Wat betekent de circulaire economie voor de gebouwde omgeving?

Het Rijksbrede programma 'Nederland circulair in 2050' presenteerde begin dit jaar de agenda's van vijf circulaire transitiepaden aan het kabinet. Met name de Transitieagenda Circulaire Bouweconomie gaat al op korte termijn impact hebben op de sector. Een van de ambities is dat overheden vanaf 2023 alle opdrachten honderd procent circulair uitvragen. Wat betekent dit voor gemeenten, provincies, marktpartijen, financiers en andere belanghebbenden? Elphi Nelissen, decaan van de TU Eindhoven en trekker van de agenda, legt het uit.

"Een circulaire bouweconomie houdt in dat zowel marktpartijen als overheden en financiers heel anders moeten gaan denken en werken", vat Nelissen het effect samen van de omslag naar een gebouwde omgeving waarin straks alle materialen en grondstoffen herbruikbaar zijn.

Het transitieteam dat ze leidt, met daarin vertegenwoordigers van marktpartijen, kennisinstellingen en overheid, sprak als doelstelling af dat het rijk, provincies en gemeenten vanaf 2023 als 'launching customers' alle bouwopdrachten circulair gaan uitvragen en vanaf 2030 opdrachten volledig circulair gaan aanbesteden.

Vanaf 2023 gaat de publieke sector alle bouwopdrachten circulair uitvragen en vanaf 2030 opdrachten volledig circulair aanbesteden

Voor bouwers en ontwerpers betekent dit volgens Nelissen dat ze er 'als de wiedeweerga' voor moeten zorgen dat zij er bij die aanbestedingen positief uitspringen: "Ze moeten innovatief gaan bouwen en circulaire producten en technieken ontwikkelen."

Financiers spoort ze aan om met nieuwe financieringsvormen te komen, afgestemd op circulariteit: "Als de restwaarde van een gebouw niet nul is maar zeg een kwart van de initiële waarde doordat elementen ervan geschikt zijn voor hergebruik en de resterende grondstoffen recyclebaar, dan drukt dat de kostprijs en betekent dat dus ook wat voor de financiering."

MATERIALENPASPOORT

Nelissen beaamt dat het halen van de doelstellingen nog geen gelopen race is: "We hebben nog geen goede standaard voor het bepalen van welke bouwkundige oplossingen en producten meer circulair zijn dan andere." Voor het meetbaar maken van circulariteit werkt ze met haar transitieteam hard aan een nulmeting.

Een materialenpaspoort met de 'identiteit' van bouwmaterialen dat inzicht biedt in welke materialen en grondstoffen er in gebouwen en infrastructuur zijn gebruikt, is een andere belangrijke vereiste. "Zodat een partij die bijvoorbeeld een stalen balk met een bepaalde draagkracht zoekt voor hergebruik, daarvoor in een centrale databank kan kijken", licht Nelissen toe. Uiterlijk in 2020 moet het besluit vallen welke systematiek voor het materialenpaspoort verplicht wordt.

Van bouwwerken zoals bedoeld door het transitieteam zijn er al enkele. Zoals het in 2016 opgeleverde nieuwe stadskantoor van de gemeente Venlo, het circulair gerenoveerde kantoor van netbeheerder Alliander in Duiven en de klimaatneutrale Amsterdamse wijk Stadstuin Overtoom. Ook staat het eerste circulaire viaduct van Nederland op stapel en is er een proeftuin voor circulair wegontwerp. Het zijn voorbeelden die ook invulling geven aan het in 2017 gesloten Nationaal Grondstoffenakkoord dat als kader geldt voor de Transitieagenda Circulaire Bouweconomie.

De Transitieagenda bevat onder andere ook voorstellen voor aanpak van CO2-uitstoot in de bouw en oprichting van een kennisinstituut circulair bouwen

Voor het meer tempo maken met circulair bouwen bevat de Transitieagenda behalve aanbevelingen voor een uniforme meetmethodiek, een materialenpaspoort en circulair uitvragen door overheden vanaf 2023 nog een aantal voorstellen. Zoals de aanpak van CO2-uitstoot in de bouw (ook een doelstelling in het Klimaatakkoord), subsidie voor circulaire business- en verdienmodellen, stimulerende regelgeving en oprichting van een kennisinstituut circulair bouwen.

Het kennisinstituut kan worden gecombineerd met het Bouw en Techniek Innovatiecentrum (BTIC) waarvoor overheid, bedrijfsleven en kennisinstellingen in het kader van de Bouwagenda in juni een intentieverklaring hebben ondertekend. Nelissen: "De Transitieagenda sluit aan op de Bouwagenda. Als samenwerkingsverband van de markt, overheid en kennisinstellingen beschrijft de Bouwagenda een strategie en aanpak om de bouwsector te versterken en Nederland toekomstbestendig te maken. Met de Transitieagenda kunnen we daarop inspelen met het inbrengen van circulaire toepassingen bij de verduurzaming van de woningvoorraad."

Ik zou graag zien dat banken meer actief aan de slag gaan met gebouwgebonden financiering voor het verduurzamen van woningen, in plaats van persoonsgebonden financiering

In het kader van samenwerking met de Bouwagenda doet Nelissen ook een oproep aan de financiële sector: "Samen met de Bouwagenda maken wij ons met de Transitieagenda hard voor gebouwgebonden - in plaats van persoonsgebonden - financiering voor het verduurzamen van woningen.

Mensen laten als ze verhuizen de lening dan achter bij het huis. De nieuwe eigenaar gaat door met aflossen, maar wel in een woning met veel een lagere energierekening. Ik zou graag zien dat banken daar meer actief mee aan de slag gaan, want op die manier kun je de verduurzaming en circulariteit van de woningvoorraad en ook van gebouwen enorm stimuleren."

Meer weten?

BNG Bank nodigt u uit voor een seminar over gebouwgebonden financiering op 3 oktober 2018.Meer informatie en inschrijven
Foto: René van den Burg
Trefwoorden: Tags: Duurzaamheid; Wonen; Vastgoed