Speel binnen je portfolio's

Kunnen banken en andere financiële instellingen duurzaamheidstransities versnellen? Een aantal koplopers uit de Duurzame Top 100 van Trouw geeft tips. En vertellen hoe zij zelf verschil maken. In deel 1: Karen Maas van Impact Center Erasmus.

Methodes bedenken en toepassen op investeringen met een maatschappelijk doel. Dat is waar Karen Maas al ruim twintig jaar lang warm voor loopt. Meten van effecten is haar drijfveer. Om met betere besluiten een duurzame samenleving te helpen versnellen.

Haar advies in een notendop: 'Durf anders te denken. Als je verschil wilt maken, ga dan spelen binnen je portfolio's. Bedenk eerst goed wat je wilt bereiken. Bepaal daarna waarin je dan het beste kunt investeren. Speel met rendementseisen, bijvoorbeeld: ik ga 80% volledig safe zitten en 20% enig risico nemen.'

Anders denken
Karen Maas (1970) propageert beweging, nieuwsgierigheid, risico nemen. 'Als je pretendeert de maatschappij te willen veranderen, ga dan niet in je kantoor zitten afwachten wie er langskomt. Pak aan, zoek samenwerking'.
 
'Anders denken' werd haar motto in de jaren van haar economiestudie aan de Erasmus Universiteit. Daar liep de studente al op tegen de klassieke lessen, uitgaand van de homo economicus. 'En nu nog worden studenten teveel vanuit dat perspectief onderwezen' zegt ze met enige teleurstelling in haar stem.
 
Wind waait mee
Pas toen Karen Maas in aanraking kwam met milieueconomie, het in balans brengen van milieu en financiën, kreeg de studie vleugels. Nu is ze directeur van het Impact Centre Erasmus Universiteit Rotterdam en leidt daar een opleiding bij de School of Accounting & Assurance. Ook zit ze onder meer in het bestuur van de Vereniging van Beleggers voor Duurzame Ontwikkeling (VBDO). 
 
Ze is optimistisch, sinds de jaren 90 ziet ze forse veranderingen. Er waren voortrekkers, rolmodellen. En nu, 2018: 'De wind waait mee, bedrijven en instellingen zoeken invulling voor duurzaamheid. Er zijn legio best practices. Consultants van commerciële bureaus zien hierin marktkansen. Dat allemaal bij elkaar zorgt voor versnelling.'
 
Maatschappelijke waardecreatie
Haar proefschrift in 2009 heette Corporate Social Performance, from output level to impact level. Het onderzocht de 'wel 150' methoden die goede doelen-organisaties zouden kunnen volgen om de effecten van hun werk te meten. Hoe kom je tot een maatschappelijke waardecreatie, stond centraal. 'Consultants stuurden destijds op de business case, milieu-effecten werden niet gemeten. Het was de tijd dat de kritiek op ontwikkelingshulp toenam en de behoefte groeide om beleid beter te onderbouwen. Wat is de impact van onze inzet?'

Investeren in een nieuwe machine is eenvoudiger
dan nadenken over maatschappelijk verantwoord ondernemen

Het woord impact is nu overal. Misschien wel eens té veel, zoals vaker met populaire nieuwe begrippen. Karen Maas: 'Kijk eens hoe vaak het woord voorkomt in jaarverslagen? Wel 200 keer, zonder dat het overal een goede inhoudelijke betekenis krijgt. Maar ik ben tevreden: de agendering is gelukt'.

Maar haar missie is nog lang niet volbracht: 'Hoe ver willen bedrijven en filantropen echt gaan, of is het eigenlijk alleen storytelling?' Ze treft vooral de rationele mens aan en de rationele organisatie. 'De lerende organisatie en het leervermogen zijn vrij beperkt'. Ze vertelt te hebben ervaren dat investeren in een nieuwe machine voor vele miljoenen eenvoudiger is dan nadenken over maatschappelijk verantwoord ondernemen.

In het algemeen zien bedrijven nog te vaak hun budget voor Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen (MVO) als vrij te besteden geld dat je direct 'ergens maar moet inzetten en daar goede sier mee maken'. Door meten krijg je inzicht, kun je bijsturen en betere besluiten nemen.

Het Impact Centre Erasmus meet impact op het gebied van duurzaamheid. Maas en haar mensen proberen bij bedrijven een strategische discussie aan te wakkeren: niet de vraag of het beschikbare geld op een goede manier is besteed, maar of het aan de juiste zaken is besteed om duurzame doelen te bereiken. Dan komen er achtereenvolgens drie vragen af op het bedrijf of de (filantropische) instelling. Maas: 'Ten eerste. Wat wil je bereiken en doen we daarvoor al goede dingen. Ten tweede: welke investeringen zijn het meest effectief om doelen te bereiken? Ten derde: hoe optimaliseren we onze inzet?’

Wij prikkelen om die ambitie te realiseren
'Grote concerns als DSM en Unilever zijn heel stellig, zij zeggen: we willen de wereld meer gezond maken. Wij prikkelen om die ambitie te realiseren, want hoe ziet dat pad ernaartoe uit? Dat pad in kaart brengen is dan ons traject, ook bijvoorbeeld met het Oranjefonds, met PGGM, grote filantropen en vermogensfondsen’. Consultants, van kleine tot grote partijen als de KPMG's, begeleiden de veranderingstrajecten zelf.

Beter met de fiets
Ideeën genoeg. 'De gemeente die een nieuw duurzaam stadskantoor wil neerzetten, kijkt om zich heen. Wij zeggen: de vraag moet breder worden aangevlogen dan vroeger. Wat zijn positieve en negatieve factoren, wat zijn bedoelde en onbedoelde effecten, direct en indirect. Niet alleen de lagere energierekening en de groene buitenkant van het gebouw, maar meer. Wat betekent verhuizing voor de bereikbaarheid: kunnen medewerkers en bezoekers er bijvoorbeeld beter met de fiets naar toe?'

'Hoe verhoudt het inhuren van duurdere lokale bouwers zich tot een groep Poolse werkers die van ver moeten komen. Hoeveel gebouwen laten we leeg achter en wat gebeurt daarmee? Is het nieuwe gebouw aanpasbaar wanneer over tien jaar de gemeente misschien minder ruimte nodig heeft? Wie geld aan zo'n groot project besteedt, moet breed wegen, moet kijken naar het hele plaatje. Laat je niet beperken tot zonne-energie en warmtewisselaars.'

Lager financieel rendement accepteren

Ander voorbeeld, nu over financiële instellingen. Zij zouden meer duurzaam moeten beleggen dan traditioneel, zonder angst voor een veel te laag rendement, zegt Karen Maas. Bewezen is dat vaak na 5 à 7 jaar duurzaam beleggen een gelijk of zelfs beter rendement vertoont dan traditionele beleggingen. 

'Je kunt een wat lager financieel rendement accepteren, wanneer de gelden maatschappelijk zijn ingezet. Want wie aan gemeenten, aan onderwijs- of zorginstellingen leent, kan kijken door de bril van die organisaties en instellingen. Zij willen goed doen voor hun burgers, voor scholieren en studenten, patiënten. Dat levert ook rendement op, alleen een andere soort.' 

Social impact bonds
De inzet van social impact bonds ligt in het verlengde van deze redenering. Neem dit project: de bank financiert, de gemeente betaalt voor de maanden dat jongeren uit de WW blijven door inspanningen van een particuliere organisatie, die bij succes een bonus ontvangt. Zoals gebeurt in Rotterdam. Karen Maas is daarbij betrokken. Cruciaal is dat contractpartners voldoende vertrouwen opbouwen: de gemeente schuift niet alleen de meest dure uitkeringstrekkers het project in zodat maximaal kosten omlaag gaan. En de uitvoerder krijgt het merendeel van de jongeren voor langere tijd en met perspectief aan het werk. 

Testen in de praktijk
Maas: 'Duurzame startups kunnen vrij gemakkelijk aan geld komen. Zodra ze groot zijn, is daar vaak de bank die geld beschikbaar heeft. Maar de tussenfase blijkt telkens moeilijk financierbaar. Dan kan een bank zeggen: ik neem 50% high risk en 50% veilige investering. Ik snap dat dat soms lastig is, timeframes en financieel rendement moet altijd maar passen.' Karen Maas ziet de komende tijd grote kansen liggen: het begrip 'impact' is het praatstadium voorbij en het testen in de praktijk krijgt steeds meer belangstelling.

Trefwoorden: Tags: Duurzaam

Uw bijdrage

Log in met om uw bijdrage te plaatsen.