Gemeenten op weg naar duurzaamheid: Leeuwarden

Vorig jaar bereikten diverse partijen onder leiding van de SER overeenstemming over het Energieakkoord voor duurzame groei. Ook gemeenten zijn hierin partij, via de VNG. Maar veel gemeenten hebben niet gewacht op de resultaten van de ellenlange onderhandelingen. Zij zijn al aan de slag en bereiken resultaten. B&G volgt een aantal gemeenten op hun weg naar duurzaamheid. Deel 5 in deze serie: Leeuwarden.

Slim. Dat is het sleutelwoord voor de duurzame aanpak waar Leeuwarden al een aantal jaren mee bezig is. Het visiedocument uit 2010 kreeg de titel Slim omgaan met water en energie. Het programma voor verduurzaming van woningen heet Slim wonen in Leeuwarden.

‘Voor ons is duurzaamheid een combinatie van de vier p’s (people, planet, profit, prophesy)’, antwoordt wethouder Isabelle Diks (PAL/GroenLinks) op de vraag wat het begrip duurzaamheid voor haar betekent. ‘Het gaat niet alleen om het terugdringen van CO2’, verduidelijkt ze. ‘Duurzaamheid is onderdeel van ons economisch programma dat zich richt op het organiseren van groen werk, isoleren van huizen, zonnepanelen plaatsen, maar ook innovatieve groene bedrijven hier naartoe halen of ze stimuleren zich te ontwikkelen. Met ons duurzaamheidsbeleid creëren we werkgelegenheid en verlagen we de milieudruk.’

 
Deze woning in nieuwbouwwijk de zuidlanden gebruikt voor de energievoorziening uitlsluitend zonne-energie

Slimme combinaties
Het Zuid-Afrikaanse woord volhoudbaarheid vindt Diks een mooi alternatief voor de term duurzaamheid. ‘Het drukt uit dat iets herhaalbaar is zonder beschadiging naar de toekomst of aan de toekomstige generaties. Dat past ook helemaal in de ontwikkeling naar een veel meer circulaire economie. Bijvoorbeeld door slimme combinaties te maken in de regio, op het gebied van voedselproductie en energieopwekking.’ De samenwerking met de provincie en de regio Noord Nederland  is voor Diks vanzelfsprekend. ‘Er is geen sterke stad zonder sterk platteland. Maar
het omgekeerde is ook waar. Je bestaat bij de gratie van elkaar.’

Mensen willen meer invloed hebben op hun eigen woon- en leefomgeving

De visie en de uitwerking in verschillende programma’s heeft al veel opgeleverd.
Er zijn nieuwe bedrijven ontstaan die zich richten op water en energie. Duizend woningen zijn energiezuiniger gemaakt. De stadsbussen rijden op groen gas en er zijn groene tankstations met biogas. Volgens Diks hebben de concrete doelstellingen gezorgd voor focus, zodat de neuzen dezelfde kant op zijn gaan staan. ‘In het programma zetten we in op drie speerpunten: duurzame energie, slimme watertechnologie en agrifood. Als wij ons geld uitgeven en daarmee duurzaamheid willen aanjagen en stimuleren, dan is het in die drie speerpunten of een combinatie daarvan.’

Visie op duurzaamheid

De visie van Leeuwarden op duurzaamheid werd in 2010 beschreven en vastgesteld. Leeuwarden ziet duurzaamheid als de basis voor nieuwe ontwikkelingen in de samenleving, voor innovatie en niet in de laatste plaats voor toekomstbestendig ondernemen. Hierbij is gekozen voor twee thema's waar Leeuwarden sterk in is: water en energie.

In de visie zijn de volgende ambities geformuleerd voor het jaar 2020:

  • Leeuwarden is kennishoofdstad van Europa op het gebied van watertechnologie.
  • Werkgelegenheid door de ontwikkeling en toepassing van duurzame technieken.
  • De stad is onafhankelijk van fossiele brandstoffen.

 
De gemeente heeft voor duurzaamheid in de periode 2011-2014 incidenteel 800.000 euro beschikbaar gesteld. De provincie gaf een aanvulling op het gemeentelijk budget van 500.000 euro per jaar. In het nieuwe collegeakkoord (januari 2014) heeft de gemeente jaarlijks een vergelijkbaar bedrag toegezegd voor het programma. Daarnaast groeit de duurzaamheidsaanpak met investeringen vanuit het bedrijfsleven en soms ook landelijke subsidies.

Nieuw college
Vanwege een regionale herindeling waren de gemeenteraadsverkiezingen in Leeuwarden al eind 2013. Het nieuwe college is januari 2014 aangetreden en wethouder Isabelle Diks is begonnen aan een tweede termijn. In het collegeprogramma staat nog steeds veel over duurzaamheid. De speerpunten zijn onder andere meer groene banen en zorgen voor dorpen en wijken waar mensen nu en later duurzaam kunnen leven.

Er is wel een verschil in de rol van de overheid. Diks: ‘We hebben de vorige periode heel erg ingezet op het meekrijgen van bedrijven, instellingen en de eigen organisatie. We vonden het van groot belang dat producenten in de regio, grote dienstverleningsorganisaties, het ziekenhuis, de kennisinstellingen met ons dat pad op gaan. Zij zijn in staat om grote slagen te maken. We hadden nog niet zo heel veel inzet gepleegd op de burger. En je ziet nu heel autonoom – en daarom is het ook zo leuk – dat het als het ware ontploft. Je ziet dat mensen opstaan en zelf veel meer invloed op hun eigen woon- en leefomgeving willen hebben. De ene na de andere wijk begint met burgerinitiatieven, hele wijken willen onafhankelijk worden. Die beginnen energiecorporaties en wijkzorgcombinaties, ze gaan zelf eten produceren en zijn in competitie met elkaar.’

Ontstaan al die burgerinitiatieven dankzij of ondanks de inzet van de gemeente?
Springen buurtbewoners in een gat dat bewust is gecreëerd of dat is ontstaan door de economische situatie? Diks: ‘Als gemeente kun je een aanjaagfunctie hebben, je kunt een beetje duwen en iets onder de aandacht brengen. Dat hebben we vanuit de gemeente de afgelopen jaren onvermoeibaar gedaan. We hebben in de afgelopen periode laten zien dat het kan, dat die transitie mogelijk is. We proberen de verbinding te leggen tussen: wat willen we nou precies, hoe gaan we dat bereiken en hoe wordt dat werkgelegenheid? Bijvoorbeeld: hoe zetten we al die innovaties in die technologische instituten om in geld, in economie, in dynamiek.’

Diks realiseert zich dat de crisis onrust geeft bij mensen, maar ze ziet ook kansen. ‘Het maakt ontzettend veel wakker bij mensen. Als alles vanzelf goed gaat, dan innoveer je niet. Nu komen ineens allemaal andersoortige bedrijven op, omdenkers en mensen die de samenleving op een heel andere manier willen organiseren.’

Culturele Hoofdstad

Leeuwarden is in 2018 Culturele Hoofdstad van Europa. Onder die vlag worden talloze projecten opgestart waarmee Leeuwarden in de schijnwerpers komt te staan. Cultuur wordt daarbij gezien als katalysator voor economische structuurversterking van Leeuwarden en Fryslân. Diks: 'Het binnenhalen van de Culturele Hoofdstad is de allergrootste boppeslach die deze stad ooit heeft gemaakt. Het is echt een geweldige  kans voor deze regio. Net als bij onze duurzame visie biedt dit focus en gezamenlijke energie.'

 Een van de centrale thema's die Leeuwarden heeft gekozen voor de Culturele Hoofdstad is: nieuwe verhoudingen tussen stad en platteland, waarbij vraagstukken als krimp, innovatie, duurzaamheid en biodiversiteit aandacht krijgen. Wie met een project wil aansluiten, moet voldoen aan vijf E's:

  • Experience: de beleving als toerist of recreant in cultuur, natuur en toerisme.
  • Empowerment: het krijgen en pakken van kansen in de samenleving.
  • Entrepreneurship: stimuleren van ondernemerschap en de realisatie van nieuwe ondernemingen.
  • Ecology: de impact van ons handelen op de omgeving waarin wij leven en het vinden van nieuwe wegen daarin.
  • Europe: onze relaties met Europa versterken en verduurzamen.

Groen werkt!
Duurzaamheid is in de gemeente Leeuwarden en bij de provincie Fryslân ondergebracht bij economie. Stimuleren van werkgelegenheid via groene banen is een telkens terugkerend punt. Hiervoor is het programma Groen werkt! opgezet, in samenwerking met ondernemers en opleidingen. Ook hierin staan de speerpunten watertechnologie, duurzame energie en agrifood centraal. De doelstelling van 500 groene banen in 2015 werd al in 2011 met gemak gehaald. Hierbij gaat het om banen die geen schade toebrengt aan het milieu of aan de mensen zelf. Bijvoorbeeld het plaatsen van zonnepanelen of het organiseren van ledverlichting. Maar ook de taxichauffeurs die met een groene taxi rondrijden en de chauffeurs van het leerlingenvervoer op groen gas. Nieuw is ook de functie van energieambassadeur: baanloze buurtgenoten worden geschoold om in hun eigen buurt voorlichting te geven over de mogelijkheden van energiebesparing. Maart 2014 reikte Diks de eerste certificaten uit. Het nieuwe college gaat samen met de provincie Fryslân door met Groen werkt! en heeft hier in totaal
1.400.000 euro voor gereserveerd.

De groene economie heeft verduurzamen als bijproduct

 Diks: ‘Ik geloof dat zaken alleen maar kunnen bestaan en toekomst hebben als  ze economisch zijn, als het langjarig waarde heeft. Soms kan je dat in geld uitdrukken, maar soms is het maatschappelijk of sociaal rendement. Als gemeente kun je iets op gang helpen met aanjaagsubsidies of door verbindingen te leggen. Maar als ik het eindeloos moet subsidiëren, dan heeft het geen economische toekomst. Daarom zeggen wij steeds: de groene economie heeft verduurzamen als bijproduct.’

Geen fossiele brandstoffen
De ambitieuze doelstelling om in 2020 in Leeuwarden geheel onafhankelijk te zijn van fossiele brandstoffen leek lange tijd haalbaar. Nieuwe wijken krijgen een aansluiting op een biogasnet, het openbaar vervoer rijdt al helemaal op groen gas (opgewaardeerd biogas). Toch valt het realiseren van grote projecten voor duurzame energieproductie tegen. Knelpunten liggen daarbij volgens een evaluatie uit 2012 niet zozeer op het vlak van techniek, maar vooral op het niveau van financiering, organisatie en ruimtelijke inpassing.

 

De business case voor BioNoF, een groot innovatief biogasproject in Noord
Friesland dat 28 procent van de energie in Leeuwarden groen zou moeten opwekken, is bijvoorbeeld nog niet rond te krijgen doordat een SDE-subsidie (Stimulering Duurzame Energievoorziening) niet is toegekend. Maar ook door stijgende vraag en dus hogere kosten voor benodigde bijproducten voor de vergisting. Dat is een tegenvaller. ‘Maar we laten niet los’, zegt Diks strijdbaar. ‘We willen nog steeds onafhankelijk zijn van fossiele brandstoffen, maar we zien wel dat er een vertraging is opgetreden.’

WaterCampus: Leeuwarden Capital of Water Technology

 Leeuwarden is hard op weg om dé Europese hoofdstad op het gebied van watertechnologie te worden. Het kloppend hart hiervan is de WaterCampus.

De WaterCampus Leeuwarden combineert onderwijs, onderzoek en ondernemen. Het is een samenwerking van diverse kennisinstituten, de provincie en de gemeente. De WaterCampus bestaat uit ruim twintig bedrijven en instellingen, waaronder Wateruniversiteit Wetsus. Wetenschappers uit alle delen van de wereld doen hier onderzoek naar oplossingen op het gebied van onder andere drinkwater, afvalwaterzuivering en waterdistributie. De WaterCampus fungeert als 'hub' in een wereldwijd watertechnologisch netwerk; een spil die kennis samenbrengt en innovatie mogelijk maakt.

September vorig jaar werd het Waterapplicatiecentrum (WAC) op de WaterCampus officieel geopend. Dit is een volledig ingericht centrum waar bedrijven, kennisinstellingen en overige organisaties experimenten op gebied van watertechnologie kunnen (laten) voerem. Dit onderzoek wordt gestart in het lab en wordt daarna op grotere schaal getest. Op demo-sites in een straal van vijftig kilometer rondom Leeuwarden, doen wetenschappers opschalingsonderzoek. Aangesloten bedrijven krijgen daarna de kans om deze in de praktijk geteste technologieën wereldwijd te vermarkten.

De samenwerking met het bedrijfsleven op het gebied van watertechnologie krijgt letterlijk de ruimte in een bedrijfsverzamelgebouw dat momenteel in aanbouw is op de WaterCampus. Dit gaat gepaard met een duurzame landschapsinrichting van het terrein.Het ontwerp is van de Friese architectencoöperatie GEAR. Het gebouw wordt zeer energiezuinig: de energieprestatiecoëfficiënt (EPC) wordt minder dan 45 procent van de geldende eis. Aandacht voor gezondheid staat bovenaan op de agenda, bijvoorbeeld goed (dag)lichtcomfort en een aangenaam thermisch en akoestisch binnenklimaat. Warmte wordt duurzaam opgewekt via aansluiting op het biogasnet van het Wetterskip Fryslân. Uiteraard is er aandacht voor verantwoorde omgang met water. Hemelwater wordt opgevangen en hergebruikt. Daarnaast wordt water bespaard door installatie van waterloze urinoirs en waterbesparende koudwaterkranen.

Meer informatie: www.watercampus.nl

Slim wonen
De extra werkgelegenheid die het duurzaamheidsbeleid al heeft opgeleverd, is nog lang niet genoeg. Diks schetst een beeld van een arme stad: ‘We hebben ongelooflijk veel mensen die werkloos zijn. We hebben relatief veel mensen met een lage opleiding, met een laag tot zeer laag inkomen. Leeuwarden heeft bijvoorbeeld twee wijken die behoren tot de tien  armste wijken uit het onderzoek Kinderen in Tel.Kinderen in Tel is een onderzoek dat sinds 2006 de situatie van kinderen in kaart brengt aan de hand van indicatoren die zijn gebaseerd op het VN-Kinderrechtenverdrag. Kinderen in Tel presenteert data over het welzijn van kinderen en jongeren in Nederland op provinciaal, gemeentelijk en wijkniveau. Het Verwey-Jonker Instituut is verantwoordelijk voor de uitvoering van het onderzoek. Zie: www.kinderenintel.nl Voor deze bewoners is niet alleen het vinden van werk maar ook het drukken van de woonlasten van groot belang.’ En ook dat heeft te maken met duurzaamheid: ‘Voor ons heeft alles met alles te maken’, benadrukt Diks. ‘Om allerhande redenen zou je de huizen moeten verduurzamen, maar vooral ook om de energielasten naar beneden te krijgen.’ Met de woningcorporaties, die ongeveer een derde van de woningvoorraad bezitten, zijn hiervoor prestatieafspraken te maken. Lastiger is het om de resterende circa 30.000 woningen van particuliere eigenaren en kleine verhuurders te verduurzamen.

Het grootste probleem van het verduurzamen is ontzorgen

Hiervoor heeft de gemeente het project Slim wonen in Leeuwarden opgezet. Via een digitaal loket is er advies over isolatie van woningen en plaatsen van zonnepanelen. De gemeente biedt een gunstige lening aan zodat bewoners hun investeringen snel kunnen terugverdienen. Vanuit de provincie is er een subsidieregeling – de Friese energiepremie – die kan oplopen tot 2.400 euro per woning. ‘Maar het grootste probleem van het verduurzamen is ontzorgen’, zegt Isabelle Diks. ‘Mensen weten niet wie ze kunnen vertrouwen en zien op tegen het gedoe.’ Een van de oplossingen daarvoor is het opzetten van energieconsortia; clusters van bijvoorbeeld bouw-, isolatie- en installatiebedrijven, architecten en energieadviseurs die ervaring hebben met vergroenen van woningen. Deze samenwerking maakt het huizenbezitters makkelijker te verduurzamen. Bovendien leidt het verduurzamen van woningen en maatschappelijk vastgoed weer tot meer werkgelegenheid, en zo is het cirkeltje weer rond.

De Zuidlanden organisch laten groeien

De zesduizend woningen die bedacht waren voor uitleglocatie  De Zuidlanden, worden voorlopig niet gebouwd. In een vrij vroeg stadium is hiervoor de omschakeling gemaakt naar een plan opgebouwd uit negen buurtschappen. Deze buurtschappen kunnen zich de komende tijd organisch ontwikkelen. De nieuwe wijk heeft geen gasleiding: de energie voor verwarming van de woningen komt van twee grote biovergisters van de Dairy Campus. Deze proefboerderij voor de zuivelsector (500 koeien) combineert onderwijs met vernieuwende projecten vanuit het bedrijfsleven.

De Zuidlanden is ook de thuisbasis van stadsboerderij Âsum. Hier verbouwt Gosse Haarsma groenten, kruiden, bloemen en fruit zonder gebruik van bestrijdingsmiddelen. Buurtbewoners kunnen lid worden: zij oogsten voor een jaarlijkse bijdrage zelf hun dagelijkse groenten.

Trefwoorden: Tags: Duurzaam

Uw bijdrage

Log in met om uw bijdrage te plaatsen.