Duurzaamheid woningcorporaties: meer regionaal profiel

Eind 2017 heeft BNG Bank haar tweede duurzame social housing bond ten behoeve van de financiering van de woningcorporatiesector uitgegeven. Het Telos-raamwerk voor deze obligatie laat duidelijke regionale verschillen tussen woningcorporaties zien.

De interne duurzaamheidkenmerken van het hoofdkantoor en de wooneenheden blijkt hoger te scoren bij woningcorporaties in het oosten van het land. Dit gaat niet op voor de externe duurzaamheidkenmerken van de wijken waarin de wooneenheden zijn gelegen.
 
BNG Bank bracht op 7 december 2017 voor de tweede keer een duurzame obligatie op de markt voor de woningcorporatiesector. Met deze 'social housing bond' stimuleert BNG Bank verdere verduurzaming bij haar klanten in de corporatiesector en voldoet de bank aan de groeiende vraag van internationale kapitaalverschaffers naar duurzame beleggingen met een sociale impact.

Met de tweede obligatie werd 750 miljoen US dollar opgehaald die wordt gebruikt voor leningen aan op duurzaamheid relatief hoog scorende 91 woningcorporaties. Daarbij worden de scores niet in absolute zin met elkaar vergeleken maar op basis van tien verschillende typen corporaties (onderscheiden naar grootte, type bezit en ouderdom van het bezit).

Opnieuw blijkt: middelgrote corporaties vertonen de hoogste duurzaamheidscore en dit geldt ook voor corporaties met het nieuwste bezit 

Verschillen in beeld
Wanneer woningcorporaties op basis van duurzaamheid met elkaar worden vergeleken, spelen verschillende aspecten een rol zoals: hoe wordt de duurzaamheid in kaart gebracht en welke factoren zijn van invloed op de uitkomsten?

In een eerder B&G-artikel zetten wij uiteen dat Telos de duurzaamheid in beeld brengt op basis van enerzijds de interne duurzaamheidde milieu-, sociale en economische kenmerken van het hoofdkantoor en de wooneenheden, evenals de interne bedrijfsperformance en anderzijds de externe duurzaamheidde milieu-, sociale en economische kenmerken van de wijkomgeving van de wooneenheden. Dit gebeurt aan de hand van 83 indicatoren die worden ontleend aan publiek beschikbare bronnen afkomstig van Aedes, CBS, etc. In het B&G-artikelWaarom verbeteren grootste woningcorporaties hun duurzaamheid he minst?toonden we aan dat vooral middelgrote woningcorporaties gemiddeld het beste scoren op duurzaamheid.

Voor de tweede obligatie is langs dezelfde lijnen met de nieuwste gegevens een duurzaamheidsraamwerk opgesteld. Op basis hiervan kwam opnieuw naar voren dat middelgrote corporaties de hoogste duurzaamheidscore vertonen en dat dit ook geldt voor corporaties met het nieuwste bezit, zoals figuren 1 en 2 laten zien.


Figuur 1: Duurzaamheidscores naar corporatiegrootte, rapportagejaar 2017.

Figuur 2: Duurzaamheidscores naar leeftijd bezit, rapportagejaar 2017.

In het raamwerk voor de tweede obligatie is ook aangegeven of er regionale verschillen zijn tussen woningcorporaties. Hieronder volgt een nadere uitwerking.

Regionale verschillen in beeld
Om een indruk te krijgen van regionale verschillen tussen de duurzaamheidsscores van woningcorporaties is op basis van de vestigingsplaats van het hoofdkantoor en een geografische groepering op basis van de economisch homogene regios, de zogenaamde COROP-gebiedenCOROP is een afkorting van de naam van de Commissie die in 1971 voor het eerst deze economische indeling maakte: Coördinatie Commissie Regionaal OnderzoeksProgramma een overzicht van de uitkomsten gemaakt. Figuur 3 toont het landelijke beeld voor de regionale verdeling van de totaalscores. De getallen in de figuur geven aan hoeveel hoofdkantoren zich in het desbetreffende COROP-gebied bevinden.

Figuur 3: Regionale verdeling (op basis COROP-gebieden en vestiging hoofdkantoor) van de totale duurzaamheidscore van woningcorporaties voor 2017.

Het valt op dat de woningcorporaties met de relatief lage duurzaamheidscores in het zuidwesten en noordoosten van het land te vinden zijn. In het midden en oosten komen de corporaties met de hogere scores voor. Wanneer op het niveau van de interne en de externe duurzaamheid wordt gekeken, worden de verschillen nog pregnanter. Zie figuur 4.

 
Figuur 4: Regionale verdeling (op basis COROP-gebieden en vestiging hoofdkantoor) van de interne en externe duurzaamheidscores van woningcorporaties voor 2017.

Het beeld bij de externe duurzaamheid komt redelijk overeen met het hiervoor getoonde landelijke beeld. Maar bij de interne duurzaamheid treedt een scherpe polariteit tussen het westen en oosten van ons land naar voren. De woningcorporaties in Oost-Nederland scoren aanzienlijk hoger op interne duurzaamheid dan in West-Nederland. Daarbij springen vooral de regio’s rondom Amsterdam en Rotterdam in negatieve zin het oog.

De woningcorporaties in Oost-Nederland scoren aanzienlijk hoger op interne duurzaamheid dan in West-Nederland

Uit statistische analysezie de tabel hieronder blijkt dat de lagere scores op interne duurzaamheid significant samenhangen met een hogere woningdichtheid (aantal woningen per km2), meer ouder bezit en relatief grote woningcorporaties. De lagere scores voor interne duurzaamheid bij woningcorporaties met het hoofdkantoor in Amsterdam en Rotterdam en omstreken kunnen dus samenhangen met hogere woningdichtheid en meer oud bezit en daarmee samenhangende duurzaamheidskenmerken.

Kenmerk ​Correlatie met interne duurzaamheidscore
​Grootte corporatie​-0.33 *
​Leeftijd bezit​-0.39 *
​Woningdichtheid-0.52 **

Statistische significantie: *= p<0.05, **=p<0.01
Tabel: correlaties van enige kenmerken van woningcorporaties en hun score op interne duurzaamheid


Over de auteurs
Prof. dr. ir. Bastiaan Zoeteman is bijzonder hoogleraar Duurzaamheidsbeleid in internationaal perspectief aan de Universiteit van Tilburg.
Rens Mulder m.sc. is onderzoeker. Beiden werken bij Telos, centrum voor duurzame ontwikkeling van de Universiteit van tilburg.

Trefwoorden: Tags: Social bond; Social housing; Volkshuisvesting; Duurzaam