Keuzes in kaart

Medio februari hebben we weer kennis kunnen nemen van een typisch Nederlandse traditie in verkiezingstijd, namelijk het doorrekenen van de financiële onderbouwingen van de partijprogramma's van politieke partijen door het Centraal Planbureau (CPB).

Van alle partijen die deelnemen hadden elf partijen zich hiervoor bij het CPB aangemeld. De doorrekeningen zijn door het CPB gebundeld in het boekwerk 'Keuzes in Kaart'. Terwijl de meesten zich stortten op de cijfers om te zien welk verkiezings-programma de meeste economische groei realiseerde, of zorgde voor de meeste banen, dan wel de meeste schuldreductie, waren gemeenteambtenaren vooral benieuwd wat deze plannen zouden kunnen betekenen voor de gemeentelijke financiën.

In de nu afgelopen kabinetsperiode hebben gemeenten veel bijgedragen aan de sanering van de overheidsfinanciën door een additionele bezuiniging van wel € 1.100 miljoen bovenop het aandeel in de trap op trap af-systematiek. Bezuinigingen als de korting op het btw-compensatiefonds, de onderwijshuisvesting, het verminderen van raadsleden en de opschalingskorting staan gemeenten nog steeds in het geheugen gegrift.

Ook de efficiencykortingen op de decentralisaties in het sociaal domein waren niet mals te noemen. Er was enige hoop dat voor de komende kabinetsperiode de politieke partijen het gemeentefonds als pinautomaat voor vele wensen een keer links zouden laten liggen. Dit vertrouwen was mede gebaseerd op uitlatingen van het CPB dat het de komende jaren economisch weer zo goed gaat dat er geen aanvullende bezuinigingen nodig zouden zijn om aan de 'Europese eisen' van EMU-tekort en schuldreductie te voldoen.

Enige hoop dat de politieke partijen komende kabinetsperiode het gemeentefonds als pinautomaat voor vele wensen een keer links zouden laten liggen, valt vanuit de gemeenten bekeken zwaar tegen

Welaan, het valt vanuit de gemeenten bekeken zwaar tegen. Op de drie linkse partijen na (SP, PvdA en GL) zetten alle partijen in op een efficiencykorting van jaarlijks 1,5% op de gemeentelijke apparaatslasten. Dat moet structureel € 900 miljoen opleveren. Wrang is ook dat men dit ook doet bij de rijksoverheid maar daar worden enkele domeinen - met name veiligheid - buiten deze korting gelaten. 

Hoe zit het dan met de opschalingskorting die door het kabinet al enkele jaren ook apparaatskorting wordt genoemd? Is dat niet dubbel op? Door het CPB is voorafgaand aan de berekening aan de politieke partijen meegedeeld dat wat hen betreft de opschalingskorting niet meer bestaat. Dat is goed nieuws voor de gemeenten. Slecht nieuws is dat de nieuwe efficiencykorting meer 'kost' dan de doorloop van de opschalingskorting (€ 300 miljoen versus € 900 miljoen). Nog slechter nieuws is dat de opschalingskorting nog gewoon in de meerjarenramingen van de rijksbegroting staat en dat er dus een dubbele korting dreigt. 

Veel politieke partijen zetten, geïnspireerd door de goede economische vooruitzichten, flink in op extra uitgaven de komende kabinetsperiode. Ha, denk je dan, dat zal volgens de trap op trap af-systematiek dan wel leiden tot extra gemeentefondsaccres. Maar waar je in de cijfers ook zoekt nergens vind je een plus voor het gemeentefonds.

Waar je in de cijfers ook zoekt, nergens vind je een plus voor het gemeentefonds

In de verklaring stelt het CPB dat men de politieke partijen wel de mogelijkheid heeft geboden om te rekenen met een normeringssystematiek maar geen enkele partij heeft van dit aanbod om de trap op trap af-systematiek 'aan te zetten' gebruikt gemaakt. Hier wreekt zich dat de normeringssystematiek een afspraak is tussen gemeenten en het nieuwe kabinet en niet vanzelf voortvloeit uit wetgeving.

Met 'Keuzes in Kaart' in het achterhoofd is de kabinetsformatie voor de gemeentelijke financiën niet iets waar gemeenten reikhalzend naar hoeven uit te kijken.

Trefwoorden: Tags: trap op trap af-systematiek; verkiezingen; Gemeentefonds; partijprogramma's

Uw bijdrage

Log in met om uw bijdrage te plaatsen.