Overschot biedt nieuwe kansen

​​In de aanloop naar de Tweede Kamerverkiezingen blijft de bedrijvigheid in ons land zich gunstig ontwikkelen. De Nederlandse economie groeide in het laatste kwartaal van 2016 met 2,3 procent jaar-op-jaar, vrijwel gelijk aan de groei in het derde kwartaal.

In grafiek 1 is de ontwikkeling van enkele belangrijke grootheden weergegeven. De groei in het vierde kwartaal van 2016 was vooral te danken aan een versnelling van de private consumptie, met 45 procent van het bruto binnenlands product (bbp) verreweg de grootste bestedingscategorie.

Nederlandse economie 2012-2016


 

Deze hangt samen met de inkomenstoename en de positieve ontwikkeling van de woningmarkt. Hierdoor nemen de uitgaven aan woninginrichting en verhuizing toe. Bovendien heeft de vermogenstoename als gevolg van de hogere huizenprijs een positief effect op de totale consumptieve bestedingen.

De investeringen in vaste activa daalden in het vierde kwartaal met 1,6 procent. In het derde kwartaal was nog sprake van een investeringsgroei van ruim 7 procent. De terugval van de investeringen kwam echter vooral doordat de investeringen in het vierde kwartaal uitzonderlijk hoog waren. Bedrijven investeerden in deze periode extra in bedrijfsauto's in anticipatie op de invoering van nieuwe minder gunstige fiscale regels. De export van goederen en diensten ten slotte groeide met 3,2 procent. Dat was iets meer dan in het derde kwartaal, maar minder dan in de eerste jaarhelft. De lagere groei van de uitvoer hangt samen met de afzwakking van de wereldhandel.

In 2016 als geheel kwam de economische groei uit op 2,1 procent, 0,4 procentpunt meer dan in de Miljoenennota 2017 werd verwacht. De economische expansie ging gepaard met een sterke groei van de werkgelegenheid. In december waren in ons land 180.000 personen méér aan het werk dan een jaar geleden. Dat is een toename van 2,1 procent. De groei vond vooral plaats in de sectoren zakelijke dienstverlening, handel en transport. In de sector overheid en zorg nam het aantal banen af. De werkloosheid daalde van 6,9 procent in 2015 naar 6,0 procent in 2016. De inflatie bleef dankzij de verdere daling van de energieprijzen met 0,1 procent nihil.

De vooruitzichten voor de Nederlandse economie blijven positief. Het Centraal Planbureau (CPB) verwacht in 2017 een groei van 2,1 procent. Huishoudens zullen gesterkt door de inkomensverbeteringen van de afgelopen jaren hun bestedingen sterker opvoeren en wat minder sparen. Na de sterke groei van de afgelopen jaren vlakt de groei van de woningmarkt wat af. Bedrijven echter voeren hun investeringen sterker op dan vorig jaar. De uitvoer groeit in 2017 gematigd als gevolg van trage groei van de wereldhandel. Het CPB verwacht een verdere groei van de werkgelegenheid, waardoor de werkloosheid daalt naar 5,3 procent. Als gevolg van de stijgende olieprijs lopen de energieprijzen op. Mede door de wat oplopende loonstijging loopt de inflatie in 2017 op naar circa 1,0 procent.

Overheid boekt overschot

Dankzij de aanhoudende groei van de economie namen de overheidsinkomsten ondanks de doorgevoerde lastenverlichting sterker toe dan verwacht. Op 23 februari meldde het Ministerie van Financiën in een brief aan de Tweede Kamer dat de belasting- en premie-inkomsten in 2016 naar verwachting EUR 3,1 miljard hoger zijn uitgekomen dan in de Najaarsnota nog werd voorzien.

Mede dankzij een geringe meevaller in de uitgaven resulteerde dat in een begrotingsoverschot van EUR 0,2 miljard. In de brief worden geen cijfers over de overheidsschuld genoemd. In de najaarsnota werd nog uitgegaan van een tekort van EUR 3,1 miljard, ofwel 0,4 procent van het bbp. De verbetering van de overheidsfinanciën was overigens niet alleen te danken aan de meevallende economie, maar ook aan een snellere inning van de vennootschapsbelasting en een eenmalige korting op de EU-afdrachten.

Het ministerie kan nog niet zeggen in hoeverre de meevallende ontvangsten doorwerken in 2017 en de jaren daarna. Maar het is aannemelijk dat het meerjarenperspectief gunstiger is dan ten tijde van de Miljoenennota 2017 nog werd voorzien. Het CPB zal pas eind maart, dus na de verkiezingen, in het Centraal Economisch Plan met nieuwe meerjarenramingen komen.

Overheidssaldo - % van het  bbp

Trendmatig begroten

Na de omvangrijke bezuinigingen en ingrijpende financieel-economische hervormingen van de afgelopen kabinetsperiode staat de Nederlandse overheid er financieel beduidend beter voor dan vier jaar geleden. De vraag is hoe de overheid met deze financiële 'weelde' zal omgaan. Vanuit economisch oogpunt is het verstandig om in goede tijden te sparen. Dan is er ruimte om te stimuleren indien de economie in een recessie komt. Deze gedachte ligt ten grondslag aan het zogenaamde structurele begrotingsbeleid. De huidige situatie biedt hiervoor een uitgelezen kans. De kans hierop lijkt aanwezig. Een groot aantal partijen zegt te streven naar gezonde overheidsfinanciën en is voorstander van trendmatig begroten.

Nu de overheidsfinanciën op orde zijn en de economie weer herstelt, is er volgens de meeste partijen minder noodzaak voor financieel-economische hervormingen. De VVD voert versoberingen door op het terrein van de WW en de arbeidsongeschikt-heid, maar de meeste andere partijen kiezen voor rust op het terrein van sociale zekerheid.

SP en 50PLUS stellen voor om de hervorming van de AOW weer terug te draaien. Maar het verlagen van de AOW-leeftijd naar 65 jaar is kostbaar en leidt op termijn tot een lagere werkgelegenheid en economische groei. Het omgekeerde geldt voor de voorstellen van een aantal partijen voor een - actuarieel neutrale - latere opname van de AOW.

Bij een fiscale hervorming zou ook een verdere beperking van de hypotheekrenteaftrek kunnen worden betrokken

Diverse partijen onderkennen dat het huidige belastingstelsel te ingewikkeld is geworden. Fiscalisten wijzen op de toegenomen verschillen in belastingdruk tussen een- en tweeverdieners en zelfstandigen versus werknemers en de belastingheffing op vermogen. Het huidige stelsel is te ingewikkeld en leidt volgens fiscalisten tot perverse prikkels, uitvoeringsproblemen en risico's ten aanzien van de handhaving. Het valt te hopen, dat het belastingstelsel in de komende kabinetsperiode wordt hervormd. Het huidige kabinet kon het hierover niet eens worden, maar besloot wel de belastingen per 2016 met EUR 5 miljard te verlagen.

Begrotingsbeleid verkiezingsprogramma's

​ 

Uitgaven

Lasten

EMU-saldo

BBP

werkgel.

 

Totaal

Huish.

Bedrijven

Totaal

2021

% p.jr.

% p.jr.

   
basispad0,91,70,7
  
VNL++- --- --0,80,40,1
VVD+​- -+- --0,70,30,3
SGP--0--0,30,20,1
CDA-----0,70,30,2
CU--+--0,40,10,1
D'66--+--0,80,20,1
GL- --+0-0,20,20,3
PvdA- --++++-0,90,30,3
SP- --+++-0,30,20,1
DENK-+++0,40,10,0
VP- -+++++-5,50,40,1
+ saldoverbeterend,  - saldoverslechterend  
EMU-saldo, bbp en werkgelegenheid: mutatie t.o.v. basispad.  
Bron: CPB, Keuzes in kaart 2018-2021, Een analyse van elf verkiezingsprogramma's.


Bij een fiscale hervorming zou ook een verdere beperking van de hypotheekrente-aftrek kunnen worden betrokken. Maar er zijn slechts enkele partijen die voorstellen in deze richting doen. De hypotheekschuld van ons land is echter nog altijd hoog in vergelijking met andere landen. De Europese Commissie heeft daar onlangs in een rapport opnieuw op gewezen.

Lagere lasten voor huishoudens

In de programma's van de meeste politieke partijen is in 2021 minimaal sprake van begrotingsevenwicht. Van de elf partijen die hun programma hebben laten doorrekenen door het CPB laat alleen de Vrijzinnige Partij (VP) het overheidstekort oplopen. PVV, 50PLUS en Partij voor de Dieren hebben besloten om hun programma niet te laten doorrekenen door het CPB. De plannen van deze partijen blijven daardoor in deze paragraaf buiten beschouwing.

Het basispad vormt het referentiescenario voor de doorrekening van de verkiezingsprogramma's van 11 politieke partijen door het CPB. Het basispad is gebaseerd op de Miljoenennota 2017 en gaat ervan dat de economie tot 2021 jaarlijks met 1,7 procent groeit. De werkgelegenheid neemt toe met 0,7 procent, waardoor de werkloosheid in 2021 zal uitkomen op 5,5 procent van de beroepsbevolking. Onder deze aannames zal de overheid in 2021 bij ongewijzigd beleid een overschot van 7,5 miljard (0,9 procent van het bbp) zal realiseren.

De bruto overheidsschuld zal dalen naar 52% van het bbp, ruim onder de referentiewaarde van 60 procent van het bbp die in het EMU-verdrag is vastgelegd. Dit impliceert dat de overheid tot 2021 een bedrag van EUR 7,5 miljard kan besteden aan extra uitgaven en/of lastenverlichting zonder dat dit resulteert in een begrotingstekort. Indien de overheid de bestaande arrangementen wil handhaven voor toekomstige generaties, dan is de budgettaire ruimte iets geringer, namelijk 0,4 procent van het bbp.

Opvallend is dat het overheidssaldi van de diverse partijen ondanks de uiteenlopende beleidskeuzes dicht bij elkaar liggen​

Vrijwel alle politieke partijen benutten deze ruimte, waardoor het begrotingsoverschot lager uitkomt dan in het basispad. Opvallend is dat het overheidssaldi van de diverse partijen ondanks de uiteenlopende beleidskeuzes dicht bij elkaar liggen. VVD en VNL bezuinigen op de uitgaven. Alle andere partijen verhogen de overheidsuitgaven. De uitgaven aan Veiligheid, Bereikbaarheid, Milieu en Onderwijs worden door de meeste partijen verhoogd, terwijl op de uitgaven aan Openbaar bestuur wordt bezuinigd. De Pvda, de SP en de VP verhogen de uitgaven het sterkst.

Door de uitgavenbeperkingen hebben de VVD en de VNL ruimte om de lasten van gezinnen sterk te verlagen. De nadruk ligt daarbij op lagere lasten op inkomen en arbeid. De middenpartijen D66, ChristenUnie en SGP, evenals GL verlagen deze lasten ook, maar compenseren dat deels door een verhoging van de milieulasten en de lasten op vermogen en winst. Hierdoor dalen de lasten van gezinnen bij deze partijen minder sterk. Dat geldt ook voor het CDA, die dit resultaat bereikt door een geringere verschuiving van de lastendruk. Aan de andere kant van het spectrum zitten PvdA en SP die beiden de lasten voor bedrijven fors verhogen, waardoor de lasten in totaliteit toenemen. Verreweg de grootste stijging van de lasten vindt plaats bij de VP. De lasten op inkomen en arbeid nemen bij deze partij als gevolg van de invoering van een basisinkomen sterk toe.   

Aangezien de meeste partijen een bescheiden budgettaire stimulering doorvoeren, leiden de programma's tot een licht hogere economische groei en enige verbetering van de werkgelegenheid ten opzichte van het basispad. De werkloosheid komt in alle beleidspakketten lager uit dan in het basispad. De inflatie neemt bij de meeste partijen toe als gevolg van hogere indirecte belastingen en/of hogere huren. De contractlonen stijgen daardoor in de meeste programma's sterker dan in het basispad.    

Koopkracht verbetert in alle beleidspakketten

De koopkracht van huishoudens verbetert in alle beleidspakketten. De SP kiest voor een aanzienlijke nivellering van de inkomens, onder meer door de invoering van een inkomensafhankelijke Zvw-premie en een verhoging van het minimumloon. In de programma's van PvdA en GL nemen de lagere inkomens sterker toe dan de hogere inkomens.

Bij VNL nemen de inkomensverschillen het sterkst toe. Dat hangt samen met de invoering van een belastingtarief, de zogenaamde vlaktaks. CDA, ChristenUnie en SGP voeren een tweeschrijvenstelsel in, waardoor de laagste inkomens er wat minder op vooruitgaan dan de overige huishoudens. In de meeste programma's gaan werkenden er meer op vooruit dan uitkeringsgerechtigden. Dat is vooral het geval in de programma's van VVD, VNL en VP. Alleen bij de SP verbetert de koopkracht van uitkeringsgerechtigden sterker dan die van werkenden. Ook de inkomens van gepensioneerden blijft in de meeste programma's wat achter bij werkenden. De verschillen tussen tweeverdieners, alleenstaanden en alleenverdieners blijven in de meeste programma's vrijwel onveranderd.

Trendmatig begroten​

Dankzij het sterke herstel van de economie zijn de overheidsfinanciën sneller dan verwacht op orde gekomen. Dit biedt nieuwe kansen voor de nieuwe kabinetsperiode. Er is in de komende jaren budgettaire ruimte om meer uit te geven aan beleidsprioriteiten en tegelijkertijd de lasten van huishoudens te verlagen.

Het is een uitgelezen moment voor de overheid om over te gaan op een vorm van trendmatig begroten. Het huidige meevallende economische tij kan worden benut om te besparen, zodat bij een volgende economische recessie minder snel moet worden bezuinigd. Het lijkt ook een goed moment om het volgens meerdere partijen ingewikkelde belastingstelsel te hervormen en te vereenvoudigen.​​

Trefwoorden: Tags: verkiezingen; Nederlandse economie

Uw bijdrage

Log in met om uw bijdrage te plaatsen.