuit tegen 'de marktwerking'. Daarnaast speelt bij deze partijen op de achtergrond de publieke discussie over het ongenoegen over de beloningen in de publieke en semi-publieke sectoren.

 

Verplicht eigen risico
Het verplicht eigen risico voor de basisverzekering bedraagt momenteel EUR 385,- en is de laatste jaren flink gestegen. Behalve dat dit een rem heeft op onnodige zorgconsumptie wijzen veel politieke partijen op de ongewenste effecten hiervan. Het zou leiden tot zorgmijding, en de solidariteit in het stelsel onder druk zetten omdat vooral jongeren vaak kiezen voor een vrijwillig hoog eigen risico waardoor zij minder premie inleggen. De meeste politieke partijen willen dan ook het verplicht eigen risico afschaffen (PVV, Groenlinks, SP, PvdA, 50PLUS) of belangrijk verlagen (CDA).

 

 

De meeste politieke partijen willen het verplicht eigen risico afschaffen of belangrijk verlagen

Afschaffen zorgt volgens het Centraal Planbureau voor een dekkingstekort van EUR 4,5 miljard. Indien dit wordt gecompenseerd via de premie basisverzekering komt dat jaarlijks neer op een verhoging van circa 30%. Naar verwachting zullen de betreffende politieke partijen deze eerder dekken uit de algemene middelen (in casu belastingverhoging). Het eindresultaat hiervan is dat er dan in feite nivellering heeft plaatsgevonden. De dekking wordt dan vooral opgebracht door de hogere inkomens.

Minder variatie polissen
Verschillende partijen pleiten voor het terugdringen van het aantal polissen voor de basisverzekering. In de verkiezingsprogramma’s spreken Groenlinks, PvdA, CDA en CU zich hiervoor expliciet uit. Maar impliciet natuurlijk ook SP en 50PLUS, die echter in hun zorgplannen nog veel verder gaan.

 

Personeelstekorten terugdringen
Voor de komende jaren dreigen op verschillende onderdelen personeelstekorten. De vergrijzende bevolking vraagt om steeds beter opgeleid zorgpersoneel. Daarbij heeft vooral de langdurige zorg te maken met een weinig aantrekkelijk imago als werkgever. CDA en VVD zetten vooral in op het verminderen van de administratieve lastendruk voor zorgpersoneel, waardoor meer tijd overblijft voor het leveren van zorg. SP en PvdA willen daarenboven een minimumnorm invoeren voor het aantal zorgverleners.

Implicaties bancaire financiering

De banken hebben de laatste jaren herhaaldelijk aandacht gevraagd voor het feit dat de beschikbaarheid van voldoende bancaire financieringsmiddelen niet langer vanzelfsprekend is. Het risicoprofiel is veranderd, terwijl de omvangrijke kredietvraag wordt neergelegd bij een relatief beperkt aantal uitsluitend Nederlandse banken.

Andere bronnen van kapitaalverstrekkers zijn dan ook welkom. In dat opzicht is de terugtrekkende beweging van de Tweede Kamer in het niet toestaan van winstuitkering ongunstig.

De verkiezingsprogramma’s bieden in combinatie met de huidige politieke krachtverhoudingen slechts een indicatie van de overheidsregulering die verwacht mag worden. Of en in welke mate deze zal worden doorgevoerd, hangt sterk af van de te vormen coalitie en de bestendigheid daarvan. In het algemeen kan op basis van de voorliggende programma's wel worden vastgesteld dat er voorlopig rust lijkt te zijn gekomen aan het front van de overheidsregulering. Nieuwe grote stelselwijzigingen lijken voorlopig niet aan de orde. Hierdoor krijgen stakeholders reële kans om de transitie te maken die recente stelselwijzigingen met zich hebben meegebracht.

Dit is op zichzelf beschouwd zonder meer een gunstige ontwikkeling vanuit het perspectief van de financiers. Wat overigens niet wegneemt dat de sector bestoken blijft worden met overheidsregels. De politieke partijen hebben immers veel plannen om de werking van het huidige stelsel te verbeteren. De geschetste rust is in die zin dan ook relatief.

Trefwoorden: Tags: zorgstelsel; Zorg; verkiezingen 2017

Uw bijdrage

Log in met om uw bijdrage te plaatsen.