Miljoenennota 2020 en de Nederlandse economie

​In het afgelopen jaar is de groei van de Nederlandse economie afgenomen. Het handelsconflict tussen de Verenigde Staten en China, de Brexit en de zwakke economische situatie in Italië leiden tot onzekerheid. Investeringen en handel komen daardoor onder druk te staan. De groei van de wereldhandel is daardoor volgens cijfers van het Centraal Planbureau(CPB) vrijwel tot stilstand gekomen.

Deze ontwikkelingen hebben grote invloed op een open economie als de Nederlandse die sterk afhankelijk is van de internationale handel. Ging de CPB in de vorige Macroeconomische Verkenningen(MEV) nog uit van een economische groei van 2,6 procent in 2019, nu moeten we het doen met een groei van 1,8 procent. In 2020 loopt de groei van de bedrijvigheid verder terug naar 1,5 procent. De uitvoer groeit dit jaar met 2,3 procent in plaats van 4,2 procent en zal volgend jaar 1,9 procent bedragen. De investeringsgroei halveert van 4,8 procent naar 2,3 procent, waardoor er veel minder banen bijkomen dan in voorgaande jaren. De consumptie van huishoudens neemt desondanks toe met 1,9 procent. Dit jaar stijgt de private consumptie met 1,5 procent. De inflatie loopt dit jaar door verhoging van indirecte belastingen (BTW, energiebelasting) op naar 2,6 procent. In 2020 neemt de inflatie af naar 1,3 procent. Dat is meer in lijn met de prijsstijging in andere eurolanden.   

De uitstoot van broeikasgassen is in 2018 ondanks de sterke economische groei met 2 procent gedaald. De dalende trend van de afgelopen jaren zet daarmee door. In de komende decennia zal de economie moeten verduurzamen. Het kabinet heeft daarom het Klimaatakkoord gesloten om verdere stappen te nemen.

Lasten burgers omlaag 

De bestedingsgroei wordt ondersteund door het regeringsbeleid. Het kabinet haalt de, in het Regeerakkoord vastgelegde, lastenverlichting voor 2021 naar voren. Het tweeschijvenstelsel wordt daardoor al volgend jaar ingevoerd en de algemene heffingskorting wordt extra verhoogd. Voorts wordt de energiebelasting teruggegeven en de arbeidskorting verhoogd. In totaal gaan de lasten voor huishoudens in 2020 met EUR 4,4 miljard omlaag. Dit jaar bleef de lastendaling door de verhoging van het lage BTW-tarief en de energiebelasting per saldo beperkt tot EUR 0,6 miljard. Dankzij de maatregelen gaat de koopkracht van huishoudens volgend jaar met ongeveer 2 procent omhoog, de op twee na sterkste stijging sinds 1997. Deze ontwikkeling is belangrijk, omdat huishoudens nu eindelijk wat meer profiteren van het economisch herstel van de afgelopen jaren.

De lasten van bedrijven daarentegen komen hoger uit dan in het Regeerakkoord was afgesproken. Het hoge tarief in de vennootschapsbelasting wordt in 2020 minder verlaagd en het tarief wordt structureel 1,2 procentpunt minder verlaagd dan eerder was voorzien. 


De regering trekt vanaf 2020 EUR 2 miljard extra uit om de woningbouw te stimuleren. Hiervan is de helft bestemd om betaalbare woningen in schaarste gebieden te bouwen. Daarnaast wordt de verhuurdersheffing in de komende tien jaar jaarlijks met EUR 100 miljoen verlaagd. Het valt te bezien of deze maatregelen de nieuwbouwproductie een impuls zullen geven. Volgens woningbouwcorporaties wordt de nieuwbouw momenteel geremd door de gestegen bouwkosten, een tekort aan bouwlocaties en onvoldoende medewerking van gemeenten. Een positief bericht voor gemeenten is dat het kabinet meer geld uittrekt voor de jeugdhulp. Dit jaar komt EUR 420 miljoen extra beschikbaar en in zowel 2020 als 2021 komt er nog eens EUR 300 miljoen meer beschikbaar voor de jeugdzorg. Voorts lopen de uitgaven sterker op als gevolg van het Pensioenakkoord en het Klimaatakkoord. De uitgaven aan defensie nemen vooral in 2021 en latere jaren sterker toe. Daar staat tegenover dat de uitgaven aan zorg en rente beduidend lager uitkomen dan verwacht. Hierdoor komen de uitgaven in de Rijksbegroting zowel in 2019 als 2020 per saldo lager uit. In latere jaren komen de uitgaven hoger uit dan vorig jaar werd voorzien. 

INVESTERINGSFONDS

In de Miljoenennota gaat het kabinet in op de vooruitzichten voor de Nederlandse economie op langere termijn. In de afgelopen jaren was er sprake van een sterke groei, maar het is niet vanzelfsprekend dat onze economie zich ook in de toekomst gunstig blijft ontwikkelen. Het kabinet wijst op trends als vergrijzing, nieuwe technologieën en decarbonisatie van bedrijven. Door de vergrijzing zal de arbeidsparticipatie in de komende decennia veel minder bijdragen aan de groei. Dat betekent dat verdere economische groei in de toekomst meer afhankelijk zal worden van een groei van de arbeidsproductiviteit. In de achterliggende decennia is de groei van de arbeidsproductiviteit evenals in andere westerse landen sterk teruggelopen.  

Het kabinet onderzoekt de mogelijkheden om het verdienvermogen van Nederland op lange termijn te versterken. Het kabinet komt met een notitie over dit onderwerp, de groeibrief. Er wordt gedacht over de oprichting van een investeringsfonds. De overheid zou kunnen investeren op terreinen als kennisontwikkeling, research en development en innovatie en infrastructuur. Dit lijkt aantrekkelijk, gelet op het huidige renteniveau. De overheid krijgt momenteel zelfs geld toe als ze een lening uitgeeft. Dit betekent niet dat er geen risico's zijn. Het is echter van belang dat projecten zorgvuldig moeten worden geselecteerd op hun bijdrage aan de structurele groei van de Nederlandse economie. Het verleden leert dat dit niet eenvoudig is. Bovendien moeten deze investeringen complementair zijn aan private initiatieven, zodat verdringing van private investeringen wordt voorkomen.   

OVERSCHOT LOOPT TERUG

Het EMU-saldo loopt in 2020 als gevolg van de extra lastenverlichting met ca. 1,0 procent terug naar 0,2 procent van het bbp. Het structurele saldo loopt terug van 0,5 procent naar -0,4 procent van het bbp. Nederland voldoet daarmee aan de Europese norm van -0,5 procent van het bbp, de zgn. Medium Term Objectieve(MTO) die geldt voor de landen in de preventieve arm van het Stabiliteits- en Groeipact. In 2018 bedroeg het structurele saldo nog 1,0 procent van het bbp.

De verslechtering van het structurele saldo laat zien dat het begrotingsbeleid procyclisch is. Dit houdt in dat de regering in goede tijden de lasten verlicht en daardoor de economische groei stimuleert. Hierdoor neemt de ruimte om het begrotingssaldo te laten verslechteren in geval van een economische recessie in beginsel af. Dat neemt niet weg dat de overheidsfinanciën er nog altijd relatief gunstig voorstaan. De ontwikkeling van de collectieve uitgaven blijft gematigd. In 2020 bedragen de uitgaven 42,9 procent van het bbp. In de eurozone komen de collectieve uitgaven volgens de prognoses van de Europese Commissie uit op 46,8 procent. De bruto overheidsschuld loopt op van EUR 397 miljard dit jaar naar EUR 402 miljard in 2020. Uitgedrukt in het bbp loopt de bruto overheidsschuld terug van 47,7 procent naar 46,9 procent. In de eurozone als geheel verwacht de Europese Commissie in 2020 een bruto overheidsschuld van 84 procent van het bbp.  

Trefwoorden: Tags: Miljoenennota