Nieuwe regeringen in Italië en Spanje

  • update:  
  •  
Na enkele dagen van politieke onzekerheid werd vrijdag alsnog de nieuwe Italiaanse regering beëdigd.

Inhoudsopgave

Contents

Yes

De partijen besloten Tria, een academicus met meer gematigde opvattingen over de euro, voor te dragen voor minister van Financiën. Hierdoor is de dreiging van nieuwe verkiezingen weggenomen. Beleggers houden echter zorgen over de nieuwe regering. Uitvoering van de beleidsplannen zou leiden tot een verdere stijging van - reeds zeer hoge - staatsschuld. De Italiaanse rente daalde na de beëdiging van de nieuwe regering nauwelijks. In Spanje zal de bevolking over enige tijd wel naar de stembus gaan. Premier Rajoy verloor het vertrouwen van het parlement als gevolg van de slepende corruptieaffaire binnen zijn partij, de Partido Popular. Een minderheidsregering onder leiding van de socialist Sanchez handelt de lopende zaken af tot er een nieuwe regering is gevormd.

Volgens voorlopige cijfers zijn de consumentenprijzen in mei gestegen met 1,9% tegen 1,2% in april. Daarmee is de inflatie weer ongeveer gelijk aan de doelstelling van de ECB. De hogere inflatie is echter vooral het gevolg van hogere energieprijzen. De inflatie ongerekend energie en voedsel blijft met 1,1% op een laag niveau.  

Standen per 1 juni 2018

3 maanden  10 jaar *)
Verenigde Staten 2,32 (2,32)2,89 (2,94)
Eurozone-0,32 (-0,32)0,93 (0,93)
Duitsland

0,37 (0,40)

Frankrijk0,71 (0,71)
Italië2,89 (2,45)
Spanje1,45 (1,45)
Nederland 0,54 (0,58)
​Eurokoers USD 1,167 (1,168)​

*)  rendementen op staatsleningen, eurozone tienjaars euro swap rate.
 

Grafiek

Inflatie eurozone

Economisch nieuws

VERENIGDE STATEN

  • inkoopmanagersindex industrie, mei: 58,7 (april: 57,3)
  • consumentenvertrouwen(CB), mei: 128,0 (april: 125,6)
  • consumptie(volume), april: 0,4%, 2,7% j.o.j. (maart: 2,4% j.o.j.)
  • bouwuitgaven, april: 1,8%, 7.6% j.o.j. (maart: 3,8% j.o.j.)
  • beschikbaar inkomen, april: 0,4%, 3,9% j.o.j. (maart: 3,7% j.o.j.)
  • werkgelegenheid, mei: +223.000, 1,6% j.o.j. (april: +150.000, 1,6% j.o.j.)
  • werkloosheid, mei: 3,8% (april: 3,9%)
  • uurlonen, mei: 0,3%, 2,7% j.o.j. (april: 2,6% j.o.j.)  
  • bruto binnenlands product, eerste kwartaal: 0,5%, 2,8% j.o.j. (herzien van 0,6%, 2,9% j.o.j.)
  • consumptieprijs, april: 0,2%, excl. voedsel en energie 0,2%, 2,0% j.o.j. (maart: 2,0% j.o.j.)

CHINA

  • inkoopmanagersindex, mei: 54,6 (april: 54,1)

JAPAN

  • inkoopmanagersindex industrie, mei: 52,8 (april: 53,8)
  • werkloosheid, april: 2,5% (maart: 2,5%)

EUROZONE

  • index economisch sentiment, mei: 112,5 (april: 112,7)
  • inkoopmanagersindex industrie, mei: 55,5 (april: 56,2)
  • geldhoeveelheid(M3), april: 4,0% j.o.j. (maart: 4,2% j.o.j.)
  • werkloosheid, april: -56.000, 8,5% (maart: 8,6%, herzien van 8,5%)
  • consumentenprijsindex, mei: 0,5%, excl. voedsel en energie 0,3%, 1,9% j.o.j. (april: 1,2% j.o.j.)

DUITSLAND

  • detailhandelsomzet(volume), april: 2,3%, 3,3% j.o.j. (maart: -0,5% j.o.j.)
  • werkgelegenheid, april: +35.000, 1,3% j.o.j. (maart: +34.000, 1,4% j.o.j.)
  • consumentenprijsindex, mei: 0,6%, 2,2% j.o.j. (april: 1,4% j.o.j.)

FRANKRIJK

  • consumentenvertrouwen, mei: 100,0 (april: 100,7)
  • bruto binnenlands product, eerste kwartaal: 0,2%, 2,2% j.o.j. (herzien van: 0,3%, 2,1% j.o.j.)
  • consumptie, april: -1,5%, 0,2% j.o.j. (maart: 2,5% j.o.j.)
  • consumentenprijsindex, mei: 0,4%, 2,3% j.o.j. (april: 1,8% j.o.j.)
  • producentenprijsindex, april: -0,7%, 2,2% j.o.j. (maart: 2,6% j.o.j.)

ITALIE

  • inkoopmanagersindex industrie, mei: 52,7 (april: 53,5)
  • bruto binnenlands product, eerste kwartaal: 0,3%, 1,4% j.o.j. (niet herzien)
  • consumentenprijsindex, mei: 0,4%, 1,1% j.o.j. (april: 0,6% j.o.j.)

SPANJE

  • inkoopmanagersindex industrie, mei: 53,4 (april: 54,4)
  • detailhandelsomzet(volume), april: -0,3%, 0,1% j.o.j. (maart: 1,7% j.o.j.)
  • consumentenprijsindex, mei: 0,9%, 2,1% j.o.j. (april: 1,1% j.o.j.)
  • bruto binnenlands product, eerste kwartaal: 0,7%, 3,0% j.o.j. (niet herzien)

NEDERLAND

  • inkoopmanagersindex industrie, mei: 60,3 (april: 60,7)
  • producentenvertrouwen, mei: +9,8 (april: +8,2)
  • producentenprijsindex, april: 0,7%, 1,0% j.o.j. (maart: 0,6% j.o.j.)

 

Agenda

04-6Verenigde Staten industriële ordersapril
​Eurozone​producentenprijsindex​april
​05-6Verenigde Staten inkoopmanagersindex industriemei
​​Japan​inkoopmanagersindex dienstensectormei
​Eurozoneinkoopmanagersindex dienstensectormei
inkoopmanagersindex(totaal)mei​
​detailhandelsomzet​april
​Italiëinkoopmanagersindex dienstensector​mei
​Spanje​inkoopmanagersindex dienstensector​mei
06-6Verenigde Staten handelsbalans
Spanjeindustriële productieapril
07-6​Eurozonebruto binnenlands product​​eerste kwartaal *)​
​Duitsland​industriële orders​april
​Frankrijk​handelsbalans​april
Italiëdetailhandelsomzet​april
Nederland​consumentenprijsindexmei
08-6Duitslandindustriële productieapril
​handelsbalansapril
Frankrijkindustriële productie​april
​Nederland​industriële productie​april
​Japan​bruto binnenlands product​​​eerste kwartaal *)​
​09-6​Chinaconsumentenprijsindex​​mei

*) herziening
 

Verwachtingen

De wereldeconomie groeit in 2018 en 2019 met ca. 3,9%. In de opkomende landen trekt de groei iets aan. Evenals in voorgaande jaren is de economische groei in Azië het hoogst. Dat is mede te danken aan China, waar in beide jaren een economische expansie van ruim 6 procent wordt verwacht.

Het Amerikaanse economie bbp groeit in 2018 naar verwachting met 2,8%, iets meer dan in 2017. In 2019 wordt een economische groei van 2,0% voorzien. De binnenlandse vraag neemt dit jaar sterk toe. In 2019 zal de groei van de private consumptie afvlakken onder invloed van een teruglopende groei van de werkgelegenheid. De investeringen nemen mede door de wat oplopende rente eveneens wat minder sterk toe dan in 2018. De inflatie loopt licht op naar 2,0% in 2018 en 2,2% in 2019.

De economische groei in de eurozone blijft in 2018 stabiel op 2,3%. In 2019 komt de groei uit op 1,9%.  De groei van de consumptie houdt aan. De groei van de werkgelegenheid neemt wat af. De loonstijging trekt geleidelijk aan, maar blijft gematigd. De investeringen nemen onder invloed van het ruime monetaire beleid sterker toe dan in voorgaande jaren. De inflatie blijft in 2018 stabiel op 1,5%. In 2019 wordt een geldontwaarding van 1,8% voorzien. De groei van de Nederlandse economie vlakt weliswaar af, maar blijft wat hoger dan in de eurozone als geheel.

Economische groei 2016 2017 2018 ​2019
Verenigde Staten 1,52,32,8​2,0
China6,76,96,5​6,5
Japan1,01,71,2​1,0

Eurozone

1,8

2,3

2,3

1,9
Duitsland1,92,22,2​2,0
Frankrijk1,22,02,3​1,9
Italië1,01,51,6​1,0
Spanje3,33,12,5​2,1
Nederland 2,23,22,4​2,5
           
Inflatie *) 2016 2017 2018 ​2019
Verenigde Staten 1,11,72,0​2,2
China2,01,62,4​2,5
Japan-0,10,50,60,7​
Eurozone0,31,51,5​1,8
Duitsland0,41,72,02,3
Frankrijk0,31,21,3​1,6
Italië-0,11,31,01,2
Spanje-0,32,01,4​1,8
Nederland 0,11,31,41,8

*) o.b.v. de consumptiedeflator(Verenigde Staten), de consumptieprijsindex(China en Japan) resp. de geharmoniseerde consumentenprijsindex(eurozone en eurolanden).
 

Rentevisie

Het monetaire beleid van de ECB blijft zeer ruim. De effectenaankopen zullen na september 2018 verder worden verminderd, maar de officiële tarieven blijven onveranderd. De lange rentetarieven lopen in de komende 12 maanden naar verwachting wat op.

ActueelOver een jaar
forward rate

prognose
BNG

3 maanden interbancair

-0,32

-0,20

-0,20

Staat 10 jaar0,540,721,10


Grafiek

 

 

 

Trefwoorden: Tags: Economisch beeld
 

 Content Query