Vernieuwing BBV leidt op termijn tot vereenvoudiging accountantscontrole

De afgelopen twee jaar staat de controle van gemeenten in de schijnwerpers. Lokaal bestuur en accountants discussiëren in de publiciteit over nut, noodzaak, kwaliteit en kosten van de jaarlijkse accountantscontrole. De van oudsher gespecialiseerde grote accountantskantoren trekken zich zichtbaar terug uit dit domein. Gemeenten merken dat zij meer moeite hebben om een deskundige accountant te vinden.

In deel vier over de toekomst van de accountantscontrole bij gemeenten deelt Henk van der Heijden, voorzitter van de commissie BBV, zijn visie.
 
'Enerzijds kunnen we constateren dat er nieuwe taken en wetgeving op gemeenten van toepassing zijn verklaard. Gemeenten hebben er meer taken bijgekregen, zoals de Wet maatschappelijke ondersteuning en de Jeugdzorg. Daarnaast is de vennootschapsbelasting sinds 2016 op gemeenten van toepassing. Daarmee nemen ook verslaggevingsvraagstukken toe en de daaraan gekoppelde accountantscontrole. Dat staat echter los van de controlerichtlijnen die accountants moeten naleven.

Accountants hebben een algemene set aan richtlijnen en standaards op basis waarvan ze moeten controleren. Die set aan regels is van toepassing op de controle van alle organisaties waarvan een accountant de jaarrekening onderzoekt. De oproep die bij de vernieuwing van het BBV in 2013 en 2014 is gedaan, is om naar die set aan regels te kijken en naar het specifieke karakter van gemeenten en te bezien of dat in alle gevallen volledig past. Moet je die regels ook een op een toepassen, of is er wellicht een reductie of aanpassing mogelijk? Dat is in 2013/2014 als aandachtspunt neergelegd en daar zijn de beroepsorganisatie en accountants nog mee bezig. Ook het Ministerie van Binnenlandse Zaken onderzoekt of die regels enigszins aangepast kunnen worden, en meer geënt op het overheidsdomein.

Voor een deugdelijke accountantscontrole moet een redelijk budget beschikbaar zijn

Kijken we naar de kosten van accountantscontroles, dan blijkt uit de onderzoeken van de Commissie Vernieuwing BBV dat bij nieuwe offerterondes in het verleden door zowel accountants als gemeenten naar steeds lagere prijzen werd gestreefd. Toch zijn we nu denk ik allemaal tot de conclusie gekomen dat dat niet de goede weg is en dat er voor een deugdelijke accountantscontrole een redelijk budget beschikbaar moet zijn. Dat is in het eindrapport van de Commissie Vernieuwing BBV ook als een duidelijk signaal afgegeven.

Het is voor een accountant wezenlijk anders of hij een gemeente controleert of een bedrijf. Dat heeft niet alleen te maken met een uitgebreider takenpakket en daarmee samenhangende wet- en regelgeving, maar ook met rechtmatigheid. De accountant moet bij een gemeente ook een expliciet oordeel geven over de naleving door de gemeente van de wetgeving en verordeningen. Daarnaast is een gemeente een open organisatie.

Je moet je als accountant dan ook realiseren dat sommige zaken die bij bedrijven wellicht ondergeschikt zijn, bij gemeenten in het openbaar bestel wel relevant kunnen zijn. In dat opzicht zijn de regels die aan de overheid worden gesteld strenger, maar dat is naar mijn mening ook terecht. Alles wat bij een gemeente speelt, is in beginsel in het publiek belang, dus op zich is het niet vreemd dat daar nauwere marges worden gehanteerd.

Alles wat bij een gemeente speelt, is in beginsel in het
publiek belang

Uit het traject naar de vernieuwing van het BBV is naar voren gekomen dat de democratische waarde van de controle van de accountant onverminderd belangrijk is. Die is tot op heden nog steeds sterk financieel gericht. Als we kijken naar de wijzigingen in verslaggeving, dan zullen ook indicatoren een steeds grotere rol gaan spelen. Het gaat niet meer alleen maar over de euro’s, maar ook over cijfers die iets zeggen over de wijze waarop het bestuur is uitgevoerd en wat men met het beleid heeft beoogd en bereikt.

Alles wat met de organisatie van de gemeente an sich te maken heeft en wat het predicaat overhead heeft gekregen, moet vanaf 2017 apart worden verantwoord. Dat zal dan ook wat extra aandacht vragen van de accountant, maar ook van de raad, want dat geeft informatie over hoe een gemeente is ingericht en welke kosten met de overhead zijn gemoeid. Bovendien kan zo een vergelijking plaats gaan vinden tussen gemeenten onderling. Dat is een duidelijke toegevoegde waarde die uit de vernieuwing van het BBV naar voren komt en maakt de toetsende rol van de raad krachtiger.

Regelgeving is stringenter neergezet in het BBV, met minder uitzonderingen en meer eenduidig

Er zijn bij de vernieuwing van het BBV wijzigingen doorgevoerd voor verslaggevingsregels vanaf 2016-2017 in de begroting en de jaarrekening. Daarvan wordt nu naar mijn idee onterecht gesteld dat dit leidt tot allerlei meerkosten. Elke wijziging van regelgeving leidt tot extra aandacht door het lichaam zelf. De gemeente moet kijken wat er gewijzigd is en zal in haar administratieve systemen zaken anders moeten gaan registreren, anders gaan sorteren en uiteindelijk ook anders in een jaarrekening en begroting opnemen.

Dat is echter een eenmalige exercitie. Regelgeving is stringenter neergezet in het BBV, met minder uitzonderingen en meer eenduidigheid. Na het doorvoeren van deze wijzigingen zal dit op termijn zeker niet leiden tot een toename van de controlekosten. Door meer eenduidigheid in de verslaggevingsregels zal dit tezamen met het beter toespitsen van de controlerichtlijnen voor gemeenten eerder tot een vereenvoudiging van die accountantscontrole en daarmee tot een beperking van de kosten kunnen leiden. De wijziging van het BBV heeft tenslotte ook als oogmerk gehad om de controledruk voor gemeenten te beperken door zaken eenduidiger, beter vergelijkbaar en daarmee ook makkelijker toetsbaar te maken.'

Trefwoorden: Tags: Auditing; Audit; Accountancy