In het Westland wordt gewerkt aan een toekomstbestendige warmtevoorziening met warmtenetten gevoed door aardwarmte. Energie- en afvalbedrijf HVC zet hiermee een belangrijke stap om aardgasgebruik en CO₂-uitstoot in de glastuinbouw en gebouwde omgeving terug te dringen.

De aanleg van het warmtenet gebeurt gefaseerd. Door de grote en continue warmtevraag van de glastuinbouw in het Westland kunnen meerdere aardwarmtebronnen worden ontwikkeld. Deze bedrijven vormen daarmee de basis van de duurzame warmtevoorziening.
In de opstartfase wordt tijdelijk warmte geleverd via conventionele installaties om continuïteit te garanderen. Zodra de aardwarmtebronnen volledig operationeel zijn, leveren zij continu duurzame warmte uit diepe aardlagen.
De geothermiebronnen leveren een stabiele warmtestroom met voldoende capaciteit om ook woningen — met name nieuwbouw en goed geïsoleerde bestaande bouw — aan te sluiten. De schaal van de glastuinbouw zorgt bovendien voor een goede balans tussen vraag en aanbod, waardoor het warmtenet economisch robuust blijft.
Een belangrijk onderdeel van de robuustheid is de koppeling van de netwerken bij Maasdijk en Polanen. Deze koppeling vergroot de betrouwbaarheid door redundantie en maakt het warmtenet met toekomstige uitbreidingen flexibeler en stabieler, wat zowel bewoners als tuinders ten goede komt.
De realisatie van de warmtenetten en aardwarmteprojecten is mogelijk dankzij een financieringsconstructie met een consortium van banken, waaronder BNG. Hiermee wordt bijgedragen aan de energietransitie en laat het Westlandse warmtenet zien hoe publieke partijen, markt en financiers samenwerken aan een schaalbare duurzame energieoplossing.

Terrence Roep
Relatiemanager