Wat kost een referendum?

Vanaf juli 2015 kunnen kiesgerechtigde Nederlanders op grond van de Wet raadgevend referendum (Wrr) een nationaal referendum aanvragen over wetten of verdragen die wel door de Eerste- en Tweede Kamer zijn aangenomen, maar nog niet zijn ingegaan. 

Op het moment dat de Wrr in werking trad kon nog niet heel precies gezegd worden hoeveel een referendum zou kosten. Daarom zijn de VNG en het ministerie van BZK afgelopen januari overeengekomen dat er € 30 miljoen beschikbaar gesteld werd voor de vergoeding van het eerste referendum, het referendum over de goedkeuring van de Associatieovereenkomst tussen Oekraïne en de Europese Unie. Op dat moment is ook afgesproken dat er onderzoek gedaan zou worden naar de werkelijke kosten voor gemeenten van de organisatie van dit referendum. Afgelopen week zijn de resultaten van dit onderzoek openbaar gemaakt. 

De onderzoekers schatten op basis van steekproeven in dat de totale kosten van het referendum ongeveer € 32,2 miljoen waren. Dit bedrag is logischerwijs lager dan dat voor de Tweede Kamerverkiezingen in 2012, die kostten € 42,2 miljoen. Zo hebben gemeenten voor het referendum bijvoorbeeld minder tellers opgeroepen omdat het tellen van de uitslag eenvoudiger was en er waren geen kandidatenlijsten nodig. 

In het onderzoek is ook gekeken naar mogelijke kostenbesparende maatregelen die genomen kunnen worden. De onderzoekers geven aan dat de grootste besparing te realiseren is door een referendum te combineren met een andere verkiezing op diezelfde dag. Ook kunnen de kosten teruggebracht worden door minder stembureaus in te richten of door aanpassingen in de personele bezetting van stembureaus. Op die manier kan er volgens hen, afhankelijk van de door te voeren maatregelen, tussen € 3,2 en € 6,2 miljoen bespaard worden. 

Een dergelijk onderzoek naar de kosten van het referendum kan gemeenten handvatten bieden om toekomstige referenda op een kostenefficiënte manier uit te voeren. Toch is het belangrijk de onderlinge verschillen tussen gemeenten voor ogen te houden, en te beseffen dat niet in alle gemeenten de omstandigheden dusdanig zijn dat een besparing gerealiseerd kan worden.

Ook hebben gemeenten waarschijnlijk rekening gehouden met de verwachte lage opkomst. Wanneer bij een volgend referendum een aanzienlijke hogere opkomst wordt voorspeld, kan dit betekenen dat de kosten voor gemeenten hoger zijn dan bij het afgelopen referendum het geval was.

Het driemanschap dat nader advies heeft uitgebracht over mogelijkheden voor kostenbesparing stelt daarom onder meer dat aanvullend onderzoek nodig is om concreet te maken welke maatregelen achter de besparingen schuilgaan.

In de aanloop naar een volgend referendum zullen het ministerie en de VNG verder spreken over de kosten van referenda en de vergoeding er van.

Trefwoorden: Tags: referendum

Uw bijdrage

Log in met om uw bijdrage te plaatsen.