Meer zorg voor minder geld

Nico Slagter, wethouder van de gemeente Stede Broec ziet juist kansen voor gemeenten om met minder geld voor Jeugdzorg en de Wmo betere zorg te leveren.

Bernard van Ommeren ging met hem hierover in gesprek. Wat is de financiële impact van de decentralisaties Jeugdzorg en de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo)? En waar liggen de verschillen?

Nico Slagter: 'Gemeenten krijgen minder budget voor de zorgtaken dan het Rijk beschikbaar had. Door de transitieoperatie zullen er verschillen ontstaan tussen de gemeenten onderling als het gaat om de hoeveelheid en de kwaliteit van de geleverde zorg.

Geld beter inzetten
De belangrijkste oorzaken hiervoor zijn beleidsmatig, maar ook de financiën spelen een rol. Slagter: 'dit hoeft dit financieel gezien geen negatieve impact te hebben op de gemeentekas. Ik zie dit juist als een kans voor betere zorg met minder geld. Door de veranderingen kan de gemeente het geld voor de Jeugdzorg en de Wmo beter inzetten.'

Zorg dichterbij de burger
Door de zorg dichterbij de burger te organiseren kan een groter en beter passend beroep worden gedaan op dit sociale vangnet. De gemeente kan beter en eerder dan het Rijk invulling geven aan passende zorg, waarbij de zorguitgaven lager uitvallen dan wanneer dit bij het Rijk ligt. De gemeente Stede Broec verwacht 10% ruimte te hebben op haar totale transitiebudget, waarbij tot op heden weinig klachten zijn ontvangen. Zodoende is er ook dekking als de gemeente in de toekomst wordt gekort.

Tot nu toe hebben gemeenten weinig zicht op de werkelijke zorguitgaven. Om hier zo goed mogelijk op te kunnen sturen zijn er bij de aanbesteding afspraken gemaakt om gedurende het jaar periodiek de omvang en kwaliteit van de geleverde zorg te evalueren en te kwantificeren. Het uitgangspunt bij de aanbesteding van de zorg was dezelfde kwaliteit aan zorg leveren voor een goede prijs. Het is gelukt daarbij een eerste bezuiniging te realiseren.

Er is sprake van een scheve verhouding in de besteding van het zorggeld

Slagter: 'daarnaast is er sprake van een scheve verhouding in de besteding van het zorggeld. Het management bij zorginstanties is bijvoorbeeld een onevenredig grote kostenpost. Nu de gemeenten een eigen budget hebben, mogen zij van de zorgorganisaties verlangen dat zij bedrijfsmatiger gaan werken. Wat kunnen zij leveren voor welke prijs en is dat de prijs die de klant wil betalen?'

Anders denken
Ook merkt hij op dat hierbij de verantwoordelijkheid van de zorginstanties om de hoek komt kijken. Omdat de zorgorganisatie 'van niemand is', is het management niet gewend met een kritische blik naar het eigen bedrijf te kijken.

Nu er minder geld beschikbaar is voor de zorg is het moment aangebroken op een andere manier te gaan denken. Slagter is ervan overtuigd dat door het beter inzetten van geld er zelfs 'meer handen' mogelijk zijn in de zorg. Dit leidt tot een win-win situatie voor zowel de gemeente als de zorginstanties.

Jeugdzorg: ingewikkeld en onoverzichtelijk
Er is een duidelijk verschil tussen de Jeugdzorg en de Wmo. De problematiek van de Jeugdzorg is ingewikkeld en onoverzichtelijk. Ondanks de zware aansturing van de Jeugdzorg is er nog te weinig afstemming tussen alle instanties die zich hiermee bezighouden.

Gelukkig is er nu wel een begin te zien van een omslag waarbij de aansturing van de cliënt steeds meer vanuit één organisatie plaatsvindt. Op deze manier wordt er efficiënter gewerkt en is er zowel financieel voordeel als voordeel voor de cliënt.

Daarnaast is het belangrijk dat hulpvragen in een zo vroeg mogelijk stadium worden  gesignaleerd. Hierdoor kan het centrum voor jeugd en gezin worden ingezet, waarmee duurdere zorg kan worden voorkomen.

Regionale inkooporganisatie
In hoeverre heeft de gemeente controle over prijs en geleverde kwaliteit? Slagter: 'De gemeente Stede Broec neemt samen met de andere zes Westfriese gemeenten deel aan de regionale aanbesteding van de zorg. Hiervoor is een regionale inkooporganisatie opgericht. De individuele gemeenten creëren zo meer afstand en bieden hiermee gezamenlijk een goede controle op de prijs-kwaliteitverhouding.

Mocht blijken dat het oprichten van een gemeenschappelijke regeling (GR) meer effect zou kunnen genereren, dan kunnen wij dat altijd nog besluiten. Inhoudelijk heb ik mij daar niet mee bemoeid omdat dat niet mijn portefeuille is.'

Eén verantwoordelijke portefeuillehouder
Hoe is de rolverdeling tussen de portefeuillehouder Financiën en decentralisaties (sociaal domein)? Slagter: 'Stede Broec heeft gekozen voor één portefeuillehouder die verantwoordelijk is voor de decentralisatie van de zorg. De wethouder Financiën ondersteunt hem. Het is belangrijk dat prijs en kwaliteit in goede relatie tot elkaar blijven. Dat zal zeker in het begin niet altijd makkelijk zijn. Het vereist een zorgvuldige afweging van keuzes.'

Als dat goed werkt zullen er volgens Slagter voldoende middelen zijn om de benodigde goede zorg te leveren. Hij geeft hierbij wel aan dat gemeenten voldoende tijd moeten krijgen om zich te bewijzen. Bij de overheveling van de zorgtaken naar de gemeenten per 1 januari 2015 heeft het rijk bezuinigd op de zorgbudgetten voor onder andere de Wmo.

De efficiëncyslag die de gemeenten moeten maken kost tijd; dat lukt niet in een jaar. Belangrijke vraag voor Slagter is hierbij dan ook wat er gebeurt als uiteindelijk blijkt dat de gemeente door de bezuinigingen de gewenste zorg niet kan realiseren. Ondanks dat de gemeenten voor de nieuwe zorgtaken wel de wettelijke compensatie- en de zorgplicht hebben gekregen van het Rijk. Komt het Rijk dan over de brug met extra financiële middelen?

Geen een-op-een compensatie
Wat zou het Rijk moeten doen indien sommige gemeenten wel uitkomen met de budgetten en andere niet? Slagter: 'Gemeenten die tekortkomen zouden goed moeten kijken naar de gemeenten die wél uitkomen met het budget. Het kan niet zo zijn dat gemeenten die hun zaken niet goed op orde hebben, een-op-een gecompenseerd worden door het Rijk. Verschillen in gemeenten onderling zal je altijd houden en dat heeft dan met name met het beleid te maken wat gehanteerd wordt door de individuele gemeenten. Denk daarbij aan woningaanpassingen, hulpmiddelen,  huishoudelijke hulp enzovoort.'

De decentralisaties zijn ondergebracht in gemeenschappelijke regelingen, welke voor- en nadelen ziet u hierin? Slagter: 'Door de gezamenlijke deelname aan een gemeenschappelijke regeling (GR) zullen zorginstellingen de  gemeenten serieuzer gaan nemen. Hiertegenover staat dat je als gemeente minder kan aansturen; die bevoegdheid ligt voor een groot deel bij de GR.'

WerkSaam
Slagter noemt als voorbeeld WerkSaam, een GR van de 7 Westfriese gemeenten. Deze organisatie begeleidt in Westfriesland mensen met een bijstandsuitkering naar betaald werk en heeft de zorg voor beschutte werkplekken. Zo'n organisatie wordt door werkgevers serieuzer genomen dan de gemeenten afzonderlijk.

Als de cliënten hierdoor sneller werk kunnen vinden, levert dat financieel voordeel op. Volgens Slagter is een belangrijk aandachtspunt dat het persoonlijk contact met de cliënt, zoals dat bestond in de individuele gemeenten, blijft bestaan. 'Het gevaar bestaat dat in een groter organisatie de cliënt een nummer wordt. Dat moeten we voorkomen. De cliënt staat altijd voorop!'

Welke vragen leven er bij de gemeente en hoe gaat de gemeente hiermee om?Volgens de wethouder heeft de gemeente de volgende vragen: 'Hoe komen we tot een goed concept 'meer zorg voor minder geld'? Komen we uit met het geld dat we hiervoor vrijmaken? Om deze vragen te beantwoorden moet de gemeente in een vroeg stadium sturen op zaken die niet goed kunnen gaan. Als bestuurder ben je afhankelijk van goede informatie om hierbij de vinger aan de pols te houden.'

Informatieuitwisseling: essentieel
Zijn de gemeenschappelijke regelingen voldoende op de hoogte van de werkwijze van de gemeente? Slagter: 'De werkwijze is bekend bij de GR'en. De gemeente stuurt voortdurend aan op goede communicatie. De informatieuitwisseling zowel ambtelijk als bestuurlijk is van essentieel belang. Het is de taak van de bestuurder om dat te controleren.'

Wat doen de gemeenschappelijke regelingen om gemeente te ondersteunen, behalve het sturen van facturen? Slagter: 'Een belangrijke afspraak met de GR'en is een goede communicatie en tijdige informatieverstrekking aan de gemeenten. Dat biedt hen de mogelijkheid op tijd bij te sturen. Als de gemeenten te laat op de hoogte zijn van de ontwikkelingen en de financiële situatie binnen de GR, gaat dat ten koste van de financiën in de gemeenten en daarmee ook ten koste van de zorg.'

Individuele verantwoordelijkheid
Zijn er duidelijke afspraken gemaakt over de financiële situatie in de GR en hoe hierover te communiceren en wat de gevolgen zijn er als niet conform gehandeld wordt? Slagter: 'Natuurlijk zijn hier afspraken over gemaakt. Maar als men financieel niet uitkomt zullen uiteindelijk de individuele gemeenten de rekening moetenn betalen.'

Welke administratieve vooruitgang valt er nog te boeken? Volgens Slagter zal het centraliseren van de administratie een mooie voortuitgang zijn. Dit zorgt voor beter inzicht in de kosten. Een duidelijk praktijkvoorbeeld is de ervaring met de Persoonsgebonden budgetten (PGB's). Die toont aan dat het voor cliënten soms moeilijk is hier goed mee om te gaan. Door de administratie en uitbetaling bij de Sociale Verzekeringsbank onder te brengen is er een betere controle op de besteding van deze zorgbudgetten (door SVB uitgevoerd).

Gemeenten moeten de zorgkosten beheersen zonder dat dit afbreuk hoeft te doen aan de zorgkwaliteit

Vaak wordt gesuggereerd dat gemeenten uitsluitend sturen op geld en niet op kwaliteit van de zorg, hoe ziet u dit? Slagter: 'Natuurlijk is geld belangrijk. De gemeenten moeten financiële kaders stellen om te zorgen dat de kosten voor de zorg in de pas blijven lopen. Slagter benadrukt dat dit geen afbreuk hoeft te doen aan de kwaliteit van de zorg. Het daagt juist uit om creatief te zoeken naar de juiste vorm van zorg. Maar als uiteindelijk blijkt dat er voor meer efficiënte zorg toch geld nodig is, dan moeten de bestuurder en de raad de kaders durven bij te stellen.'

Zijn de gemeenschappelijke regelingen transparant in wat ze doen en beiden ze voldoende handvatten? Slagter: 'Als het gaat om WerkSaam dan is de werkwijze zeker transparant. In de praktijk wordt die wel lastiger als de GR van toepassing is op een groter werkgebied en meer gemeenten moet bedienen.

Ook hierbij geldt dat de communicatie en het afleggen van verantwoording erg belangrijk zijn. De zorginstellingen, GR en gemeenten moeten snel de juiste informatie uitwisselen. Alleen dan is het voor de gemeenten mogelijk om op tijd bij te sturen, bijvoorbeeld aan de hand van kwartaalrapportages.'

Overzicht en bijsturen
Om op het functioneren van WerkSaam een goede controle te houden is er bij de oprichting gekozen voor een optimale inzet van de 7 Westfriese gemeenten. In het dagelijks bestuur is 1 persoon per gemeente vertegenwoordigd. Voor het algemeen bestuur levert elke gemeente 2 afgevaardigden. De afgevaardigden zijn allen wethouders. Bestuurlijke besluitvorming in de GR wordt zorgvuldig voorbereid door regulier ambtelijk overleg tussen de deelnemende gemeenten. 'Op deze manier houd je het beste overzicht en kan er op tijd gestuurd worden als dat nodig is.'

Er gaat teveel geld naar het management
en inefficiënte bedrijfsvoering

Hoe kan meer zorg voor minder geld bewerkstelligd worden? Waar is er overhead en ineffciency waarneembaar? Slagter: 'De overhead is waarneembaar in de top van de zorginstanties. Er gaat teveel geld naar het management en inefficiënte bedrijfsvoering.'

Korten op overhead
Slagter geeft aan dat hierop echt moet worden gekort. Een zorginstantie met teveel overhead hanteert vaak een hoog uurtarief waardoor zij geen rol van betekenis hebben in het aanbestedingstraject. Hij noemt een concreet voorbeeld van een stichting die mensen begeleidt naar zorg en zijn uurtarief heeft moeten aanpassen om mee te kunnen doen in de aanbesteding. 'Een aanvankelijk uur tarief van EUR 150 is toen teruggebracht naar EUR 75.'

Naast de hoge salariskosten in grote organisaties, kosten ook de administratieve werkzaamheden veel tijd en dus geld. Slagter pleit dan ook voor minder protocollen, beleids- en zorgplannen. 'Om goede zorg te leveren zijn geen dikke boekwerken nodig. Het gaat juist om voldoende goede zorg voor de cliënt.'

'Voor goede zorg zijn geen dikke boekwerken nodig:
het gaat juist om voldoende goede zorg voor de cliënt'

Heeft u voorbeelden van best practices? Slagter: 'Zelf heb ik een meervoudig gehandicapte zoon. Voor hem is ooit een plan van aanpak geschreven van 50 pagina's wat ook op twee A4tjes had gekund. De tijd die daar mee gespaard kon worden, hadden ze beter aan zorg voor mijn zoon kunnen besteden.'

Als reactie op grote organisaties met een grote overhead ontstaan er steeds meer initiatieven voor kleinschalige zorginstellingen. Dat vindt de wethouder een positieve ontwikkeling. Vaak kunnen dergelijke organisaties goedkopere hulp bieden doordat ze niet te maken hebben met dure huisvesting en hoge salariskosten. Daarnaast ligt de besluitvorming bij kleine organisaties dichter bij de werkvloer. Dat scheelt tijd en geld!

Trefwoorden: Tags: Zorg; Wmo

Uw bijdrage

Log in met om uw bijdrage te plaatsen.